Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Rechter haalt streep door resultaatgericht indiceren Wmo

Gemeenten moeten aangeven hoeveel uren huishoudelijke zorg nodig is. Zorgaanbieders hebben dan niet meer de vrijheid om te schuiven met tarieven en personeel. Maar wellicht zit er voor hen nog wel een verhoging van de tarieven in, zegt aanbestedingsexpert Tim Robbe.
Tim Robbe-450.jpg
Tim Robbe

De hoogste rechter, de Centrale Raad van Beroep (CRvB), heeft vorige week de beleidsruimte van gemeenten beperkt. Drie uitspraken hebben vorige week veel aandacht gekregen. Gemeenten kunnen niet zo maar stoppen met de huishoudelijke hulp, ze kunnen niet volstaan met een collectieve voorziening en moeten goed onderzoek doen naar de individuele hulpbehoefte. Maar de hoogste rechter deed nog een vierde uitspraak die veel minder aandacht heeft gekregen, maar mogelijk nog veel verstrekkendere gevolgen heeft voor gemeenten en zorgaanbieders.

Resultaatgericht indiceren
In die uitspraak op 18 mei bekrachtigt het CRvB een eerdere uitspraak van de rechtbank van Rotterdam. Deze zaak gaat over het zogeheten ‘resultaatgericht indiceren’, zoals de gemeente Rotterdam dat doet. Bij deze nieuwe manier van indiceren sluit de gemeente contracten met zorgaanbieders over de resultaten die zij moeten behalen. Voorbeelden van ‘resultaatgebieden’ zijn ‘een schoon huis’, ‘beschikken over schone kleding’ of ‘versterking van zelfredzaamheid’. Hoe de zorgaanbieders deze resultaten bereiken, is geen zaak van de gemeente. De zorgaanbieders krijgen de vrijheid om dat zelf in te vullen. Hoeveel uren zorg wordt geleverd, welk niveau personeel wordt ingezet: dat is allemaal aan de zorgaanbieder.

Aangeven hoe resultaat wordt bereikt
In de zaak tegen de gemeente Rotterdam oordeelt de rechter dat bij de toekenning van huishoudelijke verzorging in resultaatgebieden een duidelijke maatstaf mist.  ‘De rechter zegt nu, zo mag je niet indiceren. In het indicatiebesluit moet ook staan hoe het resultaat moet worden bereikt’, zegt aanbestedingsexpert en advocaat Tim Robbe. De gemeente moet in de beschikking aangeven hoeveel zorg er aan burgers moet worden gegeven.

Bezuinigingen afwentelen op burgers
Resultaatgericht indiceren is populair geworden onder gemeenten. In navolging van Rotterdam gebruiken zeker 108 gemeenten deze methode om de bezuinigingen op de Wmo te realiseren. Robbe: ‘Voor de bühne houden wethouders mooie praatjes dat zorgaanbieders de vrijheid moeten krijgen om maatwerk te leveren. Maar in de praktijk zien we dat zorgaanbieders de bezuinigingen op de Wmo afwentelen op burgers. De zorgorganisaties korten op het aantal uren zorg dat ze leveren of zetten goedkoper personeel in. Door deze uitspraak hebben zorgaanbieders dus niet meer de vrijheid om te schuiven met uren en de kwaliteit van het personeel.’

Inkoop Wmo op zijn kop
Volgens Robbe hadden gemeenten kunnen zien aankomen dat resultaatgericht indiceren niet mag, want diverse lagere rechtbanken hadden al eerder soortgelijke uitspraken gedaan. ‘Maar resultaatgericht indiceren is zo’n hype onder gemeenten, dat het net lijkt of ze niet willen horen dat het niet mag. Ze zijn zo gefixeerd op innovatie en de transformatie dat ze allerlei dingen bedenken die niet mogen. Na de uitspraken hoorde ik vorige week nog een wethouder zeggen: “Misschien moeten we het beleid nu aanpassen”. Nee, wethouder, de rechter verplicht u uw beleid aan te passen. Deze uitspraak zet de hele inkoop voor 2017 op zijn kop. Gemeenten moeten nu opeens aangeven hoe de resultaten moeten worden bereikt, terwijl ze daar niet op hadden gerekend.’

Belofte om Wmo-tarief te verhogen
Een ander punt dat volgens Robbe weinig aandacht heeft gekregen, zijn de beloftes die veel gemeenten hebben gedaan om de Wmo-tarieven met terugwerkende kracht te verhogen als er geld overblijft. Bij Verantwoordingsdag werd duidelijk dat gemeenten 360 miljoen euro op de plank hebben laten liggen bij de uitvoering van de Wmo 2015. ‘De beloftes die gemeenten hebben gedaan zijn terug te vinden in de notulen van de onderhandelingen en maken juridisch gezien onderdeel uit van de interpretatie van het contract. Het verbaast me dat ik nog geen één zorgaanbieder heb gehoord die gemeenten aan die belofte herinnert. Het is een kwestie van doorspitten van de notulen of de gemeente zo’n toezegging heeft gedaan. En anders zou ik zorgaanbieders adviseren om een verhoging van de tarieven per 2017 te eisen.’

