Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Gemeenten vormen black box bij indicatiestelling Wlz

Tussen gemeenten zijn grote verschillen in het aantal mensen dat een beroep doet op de Wet langdurige zorg (Wlz). Dat constateert het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) op basis van de cijfers over 2015. Ook krijgen bepaalde groepen minder makkelijk toegang tot de Wlz.
Ouderen_Shotshop_mmq-inp[1]_Monkey Business 2-450.jpg
Monkey Business

Eén jaar indicatiestelling is te kort voor schokkende trends, stellen Marcel de Krosse, strategisch adviseur van het CIZ en Birgit van Veldhuizen, hoofd analyse & advies CIZ. Maar opvallend is wel dat er per Wmo-regio grote verschillen zijn tussen het aantal mensen dat aanklopt bij het CIZ. In de Haarlemmermeer en de Hoekse Waard zijn ongeveer 4 aanvragen per 1000 inwoners. Dat is weinig, afgezet tegen het landelijk gemiddelde van 6,1. Zuid-Limburg en vooral zuidoost Utrecht laten een heel ander beeld zien. Daar zijn respectievelijk 8,4 en 8,6 Wlz-aanvragen per 1000 inwoners.

Gemeenten: eerst langs Wlz
Het CIZ is op zoek naar het verhaal achter de cijfers en organiseerde eind april een bijeenkomst waar ook zorgverzekeraars en gemeenten waren vertegenwoordigd. Naast interviews met de eigen CIZ-indicatiestellers leverde dat mogelijke verklaringen op. ‘Het kan zijn dat in gebieden met weinig Wlz-aanvragen huisartsen en andere zorgaanbieders goed samenwerken om mensen langer thuis te laten wonen’, zegt Van Veldhuizen. ‘Het kan ook komen doordat in bepaalde gebieden meer een cultuur is van elkaar helpen.  Daarnaast komt het voor dat gemeenten eisen dat burgers eerst een Wlz-aanvraag moeten doen, voordat ze bij de gemeente aankloppen voor begeleiding via de Wmo.’

Verband met Wmo onduidelijk
Voor een volledige analyse zouden de cijfers over de Wlz-indicatie naast die van de indicatiestelling in de wijkverpleging en de Wmo moeten worden gelegd, maar dat is slechts gedeeltelijk mogelijk. Zorgverzekeraars zullen op een gegeven moment wel een overzicht hebben van de indicatiestelling in de wijkverpleging, maar er is geen enkele instantie die een landelijk overzicht bijhoudt van de toegang tot de Wmo. Gemeenten hebben volledige beleidsvrijheid  gekregen, dus elke gemeente kan dat weer anders doen. ‘Voor het volledige overzicht zou het goed zijn als we beter zicht hebben op de indicatiestelling in de Wmo’, beaamt De Krosse.

Toegang strenger voor lichamelijk gehandicapten
De CIZ-cijfers over 2015 laten verder zien dat bepaalde groepen mensen minder makkelijk toegang hebben tot de Wlz. Behalve voor mensen met een lichamelijke handicap is er veel veranderd voor jonge kinderen met een complexe problematiek. ‘Het is heel lastig om vast te stellen of die problematiek blijvend is. Bij kinderen hebben we vaak geen idee hoe een aandoening zich gaat ontwikkelen’, zegt De Krosse. Van de gemiddeld 8,1 procent van de Wlz-aanvragen die niet gehonoreerd worden, is dit de grootste groep. Zij vormen circa 20 procent van alle afwijzingen. Dat de ouders van deze kinderen van het kastje naar de muur worden gestuurd, zoals patiëntenorganisatie Ieder(in) constateert, wijt De Krosse aan opstartproblemen. ‘De poortwachters in de Wlz, Wmo, wijkverpleging en Jeugdwet moeten elkaar nog beter leren vinden.’

Dementerenden krijgen minder zorg geïndiceerd
Dat de Wlz strikter lijkt voor ouderen met dementie komt in de cijfers terug. Volgens brancheorganisatie ActiZ krijgen ouderen met dementie een te lage indicatie. Ze kregen zorgprofiel VV05, terwijl ze VV07 nodig hebben. Waren er begin 2015 nog ruim 500 mensen die per maand VV07 toegewezen kregen, vanaf oktober is het maandelijks gemiddelde circa 280. In 2014 kregen nog 8242 ouderen VV07, in 2015 nog maar 4245. Maar volgens De Krosse, van huis uit sociaal-geriater, zou VV05 voldoende moeten zijn voor de meeste mensen met dementie. ‘VV07 is echt alleen voor mensen met ernstige dementie én blijvende gedragsproblemen. Onder de AWBZ kon een tijdelijke ophoging gevraagd worden. In de Wlz krijgt een cliënt voor de rest van zijn leven een zorgprofiel. Dat er in de AWBZ meer mensen met VV07 waren, komt doordat zorgaanbieders makkelijker zelf deze VV07 – al dan niet tijdelijk – indiceerden.’

 

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden