10 mrt 2011

Blog

Zbc's: de andere kant van de medaille


In februari 2011 publiceerde Boer & Croon een onderzoek in opdracht van Zelfstandige Klinieken Nederland, waarin werd geconcludeerd dat omzetgroei bij deze zelfstandige behandelcentra de samenleving een besparing oplevert. Is dit de enig mogelijke conclusie?
Zbc's: de andere kant van de medaille

Als paddenstoelen komen ze de grond uit. Waren het er in 2005 in Nederland nog 37, met een omzet van € 45 miljoen, in 2009 waren het er 129, met een omzet van € 180 miljoen. In 2010 bedroeg het aantal 184 en was de marktomvang al gestegen naar € 335 miljoen.
We hebben het over Zelfstandige Behandelcentra ofwel privéklinieken.
In februari 2011 werd door Boer & Croon (B&C) hierover een onderzoek gepubliceerd, uitgevoerd in opdracht van Zelfstandige Klinieken Nederland (“ZKN”).
In de publicatie van dat onderzoek werd geconcludeerd dat, wanneer de privéklinieken niet met € 300 miljoen zouden mogen groeien, we in Nederland een besparing mislopen van € 45 miljoen. De privéklinieken werken immers gemiddeld 15% goedkoper dan ziekenhuizen, volgens de publicatie van B&C. De uitkomsten van het B&C-onderzoek werden in het FD van 18 februari 2011 overgenomen als ware dat de enige en onomstotelijke waarheid. Een dergelijk rapport wordt ook in ‘Haagsche kringen’ gelezen. Een mooie prikkel voor de minister van VWS om de privéklinieken meer te laten groeien, anders ontneemt zij het Nederlandse volk flinke bezuinigen en dat zouden we haar natuurlijk kwalijk nemen.

Snelle rekensom

Is de besparing van 15% veroorzaakt door privéklinieken de belangrijkste constatering? Of is er nog een andere kant van de medaille? Wanneer de privéklinieken in 2012 zouden mogen doorgroeien, meldt B&C een base case scenario van € 650 miljoen omzet. Zoals iedereen opvalt wanneer ze een privékliniek bezoeken, zijn deze klinieken erg klantvriendelijk, zijn ze ondergebracht in prachtige gebouwen en bezitten ze een goede outillage om de zorg te kunnen leveren.
In middelgrote ziekenhuizen wordt ongeveer 50% van de kosten besteed aan: vaste kapitaalslasten (afschrijvingen voor gebouwen, apparatuur en rente) en de zogenaamde overhead (van schoonmaak en restaurant tot het salaris van het management).
Ook de privéklinieken beschikken over deze voorzieningen en maken dezelfde kosten, maar doen dat blijkbaar een stuk goedkoper dan de ziekenhuizen, stel 15%. Dat is dan nog altijd 35% van hun omzet. Dus op een omzetvergroting van € 300 miljoen is voor vaste kapitaalslasten en overhead een bedrag begrepen van € 105 miljoen.

Besparing of extra kosten

Deze kosten worden in de Nederlandse gezondheidszorg meer gemaakt dan wanneer alle zorgproductie in de reguliere ziekenhuizen wordt uitgevoerd. Met het niet groeien van de omzet van privéklinieken missen we dus niet een besparing van € 45 miljoen maar zouden we € 105 miljoen besparen. Wanneer dat wordt doorgetrokken naar de volledige beoogde base case scenario omzet van € 650 miljoen, kost de aanwezigheid van privéklinieken de burgers van Nederland € 228 miljoen extra. Met dat bedrag, afgezet tegen de door de minister gewenste macrokorting van € 315 miljoen, kan de vraag gesteld worden of de Nederlandse gezondheidszorg een zo grote bezuiniging nodig had gehad wanneer de privéklinieken niet zo’n grote vlucht hadden gemaakt.

Zorgvuldiger berekening

Of trekken we deze conclusie, vanuit ‘ziekenhuisperspectief’, nu wat te snel? Wellicht dat de ambtenaren die de minister adviseren dat zorgvuldiger kunnen berekenen. Hopelijk leiden de uitkomsten van deze berekeningen tot een zuiverder afweging bij de vraag of de privéklinieken toch harder mogen groeien dan de ziekenhuizen. En wellicht zou over de periode van 2005 tot en met 2010 kunnen worden berekend wat we hadden kunnen besparen zonder ‘de financiële last’ van privéklinieken.

Dick van Goor, voorzitter a.i. van de Raad van Bestuur van ziekenhuis De Tjongerschans in Heerenveen

Lees ook:

Meer gastweblogs

door Gastauteur 10 mrt 2011 laatste update:11 mrt 2011