Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Wmo-budget met 200 miljoen gekort

Voor de huishoudelijke hulp stelt het Rijk 1,1 miljard euro beschikbaar in 2011. Dat is 200 miljoen minder dan het lokale bestuur momenteel ontvangt om de hulp te betalen. Dat meldt nieuwssite Gemeente.nu vandaag.
Wmo-budget met 200 miljoen gekort

Gemeente.nu baseert het nieuws op de juni-circulaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Op grond van onderzoek door adviesbureau Cebeon heeft BZK besloten dat de thuiszorg structureel minder moet kosten. Zo zou 150 miljoen te besparen zijn. De overige 50 miljoen moet te vinden zijn door meer efficiencywinst binnen de Wmo. Gemeenten zouden vaker moeten samenwerken in het aanbieden van voorzieningen en zo de kosten delen.

Uitvoeringskosten

Overigens komt er wel 70 miljoen bij voor de uitvoeringskosten voor de hulp, maar bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten staat niemand te juichen over de totale korting van 200 miljoen, erkent ook het ministerie. “Op maandag 31 mei vond bestuurlijk overleg plaats tussen het ministerie van Volksgezondheid (VWS) en de VNG over het budget voor huishoudelijke hulp”, staat in de circulaire. “In dat overleg is geen overeenstemming bereikt.”

Ongewenste korting

De VNG pakt uit met redenen waarom de korting ongewenst is: het is in strijd met eerdere afspraken, de pijn komt terecht bij hulpbehoevende mensen en de korting zou een groot obstakel zijn voor mogelijke innovaties binnen de Wmo. Dat er moet worden gesneden in het budget ligt volgens de vereniging aan andere zorgverleners. De verzekeraars houden hun kosten niet onder controle, uit de AWBZ lekt geld weg en medisch specialisten verdienen te veel. Aanstaande donderdag zit de VNG weer aan tafel met VWS. (Zorgvisie – Wouter van den Elsen / Twitter)

Lees meer:

Het Zorgvisie Wmo-congres
Abvakabo FNV presenteert wensenlijst voor de Wmo
VNG tegen Wmo-wet Agnes Kant

Zorgvisie magazine

Interesse in meer achtergronden? Word nu abonnee van Zorgvisie.


Eén reactie

  • no-profile-image

    Ger Henstra

    Fundamentele herijking uitgangspunten huishoudelijke hulpmarkt noodzaak

    Het Rijk wil 200 miljoen korten op het Wmo-budget (bron: Zorgvisie, 5 juli 2010). Dat is een besparing van 25% op een totaalbudget van circa 850 miljoen euro. Dit is een onrealistische, zelfs onmogelijke opgave, die enorme gevolgen zal hebben voor alle betrokken partijen in de markt voor huishoudelijke hulp. Degenen die al onder vuur liggen, zullen wederom het zwaarst worden getroffen: de huishoudelijke hulp-medewerkers. Want stel dat de besparing wordt doorgevoerd op de tarieven, dan zullen deze met gemiddeld 5 euro dalen. Het gemiddelde tarief in Nederland bedraagt zo’n 20 euro. Het tarief komt dan uiteindelijk uit op 15 euro. Het gemiddelde bedrag dat nodig is voor loon en sociale lasten van fwg voor 15 mensen ligt op 19,60 euro. De besparing zal dan altijd ten laste van de personeelskosten moeten worden gerealiseerd. En wie krijgt de rekening? Juist: het personeel.

    Ook de cliënten zullen de gevolgen van de besparing ondervinden. Stel dat de korting wordt doorgevoerd door de eigen bijdrage te verhogen voor cliënten, dan betekent dit voor de klant gemiddeld een verhoging van 700 euro per jaar. Dit is volstrekt onaanvaardbaar.

    Een ander gevolg van de besparing is dat zorgaanbieders niet meer in staat zijn huishoudelijke hulp te organiseren, en zullen zorginstellingen, nog meer dan nu al het geval is, besluiten diensten te schrappen, met alle gevolgen van dien.

    Nieuwe visie
    Het kan ook anders. De overheid en gemeenten zullen een nieuwe visie moeten ontwikkelen hoe er met de huishoudelijke hulp in het kader van de Wmo moet worden omgegaan. Wil je 25% bezuinigen in deze toch al kwetsbare markt, dan is een fundamentele herijking van de uitgangspunten een absolute noodzaak. In deze visie moet worden nagedacht over tariefstellingen waarbij cao-verplichtingen aan personeel moeten worden nagekomen. Ook moet er worden nagedacht over het toekennen van indicaties. Krijgt iedereen nog een indicatie of geldt deze alleen maar voor mensen met een inkomen tot bijvoorbeeld 35.000 euro, en daarboven niet meer? Ofwel: wie krijgt nog huishoudelijke hulp betaald uit het Wmo-budget en wie niet meer?

    Stop met aanbestedingen door gemeenten
    Stop met de jaarlijkse aanbestedingen door gemeenten. Sluit langdurige contracten af met aanbieders die de cao naleven en lever tegen tarieven die nodig zijn. Laat concurrentie plaatsvinden op overhead en niet op arbeidsvoorwaarden. Al met al worden door het niet meer aanbesteden door gemeenten enorme kosten bespaard op advocaten en adviesbureaus die nu keer op keer worden ingeschakeld om aanbestedingen voor te bereiden, te begeleiden en te controleren. Ook het niet meer indiceren door bijvoorbeeld het CIZ bespaart kosten, maar ook standaardindiceringen van drie uur zullen herzien moeten kunnen worden. Inzichten uit het buitenland moeten bij deze heroverwegingen worden meegenomen. Het Belgische systeem van dienstencheques bijvoorbeeld vermindert de bureaucratie bij de gemeenten enorm. Kortom, er ligt een zware opgave om de huishoudelijke hulp-markt te herijken. Dat is de plicht van de centrale overheid en gemeenten.

    Ger Henstra
    Directeur Assist B.V.

    Assist hanteert een bedrijfsmatige aanpak om te overleven in de Wmo-markt, met daarin aandacht voor klantgerichtheid, kwaliteit en opleidingen. Deze aanpak giet Assist in joint ventures die ze aangaat met zorginstellingen, waarbij de kosten voor overhead sterk gereduceerd kunnen worden en de zorginstelling de regie houdt. Assist is de tweede speler in de markt van de Wmo.
    Meer informatie op www.assistzorg.nl

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden