Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Kosteneffectiviteit weegt steeds zwaarder bij pakketbeheer

[Executive] De kosteneffectiviteit van behandelingen en medicijnen gaat steeds meer gewicht krijgen bij het pakketbeheer. Hoe dat kan gebeuren schrijft het Zorginstituut Nederland in het rapport ‘Kosteneffectiviteit in de praktijk’.
Kosteneffectiviteit weegt steeds zwaarder bij pakketbeheer
Foto: ANP

Is het ethisch om mensen medicijnen te onthouden omdat ze niet kosteneffectief zijn? Die vraag kwam op in 2012 toen het toenmalige College voor Zorgverzekeringen (CVZ), nu Zorginstituut Nederland, een streep wilde halen door de vergoeding van dure medicijnen tegen de zeldzame ziektes Fabry en Pompe. Die zijn extreem duur, terwijl er geen wetenschappelijk bewijs is dat ze ook echt werken. Maar toen de patiënten die wel baat bij hadden op tv verschenen, was het een kansloze exercitie van het CVZ. De maatschappelijke onrust was te groot.

Pakketbeheer

Na die discussie is het CVZ verdergegaan met het onderzoeken hoe kosteneffectiviteit een belangrijkere rol kan spelen bij het pakketbeheer. Die opdracht staat in het regeerakkoord van VVD-PvdA. Het Zorginstituut heeft daarvoor de afgelopen jaren keukentafelgesprekken en een debat georganiseerd. Het resultaat daarvan is vastgelegd in het rapport Kosteneffectiviteit in de praktijk.

Ethiek

Het Zorginstituut draait de ethische vraag om, zoals hoogleraar Werner Brouwer eerder deed in een interview met Zorgvisie in november 2012. Hij stelde dat het onethisch is om niet te spreken over kosteneffectiviteit, want dat leidt tot verborgen rantsoenering in de spreekkamer. In het ene ziekenhuis krijgen patiënten wel een duur medicijn, in het andere niet omdat het ziekenhuis daar geen geld voor heeft. Het geld dat Nederland kan besteden aan zorg is begrensd. Er moeten keuzen worden gemaakt. Waarom heel veel geld besteden aan medicijnen waarvan niet zeker is of ze werken? Dat betekent dat er minder geld beschikbaar is voor patiënten met andere aandoeningen. Het ligt voor de hand dat een samenleving 'waar wil krijgen voor zijn geld' en het geld wil besteden aan zorg die werkt en kosteneffectief is.

Gezondheidswinst

Hoe bepaal je de kosteneffectiviteit van medicijnen? Het Zorginstituut stelt voor om de grenzen te gebruiken voor gezondheidswinst die de Raad voor de Volksgezondheid al in 2006 formuleerde: 80.000 euro per gewonnen levensjaar (1 QALY). Die grens is uiteraard arbitrair. Het Engelse Kwaliteitsinstituut NICE hanteert een bovengrens van 42.000 euro. Uit onderzoek van het instituut Beleid en Management blijkt dat mensen meer geld over hebben als het gaat om gezondheidswinst voor henzelf of intimi: dan mag het wel 83.000 euro per jaar kosten. Maar als het gaat om mensen op wat grotere afstand, dan hebben we daarvoor nog maar 52.000 euro per jaar over. Het Zorginstituut weegt ook ziektelast mee. De grens van 80.000 euro per jaar geldt voor ernstige ziektes met een zware ziektelast. Voor ziektes met een gemiddelde ziektelast is de grens 50.000 euro en voor een nog lichtere ziektelast 20.000 euro.

Referentiewaardes

Als blijkt dat een geneesmiddel duurder is dan 1 QALY, wordt er gekeken of er argumenten zijn om af te wijken van deze 'referentiewaardes'. Daarmee wijkt Nederland ook af van Engeland, waar de grenzen vrij strikt worden gehanteerd. Alhoewel NICE door maatschappelijke druk meer in Nederlandse richting lijkt te bewegen op dit punt. Verder kijkt het Zorginstituut ook naar andere criteria, zoals effectiviteit, noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid. Op basis daarvan schrijft het Zorginstituut een advies over opname in het pakket. Hoe die andere criteria in samenhang met kosteneffectiviteit worden gewogen, dat gaat het Zorginstituut het komende half jaar uitwerken.

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden