Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

‘De situatie is somber maar niet wanhopig’

De Orde van Medisch Specialisten voert een intensieve lobby voor behoud van het vrije ondernemerschap. ‘De situatie is somber maar niet wanhopig’, aldus Frank de Grave.
‘De situatie is somber maar niet wanhopig’
Foto: ANP Koen Suyk

Medisch specialisten dreigen het recht om zelfstandig te declareren kwijt te raken. Dat meldde Zorgvisie gisteren op basis van een concept-rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) over invoering van integrale tarieven per 2015. De Orde legt zich daar echter niet bij neer, vertelde een strijdbare voorzitter Frank de Grave aan honderden medisch specialisten in de Domus Medicia. ‘VWS moet kiezen. Het kan niet zo zijn dat medisch specialisten meewerken aan maatregelen om de doelmatigheid te vergroten als er onduidelijkheid blijft rond de positie van specialisten.’ Op een vraag uit de zaal hoe hij de kans op slagen inschat, antwoordt De Grave ‘de situatie is somber maar niet wanhopig’. Hij houdt er niet van te optimistisch te zijn. Maar voor medewerking aan een nieuw convenant - met een aanzienlijke lager groeicijfers dan 2,5 procent - heeft VWS de medewerking nodig van de specialisten. Dat biedt onderhandelingsruimte.

Implicaties verdwijnen declaratierecht

De Orde probeert het ministerie, de NZa en de ziekenhuizen ervan te doordringen wat de gevolgen zullen zijn als de minister het NZa-conceptadvies overneemt. Het afschaffen van het declaratierecht betekent dat vrijgevestigde specialisten in een fictief dienstverband komen. Ze raken hun fiscale voordelen van circa 15.000 euro dan kwijt. Bovendien onstaat er grote onzekerheid rond pensioenaanspraken en de waarde van de goodwill die ze hebben betaald. De onzekerheid leidt nu al tot veel onrust.

Specialisten verlaten ziekenhuizen

Om de fiscale voordelen te blijven genieten, zullen specialisten ervoor kiezen om op grotere afstand van het ziekenhuis te werken. Ze zullen zich verenigen in zorg-bv’s of in regiomaatschappen. Er ontstaat zo een verwijdering tussen de belangen van medisch specialisten en de ziekenhuizen. Dat kan leiden tot chaotische situaties. De invoering van de integrale tarieven beoogt juist dat de belangen meer samenvallen. De Orde heeft daarvoor in het Witte Boek een samenwerkingsmodel gemaakt. In dat model declareren ziekenhuis en medisch specialisten samen.

Commissie-Meurs en regeerakkoord

Het is de vraag of de Orde voldoende politieke steun kan vinden in Den Haag. Voor het kabinet Rutte-II is het advies van de commissie-Meurs leidend bij het inkomensbeleid van medisch specialisten. In het regeerakkoord wordt het voornemen om het declaratierecht te schrappen al aangekondigd: ‘Het fiscale ondernemersvoordeel voor medisch specialisten vervalt in 2015, als het specialistenhonorarium integraal onderdeel is van het ziekenhuisbudget en het beheersmodel medisch specialisten verdwijnt. De vorming van mega- of regiomaatschappen wordt ontmoedigd.’ De NZa doet niets anders dan die lijn volgen. De Orde hoopt het vrije ondernemerschap te behouden door in te zetten op samenwerkingsverbanden tussen specialist en ziekenhuis waarin de artsen ook echt financiële risico’s dragen en ‘mee-ademen’ met de resultaten van het ziekenhuis.

Wet normering topinkomens

Als het kabinet kiest voor afbouw van het vrije ondernemerschap en specialisten in loondienst, dan vormt de Wet normering topinkomens nog een obstakel. Specialisten mogen dan niet meer verdienen dan 130 procent van een ministersalaris, ofwel 188.000 euro. Als die wet nog wordt aangescherpt - zoals in het regeerakkoord staat - wordt dat mogelijk teruggebracht naar het inkomen van een minister (maximaal 144.000 euro) of naar het niveau van een directeur-generaal (maximaal 120.000 euro).