 

5 reacties

  • abuchinhoren

    Eens met de nuancering van Peters. De rechter stelt terecht eisen aan resultaatgerichte financiering. Aan iedere individuele gemeenten nu de schone taak om te beoordelen of men hier al dan niet aan voldoet en of bijstelling van contract, werkproces of beschikking noodzakelijk is.
    Verder interessant om eens kritisch te kijken naar de rechtszekerheid die cliënten hebben in het "oude systeem" waarin geindiceerd en afgerekend wordt in uren. Wat zegt een urenindicatie over wat een cliënt feitelijk aan ondersteuning mag verwachten? Uiteraard vloeit de keuze voor resultaatgericht indiceren/financieren mede voort uit de taakstellingen waarmee gemeenten zijn geconfronteerd, maar nadrukkelijk ook met de wens om het resultaat, waar de ingezette voorziening in moet voorzien, daadwerkelijk centraal te stellen.

  • WimPeters

    @Tim Robbe: Met de hele grote lijn van het artikel ben ik het best eens. Dat heb ik niet ontkend. Waar ik problemen mee heb is met name de zin: "Volgens Robbe hadden gemeenten kunnen zien aankomen dat resultaatgericht indiceren niet mag". Resultaatgericht indiceren niet mag.....Die zin suggereert: alle resultaatgericht indiceren is nu van tafel, dat mag niet. En als je vanuit die zin het artikel leest, krijgen de diverse stellingen een heel andere waarde. Daar heb ik problemen mee. Resultaatgericht indiceren mag best nog, mits het resultaat concreet is aangegeven! Nu gaat het gerucht door Nederland dat het NIET meer mag. ONJUIST!

  • Tim Robbe

    @Wim Peters. Ik stel: "De rechter zegt nu, zo mag je niet indiceren. In het indicatiebesluit moet ook staan hoe het resultaat moet worden bereikt" en "Gemeenten moeten nu opeens aangeven hoe de resultaten moeten worden bereikt, terwijl ze daar niet op hadden gerekend". Wat is daar anders aan dan waarmee je jouw reactie afsluit: "Want de wijze waarop het resultaat bereikt zal worden en wat dat resultaat concreet inhoudt moeten volstrekt helder zijn. Is dat zo dan is er op een juiste wijze geïndiceerd"?

    Gemeenten moeten aan de bak en zorgorganisaties ook. Prima dat we niet meer NIET resultaatgericht indiceren, maar als we dan WEL resultaatgericht indiceren zal dat heel wat beter en anders moeten dan door veel gemeenten nu voorgestaan. De negatieve effecten ervan zijn duidelijk zichtbaar voor degene die zijn oor te luisteren legt. Vooralsnog hebben vooral niet de cliënten baat bij deze wijze van werken. Dat de hoogste rechter daar op juiste wijze met verwijzing naar het rechtszekerheidsbeginsel paal en perk aan stelt is te prijzen. Hulde!

  • WimPeters

    Deze onjuiste interpretatie van een uitspraak van de CRvB stelt dat resultaatgericht indiceren NIET meer mogelijk is. Dat altijd in uren geïndiceerd moet worden.
    De kern van de uitspraak van de CRvB, is dat het resultaat niet helder is. Als je een schoon en leefbaar huis krijgt weet je niet wat dat inhoudt en hoe dat gerealiseerd wordt. De Raad zegt:
    "een duidelijke maatstaf mist....."
    ".... stukken geven geen antwoord op welke concrete wijze het resultaat wordt ingevuld....."
    "..... ook het overzicht van de zorgverleners geeft geen duidelijkheid, zodat de concrete zorg onduidelijk is....."
    Om die redenen acht de Raad de manier waarop Rotterdam omgaat met resultaatgericht indiceren in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
    Dat betekent dat als men op een zodanige manier resultaatgericht indiceert dat de concrete zorg wel duidelijk is (door aan te geven, concreet, wat die hulp inhoudt) dit NIET in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
    Met andere woorden, de interpretatie dat nu alle resultaatgericht indicatie onmogelijk zou zijn is onjuist!
    Want de wijze waarop het resultaat bereikt zal worden en wat dat resultaat concreet inhoudt moeten volstrekt helder zijn. Is dat zo dan is er op een juiste wijze geïndiceerd.

  • JolynvanVuuren

    Toch bijzonder dat de rechter resultaatgericht indiceren binnen de Wmo verboden heeft terwijl binnen de Zvw er een steeds duidelijkere roep is om tot resultaatgerichte bekostiging over te gaan. Juist vanuit de overweging dat de professional het beste weet hoe hij tot een bepaald resultaat (natuurlijk samen met de cliënt vastgesteld) moet komen. Dat degene die de zorg bepaald daarbij eisen stelt aan efficiency en dergelijk is ook logisch. Maar het is daarbij de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder om te kijken of hij voldoende middelen krijgt om de resultaten te bepalen.
    Dat het daar mis gaat in de Wmo lijkt door alle uitspraken ook wel duidelijk. Het gevoel van zorgaanbieders dat ze moeten 'tekenen bij het kruisje' is groot. Overigens speelt ook dat binnen de Zvw-zorg. Resultaatgericht indiceren én bekostigen kan dan ook alleen een succes worden als beide partijen (aanbieder en financier) werkelijk in gesprek gaan over inhoud én budget van de zorg. Het zou jammer zijn als door deze uitspraak de regie over de inhoud van de zorg nog meer bij de gemeenten komt te liggen.

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden