25 mrt 2012

Blog

Het kabinet is nu daadwerkelijk van plan een aantal toezichtdiensten, én de zogenoemde marktmeesters, te concentreren en samen te voegen. Het betreft de NMa, de OPTA en de onlangs ingestelde Consumentenautoriteit.
Falend toezicht

In het kader van deze besluitvorming kwam ook de positionering van dit soort organen weer aan de orde. De discussie gaat vooral over de mate van hun onafhankelijkheid, de band met het departement en de politieke verantwoordelijkheid van de betrokken ministers. Die discussie is volkomen legitiem, maar het kabinet heeft bij voorbaat al stelling genomen. Het vindt dat deze instituten direct onder de verantwoordelijkheid van de minister moeten opereren en niet apart gezet dienen te worden van het departement. Die laatste opvatting is mede ingegeven door de belangen van de ambtenaren van het betrokken ministerie.

Onder ministeriële verantwoordelijkheid

Wat dat betreft lopen de politieke en ambtelijke belangen mooi parallel. De minister wil invloed blijven uitoefenen en de belangrijkste benoemingen zelf in de hand houden, zodat hem of haar onaangename verrassingen worden bespaard. En de ambtenaren hebben geen zin om rapporten te krijgen die kritiek hebben op de uitvoering van het beleid of aangeven dat de beoogde effecten van het beleid nauwelijks of niet tot stand komen. Daar hebben ze helemaal geen behoefte aan. Het beleid is goed en als het fout gaat, ligt het aan de uitvoering buiten Den Haag. Dus blijven deze organen onder de ministeriele verantwoordelijkheid opereren en we weten allemaal wat dat inhoudt. De bestuurders van deze organen kijken eerst naar Den Haag om te voelen hoe de wind waait en wat wel of niet gevoelig ligt bij de betrokken ministers en topambtenaren. Zowel ter wille van het behoud van hun eigen baan als, in het verlengde daarvan, ten behoeve van de continuïteit van de organisatie.

Onafhankelijk toezicht vereist

Die stellingname van het kabinet staat in feite haaks op een aantal door de politiek zelf ingezette beleidslijnen, zoals decentralisatie, terugdringing van overheidsinvloed en de invoering van marktwerking op allerlei beleidsterreinen. Daarvoor is een onafhankelijk systeem van toezicht en marktmeesterschap een van de belangrijkste eisen die het kabinet zelf heeft gesteld bij de invoering van deze plannen. Desalniettemin, als het bekende puntje bij het paaltje komt, deinst men terug en houdt men het toezicht en marktmeesterschap liever in eigen hand.

Inspectie voor de Gezondheidszorg

Deze gang van zaken is ook te zien op het terrein van de gezondheidszorg. Essentieel voor de marktwerking in deze sector is een goed en onafhankelijk toezicht en marktmeesterschap. Daarvoor zijn twee belangrijke en essentiële organen in de zorg aangewezen.
Voor de broodnodige bewaking van de kwaliteit van de zorg is de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) de aangewezen instantie. En hoe staat het daarmee? Beroerd mogen we wel zeggen. De laatste tijd staat de IGZ bloot aan grote kritiek: ze loopt bij allerlei gevallen achter de feiten aan, ze pikt onvoldoende signalen op, ze stelt zich buitengewoon formalistisch op en ze mist de dynamiek die de omgeving van de markt vereist. Daarnaast heeft de inspectie zich nooit kunnen bevrijden van het odium dat ze met de artsen onder één hoedje speelt, dat ze elkaar de hand boven het hoofd houden en dat ze verantwoordelijkheden afschuift naar bestuurders van de zorginstellingen. Verder is de kritiek dat de IGZ zich vaak opstelt in de mainstream van het beleid.
Deze situatie is overigens niet nieuw. Al jaren gaat het niet goed met de IGZ. Steeds hoor je dit soort ‘mankementen’. En ondanks de steeds belangrijker wordende positie van de IGZ blijven drastische structuurmaatregelen achterwege. Ja, de topstructuur is een tiental jaren geleden gewijzigd door Kingma: van één hoofdinspecteur naar een inspecteur-generaal en vier hoofdinspecteurs. Maar zoden aan de dijk heeft het niet gezet.

Nederlandse Zorgautoriteit

Een ander orgaan is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de marktmeester annex toezichthouder annex tariefregulator. Alles onder één dak en direct onder verantwoordelijkheid van de minister. Ook dit orgaan lijdt aan soortgelijke manco’s als de IGZ, zij het dat de wetgeving en de feitelijke regels de NZa wat meer power geven. Maar ook hier is sprake van een sterke oriëntatie op het overheidsbeleid. De marktwerking is op sommige terreinen ingevoerd, terwijl de marktmeester eigenlijk had moeten constateren dat de consument en de omgeving er nog niet aan toe waren. Daarnaast veroorzaken de verschillende bevoegdheden en taken onderlinge fricties. Een duidelijk voorbeeld is de invoering van de marktwerking bij de tandartsen. Hetzelfde orgaan dat belast is met de invoering van de liberalisering, wordt gevraagd onderzoek te doen naar de uitwerking van die maatregelen. Typisch een geval van de slager die zijn eigen vlees keurt. De uitkomst staat al vast en Den Haag is weer tevreden.
Ook de NZa volgt de mainstream van het beleid. De positie van dat orgaan bij het faillissement van Meavita maakte dat volstrekt duidelijk. De NZa, als marktmeester en toezichthouder, stond erbij en keek ernaar toen de staatssecretaris van VWS besloot even 30 miljoen steun te verlenen. Een ongehoorde ingreep, maar de NZa voerde hem trouwhartig uit.

Vertrouwen is essentieel

Waarom ik mij daar zo druk over maak? Het is essentieel voor de consument/verzekerde/cliënt/patiënt dat die vertrouwen kan hebben in de toezichthouders. Dat die bij klachten over de kwaliteit of over in rekening gebrachte kosten terechtkan bij een instantie die objectief oordeelt en zaken recht kan trekken. Het is evenzeer voor de burger in het algemeen van belang dat die erop aankan dat het beleid dat in Den Haag wordt bedacht, in de praktijk getoetst kan worden aan redelijkheid, kwaliteit en rechtvaardigheid. Ten slotte is dat ook van belang voor het beleid zelf. Zonder een adequate en onafhankelijke toetsing op de beoogde effecten van het beleid wordt de kwaliteit van het primaire beleidsproces er bepaald niet beter op.

Rob Scheerder

Lees meer:

Lees ook de andere weblogs van Rob Scheerder.

door Rob Scheerder 25 mrt 2012