Medisch specialisten dreigen het recht om zelfstandig te declareren kwijt te raken. Dat meldde Zorgvisie gisteren op basis van een concept-rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) over invoering van integrale tarieven per 2015. De Orde legt zich daar echter niet bij neer, vertelde een strijdbare voorzitter Frank de Grave aan honderden medisch specialisten in de Domus Medicia. ‘VWS moet kiezen. Het kan niet zo zijn dat medisch specialisten mee werken aan maatregelen om de doelmatigheid te vergroten als er onduidelijkheid blijft rond de positie van specialisten.’ Op een vraag uit de zaal hoe hij de kans op slagen inschat, antwoordt De Grave ‘de situatie is somber maar niet wanhopig’. Hij houdt er niet van te optimistisch te zijn.

De Orde probeert het ministerie, de Nza en de ziekenhuizen ervan te doordringen wat de gevolgen zullen zijn als de minister het conceptrapport overneemt. Het afschaffen van het declaratierecht betekent dat vrijgevestigde specialisten in een fictief dienstverband komen. Ze raken hun fiscale voordelen van circa 15.000 euro dan kwijt. Bovendien onstaat er grote onzekerheid rond pensioenaanspraken en de waarde van de goodwill die ze hebben betaald. Om de fiscale voordelen te blijven genieten, zullen specialisten ervoor kiezen om op grotere afstand van het ziekenhuis te werken. Ze zullen zich verenigen in Zorg-BV’s of in regiomaatschappen. Er ontstaat zo een verwijdering van de belangen van medisch specialisten en de ziekenhuizen. Dat kan leiden tot chaotische situaties. De invoering van de integrale tarieven beoogt juist dat de belangen meer samenvallen. De Orde heeft daarvoor in het Witte Boek een samenwerkingsmodel gemaakt. In dat model declareren ziekenhuis en medisch specialisten samen.

Het is de vraag of de Orde voldoende politieke steun kan vinden in Den Haag. Voor het kabinet Rutte-2 is het advies van de commissie-Meurs leidend bij het inkomensbeleid van medisch specialisten. In het regeerakkoord wordt het voornemen om het declartierecht te schrappen al aangekondigd: ‘Het fiscale ondernemersvoordeel voor medisch specialisten vervalt in 2015, als het specialistenhonorarium integraal onderdeel is van het ziekenhuisbudget en het beheersmodel medisch specialisten verdwijnt. De vorming van mega- of regiomaatschappen wordt ontmoedigd.’ De Nza doet niets anders dan die lijn volgen. De Orde hoopt het vrije ondernemerschap te behouden door in te zetten op samenwerkingsverbanden tussen specialist en ziekenhuis waarin de artsen ook echt financieële risico’s dragen en ‘mee ademenen’ met de resultaten van het ziekenhuis.

Als het kabinet kiest voor afbouw van het vrije ondernemerschap en specialisten in loondienst, dan vormt de Wet Normering Topinkomens nog een obstakel. Specialisten mogen dan niet meer verdienen dan 130 procent van een ministersalaris, ofwel 188.000 euro. Als die wet nog wordt aangescherpt, wordt dat mogelijk teruggebracht naar het inkomen van een minister (maximaal 144.000 euro) of een topambtenaar (maximaal 120.000 euro).

2 reacties

  • Koos

    In de tijd dat ze vechten voor hun eigen hachje, kunnen ze niet pleiten voor het afschaffen van de second opinion...
    En wat gaat nou het meeste opleveren?

  • Maarten1

    Het lijkt mij duidelijk dat de zorgkosten het sterkst zullen dalen indien specialisten in loondienst komen. Niet allen zal hun inkomen dalen, maar vooral ook de prikkel om mensen onnodig te behandelen. Als de minister dus echt wil snijden in de kosten dan zou haar keuze duidelijk moeten zijn.

    Echter als de minister geen problemen wil met de medisch specialisten, dan kiest zij voor medewerking van de medisch specialisten nu en hogere zorgkosten later (na afloop van haar termijn). En de eerste wet van Den Haag dicteert dat politici altijd de gemakkelijkste uitweg kiezen.

    Het feit dat Frank de Grave een interview geeft bevestigt dat deze uitkomst al is beklonken met Schippers. Frank is handig genoeg om geen publiciteit te zoeken voorafgaand aan een verlies. Daarnaast kan de publiciteit helpen om de medisch specialisten te laten geloven dat ze echt moeten inbinden 'want de situatie is somber'. Dus ik verwacht OMS - Nederlandse volk: 1-0, of eigenlijk 6-1 in termen van specialisteninkomens in verhouding tot het modale inkomen.

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden