Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Ruimte voor verzekeraars in conflict met Opvoedpoli

De ‘wurgcontracten’ van verzekeraars die het bestaan van de succesvolle Opvoedpoli bedreigen, kunnen blijven bestaan. Staatssecretaris Martin van Rijn verdedigt in zijn antwoord aan de Tweede Kamer de ‘sleutelrol van zorgverzekeraars om kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg te handhaven’ door verschillende contracten aan zorgaanbieders te bieden.
Ruimte voor verzekeraars in conflict met Opvoedpoli
Foto: ANP Roos Koole

De verschillende contracten die zorgverzekeraars in de ggz en jeugd-ggz gebruiken, zijn niet onoorbaar. Sterker nog, staatssecretaris Van Rijn verdedigt de sterke positie van verzekeraars tegenover de zorgaanbieder in de onderhandelingen over zorgcontracten. De Opvoedpoli, die zeer succesvol in de jeugd-ggz werkt, heeft de Nederlandse Zorgautoriteit gevraagd in te grijpen in de contractonderhandelingen. De Opvoedpoli vindt dat er sprake is van wurgcontracten.

Geen onderhandelingsruimte

Zorgaanbieder De Opvoedpoli in Amsterdam kwam eind 2012 in de financiële problemen. Bestuurder Linda Bijl stelde dat zij tegen veel problemen aanliep bij zorgverzekeraars. Zij kreeg van verzekeraars weinig tot geen onderhandelingsruimte, waardoor de vergoedingen voor het zorgaanbod te laag waren. In combinatie met de groei van de Opvoedpoli kwam de liquiditeit van de particuliere jeugdzorgaanbieder onder druk te staan. De Opvoedpoli verzocht de NZa om in te grijpen in deze ongelijke situatie.

Communicatie

De zorgautoriteit concludeerde echter dat er geen reden is om in te grijpen en oordeelde dat de problemen tussen De Opvoedpoli en verzekeraars vooral samenhangen met de onderlinge communicatie. Er zijn geen regels overtreden, aldus de staatssecretaris in antwoorden op vragen van de vaste Kamercommissie die zich met deze zaak bezighoudt. Van Rijn ‘vertrouwt op de beoordeling van de NZa’.

GZ-psycholoog

Een tweede klacht van De Opvoedpoli aan het adres van zorgverzekeraars ging over het afwijzen van de GZ-psycholoog als hoofdbehandelaar. De Opvoedpoli maakt veel gebruik van deze behandelaars en op basis van hun competenties zouden zij in de tweedelijns ggz deze taak op zich moeten kunnen nemen, vindt Linda Bijl. Staatssecretaris Van Rijn is het met ‘alle partijen in het veld eens’ dat er duidelijkheid moet komen over wie hoofdbehandelaar mag zijn. ‘Partijen zullen op basis van het concept-IGZ-advies proberen om gezamenlijk tot een norm voor het hoofdbehandelaarschap komen.’

Carolien Stam

Eén reactie

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden