Familie en vrienden moeten een grotere rol vervullen in de zorg aan dementerenden, aldus drie experts in de Volkskrant begin mei. Er ligt een enorm arbeidsmarktvraagstuk in de ouderenzorg. Dat is zonneklaar, maar dit is een achterhaald appèl aan velen, onder andere aan mij, dochter van een moeder met Alzheimer in vergevorderd stadium.
Mensen met dementie hebben 24 uur per dag aandacht en zorg nodig, maar krijgen die zelden. De verzorging heeft haar handen vaak vol aan de basale handelingen: uit bed halen, wassen, aankleden, voeden, verschonen, in bed stoppen. Voor alle extraatjes – die soms ook wel zinvol leven worden genoemd – zijn verpleeghuizen aangewezen op familie en vrienden, aldus de experts. Hoeveel mensen hebben een netwerk dat intensieve mantelzorg langdurig, vaak meer dan tien jaar aan een stuk, op kan brengen?
Mantelzorg in de jaren vijftig
In de vijftigerjaren van de vorige eeuw, toen bejaarden gemiddeld vijf tot tien kinderen hadden en vrouwen nog nauwelijks betaalde arbeid verrichten, was mantelzorg een intelligent alternatief. Handen genoeg. Maar de huidige generatie (dementerende) bejaarden heeft twee, hooguit drie kinderen, van wie de dochters ook vaak banen hebben en net als de zonen woekeren met hun tijd in de piek van hun leven. Er is bovendien een recessie gaande. Wie zijn vaste baan koestert, dient geen verzoek in voor een dag extra vrij, en al helemaal niet met de motivatie om voor zijn dementerende ouder te zorgen. Maar meer dan om ons eigen hachje maken wij ons zorgen over het lot van onze kinderen. In de huidige economische onzekere tijden lijkt een ding zeker: zij krijgen het slechter dan wij. En dus buffelen wij door om het appeltje voor de dorst voor onze achilleshiel veilig te stellen en wringen we ons daarnaast in bochten om ‘aanwezige ouders’ te zijn. En ja – pure luxe natuurlijk – dan hebben wij ook nog vrienden en eigen dromen die het verdienen om nagejaagd te worden.
Juk der vergrijzing
We staan nog maar aan het begin van de vergrijzing. Onze kinderen hebben het juk van miljoenen bejaarden op hun schouders, met de piek rond 2040. Hoe gaan zij dat economisch dragen en dan ook nog mantelzorger zijn?
Is de poging van de experts om de samenleving te activeren voor mantelzorg het antwoord op de nijpende vraag naar handen aan het bed? Ik denk het niet; ‘hun’ samenleving bestaat simpelweg niet meer. Bovendien neem ik (nog) geen genoegen met mantelzorg als dé oplossing: zorg is een vak waar je professionals voor nodig hebt. Ooit ben ik met hart en ziel verpleegkundige geweest en ik weet nog steeds waarom. Er zijn alternatieve scenario’s. De komende tijd zal ik op deze plek er enkele beschrijven.
Carla de Jong,
Schrijfster van romans en consultant in de gezondheidszorg.