8 nov 2011

Blog

Als gevolg van de afwijzing van de EPD-wet door de Eerste Kamer in april jl. dreigt de kostbare infrastructuur (het Landelijk Schakelpunt, een investering van ruim € 300 miljoen) naar de schroothoop te verdwijnen.
Wordt het LSP gered?

Nictiz, dat verantwoordelijk was voor de inrichting en implementatie van het EPD, zag zich gedwongen de overeenkomsten met de 4400 aangesloten zorginstellingen op te zeggen en het contract met provider CSC werd slechts tot 1 januari 2012 verlengd, waarna het LSP zal ophouden te functioneren. Op dat moment zouden de gegevens van 9 miljoen personen die met het EPD hadden ingestemd worden vernietigd. Hun toestemming was immers gebaseerd op een opt out (u wordt opgenomen tenzij u bezwaar maakt), waarvoor de EPD-wet de wettelijke basis gaf. Zonder EPD-wet geldt echter de basisregel van de Wet bescherming persoonsgegevens, dat voor iedere verwerking van medische gegevens de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkenen nodig is.

Voortzetting LSP

In opdracht van minister Schippers heeft Nictiz de afgelopen maanden onderzocht of het LSP kan worden voortgezet. In overleg met het zorgveld en steun van de koepelorganisaties kwam Nictiz met een constructieve oplossing. Het LSP zou worden overgenomen door een Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorginformatieuitwisseling (VZZ) waarin aangesloten zorgaanbieders zouden deelnemen. De feitelijke uitvoering van de werkzaamheden zou door de vereniging worden ondergebracht in een Servicecentrum voor Zorgcommunicatie. Het Nictiz meende dat de Wet bescherming persoonsgegevens de mogelijkheid biedt om voor een dergelijke voorziening een uitzondering te maken op het toestemmingsvereiste en te volstaan met een opt out. De toestemming voor het EPD zou zo kunnen worden 'omgezet' in toestemming voor de nieuwe opzet.

Overname

Het College Bescherming Persoonsgegevens dacht daar anders over en oordeelde in augustus dat voor de VVZ geen uitzondering kan worden gemaakt. Dat zou alleen mogen voor 'hulpverleners, instellingen of voorzieningen voor de gezondheidszorg' die aan het medisch beroepsgeheim zijn gebonden. En omdat de VVZ daar niet toe behoort zou het LSP door haar alleen mogen worden gebruikt voor de uitwisseling van gegevens van patiënten die daarmee vooraf uitdrukkelijk hebben ingestemd. Nictiz had vervolgens weinig keus en verzocht de minister op die basis in te stemmen met overname van het LSP door de VVZ.

Schepje bovenop

De minister lijkt daar nu nog een schepje bovenop te doen. In de juridische analyse die zij het parlement in juni toezond werd gesteld dat zowel voor het opnemen van gegevens in een elektronisch patiëntendossier, als voor iedere elektronische uitwisseling van de gegevens zelf altijd vooraf de toestemming van de patiënt vereist. Op dit moment hoeft een arts of ziekenhuis die toestemming niet te vragen als de gegevens in het kader van de behandeling worden vastgelegd of aan een andere arts of zorgverlener worden verstrekt.

Wetgeving

De minister heeft in haar brief van 13 september jl. aan het parlement aangegeven dat zij de wet gaat aanpassen. Kennelijk gaat uitdrukkelijke toestemming worden voorgeschreven worden. Daarmee zou de Minister het zichzelf (en het veld) onnodig moeilijk maken en dreigt het LSP alsnog te verdwijnen.
Onnodig, omdat de huidige wetgeving wel degelijk de mogelijkheid biedt om een uitzondering te maken voor de VVZ. Het is onjuist dat die gekoppeld moet zijn aan het medisch beroepsgeheim, zoals het CBP stelt.

Bedreiging voortbestaan LSP

Het LSP is niet meer of minder dan een IT infrastructuur voor de uitwisseling van gegevens. De VVZ is slechts de beheerder van dat systeem, te vergelijken met een IT-bedrijf waaraan een zorginstelling het beheer van haar IT-systeem aan uitbesteed. Daarvoor is (uiteraard) niet de voorafgaande toestemming van de patiënt nodig. Dat de minister die nu verplicht lijkt te willen stellen voor opname en verstrekking van patiëntgegevens betekent een bedreiging voor het voortbestaan van het LSP. Ook regionale uitwisseling van patiëntgegevens komt daarmee op losse schroeven te staan. Zolang het nieuwe wettelijk kader ontbreekt is volstrekt onduidelijk hoe, hoe vaak en waarvoor toestemming moet worden gevraagd.

Onwerkbare situatie

Vermeden moet worden dat er een regeling komt die voor iedere verstrekking voorafgaande toestemming voorschrijft. Ook in de zorg dreigt de (te) letterlijke interpretatie van privacyregels te leiden tot een data explosie en een onwerkbare situatie. Het LSP zal daarvan het eerste slachtoffer worden. Zorgaanbieders gaan nog meer administratieve taken krijgen. En de patiënt is de dupe van deze regelzucht.
Zo lijkt het doel van het EPD – vermindering van sterfgevallen door een goede uitwisseling van patiëntgegevens – steeds verder weg te raken.

Wolter Wefers Bettink, advocaat bij Houthoff Buruma

door Mark van Dorresteijn 8 nov 2011