Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

De zorgverzekeraars maken de hoorzorg kapot

In de afgelopen weken hebben twee zorgverzekeraars duidelijk gemaakt hoe zij de toekomst van de hoorzorg zien. Menzis en Achmea – samen goed voor ruim 50 procent van de verzekerden – gaan voor grootschaligheid, zo laag mogelijke kosten en kwaliteit als ondergeschikte bijzaak. Dit beleid is op verkeerde veronderstellingen gebaseerd en leidt tot afbraak van een sector die bijdraagt aan de participatie van mensen met hoorproblemen.
Brian Esselaar
Brian Esselaar

Audicienbedrijven hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in personeel, opleidingen en de introductie van kwaliteitskeurmerken. De visie hierachter is dat hoorzorg gaat over het individueel herstellen van de gehoorfunctie door het op maat aanmeten van een hoorprothese. Dat is meer dan retail. Voor de meeste cliënten geldt dat ze matig gemotiveerd zijn om een hoortoestel te dragen, advies en goede uitleg nodig hebben en vaak verschillende keren terug moeten naar de audicien voor bijstellingen en/of een ander toestel. De audicienbedrijven doen dit allemaal om te voorkomen dat het hoortoestel na zes weken op het nachtkastje blijft liggen. Door een hoortoestel met individuele aandacht en specifieke zorg te leveren, groeit de kans dat het daadwerkelijk gebruikt wordt.

Twee partijen contracteren

Achmea en Menzis hebben nu hun plannen voor de inkoop van 2016 en verder bekendgemaakt. Achmea wil maar twee partijen contracteren. Achmea kijkt bij de inkoop voor twee derde naar kosten en voor een derde naar kwaliteit. Bij Menzis gaat het voor 100 procent om de laagste prijs. Duidelijk is dat de zorgverzekeraars hoortoestellen nu definitief als een commercieel retailproduct zien. De winnaars van deze aanbestedingen zullen naar verwachting de grootschalige volumespelers zijn, waarbij er maar weinig ruimte overblijft voor kwalitatief goede hoorzorg. De helft van Nederland zit dan voor drie jaar vast aan deze partijen. Klanten die hun eigen audicien willen bezoeken of een eigen toestel willen kiezen, wordt het financieel erg onaantrekkelijk gemaakt. Vooral Achmea is er zo op gebrand dat haar verzekerden bij de low cost spelers terechtkomen, dat ze het eigen risico voor de hoorzorg kwijtscheldt wanneer de klanten bij haar contractpartners aankloppen voor hoorzorg. Het wrange hiervan is dat iedereen die met een eenvoudige hoorprothese toe kan relatief goedkoop voorzien zal worden, terwijl mensen met complexe hoorproblemen zelf moeten gaan bijbetalen. Dit kan toch niet de bedoeling van de Zorgverzekeringswet zijn?

Meer dan retail

Naar ons idee is een hoortoestel meer dat retail. Het is een prothese die met zorg aangemeten moet worden. Het is verkieslijker als de zorgverzekeraars sturen op kwaliteit, bijvoorbeeld door te meten of na drie maanden het horen is verbeterd, of mensen het toestel nog gebruiken of – beter nog – door te meten of klanten dankzij het hoortoestel daadwerkelijk actiever kunnen deelnemen aan scholing, werk of sociale activiteiten. Aanbieders die daarin de beste resultaten boeken, zouden beloond moeten worden. En dat mag allemaal best tegen de laagste prijs ingekocht worden.

Als de zorgverzekeraars er dan voor kiezen om dit niet te doen, mag in ieder geval wel van ze verwacht worden dat ze met maatschappelijke verantwoordelijkheid acteren. Nu wordt een sector waarin veel geïnvesteerd is in opleiding en kwaliteit onnodig kapot gemaakt. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn niet twee maar bijvoorbeeld vier partijen te contracteren: dan heeft de klant in ieder geval nog enige keuze en is er een kans dat er over drie jaar nog iets als kwalitatief goede hoorzorg bestaat.

Brian Esselaar, voorzitter Stichting Behoud Kwaliteit Hoorzorg

Brian Esselaar

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden