Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Droombestuurders

Staatssecretaris Martin van Rijn kan lokale bestuurders voor de Transitie langdurige zorg niet meer bieden dan dromen over inspiratie. Filosoof en wetenschapper Klaas Mulder betwijfelt of de 'Yes-we-can'-aanpak wel gaat werken als tegelijkertijd zo hard wordt bezuinigd.
Droombestuurders

Als de Rijksoverheid in het verleden grote veranderingen in de samenleving wilde bewerkstelligen, stelde ze daarvoor een wet vast en maakte ze budgetten vrij. In de ruimtelijke ordening waren er de Vierde nota en het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing. In het onderwijs hadden we de Mammoetwet, in de zorg de AWBZ. Het waren allemaal min of meer klassieke sturingsprogramma's: maatschappelijke veranderingen werden afgedwongen met een stelsel van wet- en regelgeving, huisvestingsbeleid, subsidies en vastgestelde beroepscompetenties voor professionals.
Met de invoering van de Wmo in 2006 veranderde dat. Aan mijn studenten in het hbo vertel ik dat je die afkorting ook als Wet ongelijke behandeling zou kunnen uitleggen. Immers, voor voorzieningen die in de ene gemeente worden vergoed moeten cliënten in een andere gemeente zelf betalen. Ik vertel daar ook altijd bij dat daar goede redenen voor zijn: 'maatwerk'.

Droom in plaats van beleidskader

De veranderingen in de zorg die we transities noemen zijn van een heel andere orde dan eerdere beleidswijzigingen. In essentie wordt niet een nieuw beleidskader uitgerold, maar een nieuwe droom. Er is fors minder geld per cliënt beschikbaar dan enkele jaren geleden en er is maar een heel summier juridisch kader. Gemeenten en zorgaanbieders moeten de klus kunnen klaren met een manier van denken die het Rijk hun aanreikt. En of dat voldoende is ...?
Het geldt niet alleen in de zachte sector – waar je dit type zachte sturing zou verwachten – maar in alle hoeken van de publieke zaak. De samenwerkende ministeries van stenen vulden ooit samen het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing. In drie tranches van 4 jaar ging respectievelijk 1,8 miljard, 1,5 miljard en 800 miljoen euro naar de steden. Het was trigger money, bedoeld om investeerders bij andere overheden, woningcorporaties en bedrijfsleven in beweging te krijgen. In de Kamerbrief van minister Blok van 24 februari dit jaar worden heel andere bedragen genoemd (en de oude verzwegen): zo is er een schamele 15 miljoen beschikbaar voor particuliere woningverbetering. Het belangrijkste beleidsinstrument wordt inspiratie: boeken en conferenties over best practices moeten laten zien dat het allemaal echt anders kan, en ook nog zonder dat het iets kost.

Uit een ander ministerie komen dezelfde geluiden. Eén van de meest merkwaardige zinnen over de betrokkenheid van het Rijk las ik in een Kamerbrief van staatssecretaris Dekker van Onderwijs en Media. Naar aanleiding van een rapport van de Kinderombudsman over de thuiszitters schrijft hij: 'Een wettelijk geregelde doorzettingsmacht vind ik niet passen in een systeem waarin ruimte voor lokaal maatwerk wordt geboden.'

Warme kwartaalbrief Van Rijn

Die voorbeelden helpen ons om staatssecretaris Van Rijn een beetje beter te begrijpen. Hij is lid van een regering die het 'op de handen zitten' tot kern van haar sturingsfilosofie heeft gemaakt. Daarom schrijft hij af en toe een mooie, warme kwartaalbrief aan gemeenten over de Jeugdzorg en de Wmo. Vrij vertaald schrijft hij "Lieve burgemeesters en wethouders, mag ik u even inspireren? Ik heb te weinig geld en wordt overspoeld met signalen dat het allemaal niet zo lekker gaat. Omdat ik begrijp dat ook u het beste met uw burgers voorheeft – en ook geen cent te makken heeft – stuur ik u een Inspiratiedocument over cliëntondersteuning, een handreiking Respijtzorg met goede voorbeelden, een handreiking Mantelzorgwaardering, en een Visie van een werkgroep op de Jeugdzorg. Ik regel een paar regeldingetjes. Ik ga 'om de tafel zitten' als er moeilijkheden zijn. En ik vraag u om alert te zijn."
Ook volgens Van Rijn lijkt een wettelijk geregelde doorzettingsmacht niet te passen in een systeem waarin ruimte voor lokaal maatwerk wordt geboden. Een staatssecretaris moet anno nu een inspirator zijn, een mensenmens die geen leiding geeft maar luistert en zorgt voor informatie en inspiratie. Van Rijn kan echt luisteren: zijn kwartaalbrief begint en eindigt met de signalen die hij van cliëntenorganisaties heeft ontvangen en een ongetwijfeld zeer gemeende oproep om daar in gemeenten mee aan de slag te gaan. Daarna rest hem niets anders dan te hopen dat lokale bestuurders van even goede wil zijn en zich laten inspireren door de 'yes-we-can'-documenten die de staatssecretaris hun heeft gestuurd.

Cliënten stappen naar rechter

Er is alleen een klein probleempje: als je een grote innovatie wilt doorvoeren zonder nieuwe budgetten en zonder een vernieuwde wettelijk geregelde doorzettingsmacht, dan zullen cliënten naar de rechter stappen met de vraag waarom de oude budgetten en de oude regels niet meer gelden. En of die rechter dan met ons mee droomt ...?

Klaas Mulder is docent sociaal werk en zelfstandig adviseur www.kijkopkansen.nl. Op 1 december spreekt hij tijdens het Zorgvisie-congres Bestuurlijke transitie.

Klaas Mulder

Eén reactie

  • het kan beter

    Een staatssecretaris die niet verder komt in z'n beleid dan dromen is natuurlijk uiterst zorgelijk! Eerst wordt de zorgstructuur in de volle breedte in NL kapot gemaakt en gelijktijdig wordt fors financieel bezuinigd op de kwaliteit van de zorg - door heel veel medewerkers over te hevelen van het NL-zorgbudget naar het NL-uitkeringsbudget!
    Wat jammer dat dit niveau Nederland bestuurd!

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden