Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

NZa: Msb hoeft geen vluchtheuvel te zijn

De Nederlandse Zorgautoriteit is opmerkelijk mild over het medisch-specialistisch bedrijf (msb). Het hoeft geen tijdelijke oplossing te zijn, maar het kan voor ziekenhuizen ook een eindmodel zijn.
nza.jpeg

Het rapport dat de NZa begin maart uitbracht over de invoering van de integrale bekostiging geeft een positiever beeld dan dat van TIAS, School for Business and Society in januari. Volgens het TIAS-rapport is maar liefst 80 procent van de ziekenhuisbestuurders negatief over de interne aansturing. In het NZa-rapport is dat 28 procent. Zij zien het uitbesteden van het primaire proces als een forse achteruitgang. Een derde van de bestuurders is vrij neutraal en een derde ziet msb’s zelfs als een vooruitgang vergeleken met de oude situatie met maatschappen.
In een achtergrondgesprek wijt NZa-senior beleidsmedewerker Twan Klijn, die het onderzoek naar de invoering van de integrale bekostiging heeft geleid, de verschillen in uitkomst aan een andere opzet en aan het tijdstip waarop de onderzoeken zijn gedaan. ‘Het feit dat ons rapport een wat positiever beeld geeft dan TIAS, wat ook een heel gedegen onderzoek is, komt mogelijk doordat wij een half jaar later onderzoek hebben gedaan. TIAS deed onderzoek in de zomer, toen de ziekenhuizen nog midden in soms moeizame discussies zaten. Verder zijn de doelen van de onderzoeken niet identiek.’

NZa: voordelen van msb’s
Klijn en zijn onderzoeksteam hebben in het najaar van 2015 een enquête gehouden waaraan onder andere 46 bestuurders van ziekenhuizen en 48 bestuurders van msb’s hebben meegedaan. Met circa vijftien bestuurders van ziekenhuizen en msb’s zijn gesprekken gevoerd om de enquête beter te duiden. De resultaten zijn begin februari besproken op een bijeenkomst met ziekenhuisbestuurders en bestuurders van msb’s. De voorstanders van het msb zien het als een voordeel dat medisch specialisten meer gezamenlijk optrekken. Waar ze in het oude model van de maatschappen zich vooral bekommerden om hun eigen winkel, zijn ze nu met elkaar verantwoordelijk voor een groter bedrijf. Klijn: ‘Alle vakgroepen hebben er belang bij dat ze samen goed draaien. Ze zijn kritisch over elkaars inzet en spreken elkaar eerder aan als dat nodig is. Daarnaast hebben de msb’s door hun omvang meer bestuurlijke stootkracht. Ze kunnen een professioneler hr-beleid ontwikkelen en zijn meer betrokken bij de strategische agenda van het ziekenhuis. Ook het verrekenen van ‘goodwill’ is makkelijker in een grotere verband.’

Vertrouwensrelatie
Tegenstanders hebben steeds gewaarschuwd voor onbestuurbaarheid van ziekenhuizen, maar de NZa heeft geen signalen ontvangen dat msb’s misbruik maken van hun toegenomen machtspositie. Maar zal dat zo blijven? Klijn: ‘De vraag is wat er gebeurt als er in de toekomst conflicten ontstaan rond bijvoorbeeld portfoliokeuzes. Gaan de vrijgevestigden dan een machtsblok vormen of blijft de wil om er samen met het ziekenhuisbestuur uit te komen? We moeten ons daarbij niet blind staren op de modellen, want dat soort keuzes zijn altijd moeilijk. Minstens zo belangrijk zijn dan de persoonlijke verhoudingen en de onderlinge vertrouwensrelatie.’

Specialisteninkomen omhoog?
De NZa houdt daarom de vinger aan de pols. Een heet hangijzer zou het inkomen van medisch specialisten kunnen zijn. Met het omzetplafond beheerste de NZa van 2012 tot 2014 het honorarium van vrijgevestigde medisch specialisten. Dat was het gevolg van afspraken die minister Edith Schippers van VWS had gemaakt met de sector. Maar sinds 1 januari 2015 hebben ziekenhuizen en vrijgevestigden het specialisteninkomen in onderling overleg bepaald. Uit de enquête komt naar voren dat in de meeste ziekenhuizen de bestaande afspraken uit 2014 zijn voortgezet. De NZa zal de jaarverslagen van 2015 analyseren om te bepalen of dat ook is gebeurd of dat er msb’s zijn die de omzet van de specialisten hebben uitonderhandeld.

Onduidelijkheid over winst
Schippers ziet het MSB als vehicle van tijdelijke aard. ‘Het is een tussenstation op weg naar het participatiemodel’, zei ze in een Kamerdebat over ziekenhuiszorg eind januari. ‘Dat eindmodel was echter lastig te realiseren. Het merendeel van de ziekenhuizen heeft daarom gekozen voor de vluchtheuvel: het msb.’ Uit het NZa-rapport blijkt dat ziekenhuizen het participatiemodel te complex vinden. Ook onduidelijkheid rond wet -en regelgeving vormt een obstakel, zoals bij de Wet Winstuitkering. ‘Aandeelhouders willen dat er winst wordt uitgekeerd. Zo lang onduidelijk is of dat in de toekomst mag, is het participatiemodel lastig te realiseren.’

Weinig animo voor participatiemodel
Opvallend is dat de animo onder ziekenhuizen om het msb door te ontwikkelen tot een participatiemodel niet erg groot is. Dat wil slechts één op de vijf msb’s. ‘De invoering heeft de laatste jaren al enorm veel energie, tijd en geld gekost. Er lijkt vooral behoefte aan rust. Het msb hoeft niet noodzakelijk een vluchtheuvel te zijn. Het kan ook goed een eindmodel zijn, als ziekenhuizen enkele knelpunten oplossen. Het belangrijkste ligt op het gebied van governance. De verhouding van de raad van toezicht van het ziekenhuis met het msb gaat via het ziekenhuisbestuur. Raden van toezicht doen er goed aan grip te krijgen op de afspraken die het ziekenhuisbestuur en het msb hebben vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst.’

Volgend jaar harde cijfers
De NZa heeft de indruk dat er voor de publieke belangen betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit nog geen grote verschillen te zien zijn met de oude situatie. Harde financiële cijfers zijn echter nog niet beschikbaar. Volgend jaar kan de NZa meer inzicht geven in de financiële effecten. De NZa beziet nog of daarin de incidentele invoeringskosten, geschat op tientallen miljoenen euro’s, worden meegenomen.

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden