Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Markt bouwt niet wat ouderen willen

Markt bouwt niet wat ouderen willen

Een miljoen senioren zit op het vinkentouw om te verhuizen, maar ze stellen de beslissing steeds uit. Ze willen best verkassen, maar alleen als het nieuwe huis aan hun wensenlijstje voldoet.

Christa Carbo

Een modern woonhuis op de fundamenten van een achttiende-eeuwse stadsboerderij in Brugge. In het centrum van het Vlaamse Florence, omringd door een grote tuin met oude fruit- en notenbomen. Geen wonder dat de geluksvogels die hier wonen in de Belgische krant Het Volk verzuchtten:

“We wonen hier doodgraag.” Zestigers zijn ze en na jaren verblijf in het buitenland zijn ze terug in de stad, dicht bij hun kinderen en kleinkinderen. “Bel maar als je iets ideaals vindt”, hadden ze tegen hun zoon gezegd. En zo geschiedde.

Ach, was dat maar voor iedereen weggelegd. In de stad wonen en toch in het groen. Met ruimte, licht en alles gelijkvloers. Het is de droom van veel senioren. Aan de andere kant van het spectrum schemert het schrikbeeld van menig ouder wordende mens: de benauwde zitslaapkamer met kitchenette in het verzorgingshuis zoals die we kennen van onze ouders of grootouders, rammelende koffiekar op de gang. “Dat nooit”, denkt de beginnende senior verbeten wanneer hij zich een voorstelling maakt van de toekomst.

Kleiner wonen, à la, dat kan als de kinderen het huis uit zijn. Geen trap, dat is met het onvermijdelijk strammer worden op den duur een pre. Maar dan toch het liefst in een levendige omgeving, niet té krap, met een redelijke buitenruimte en zonder het instituutssfeertje dat de bejaardenhuizen van vroeger – en eerlijk is eerlijk, ook veel verzorgingshuizen van nu – aankleeft.

Als dát allemaal kan, willen veel ouderen best verhuizen. Maar zulke ideale woningen zijn dun gezaaid. Dus blijven ze liever waar ze zijn: in het inmiddels iets te grote huis waar hun kinderen opgroeiden, met de tuin op zijn mooist en met leefruimte voor de hond en de kat.

Gebrekkig aanbod
“De laatste twintig à vijfentwintig jaar verlaten ouderen hun eengezinswoningen steeds minder”, zegt onderzoeker Peter Neuteboom van het Woningmarkt Expertise Centrum (WEC) van de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

“Ze stellen het verhuizen steeds meer uit, blijven langer wonen in de hoogste woonkwaliteit die ze gedurende hun leven bereikt hebben. Dat heeft te maken met een gebrekkig aanbod aan geschikte alternatieven. Ze willen best verkassen, maar er is geen interessant aanbod.”

Het WEC onderzocht vorig jaar de invloed van de vergrijzing op de woningmarkt en zag dat ouderen zich van generatie op generatie anders gedragen als het om wonen gaat. Zo wonen er tegenwoordig veel meer ouderen in een eigen huis dan vroeger en zal het eigen woningbezit naar verwachting ondanks de vergrijzing blijven toenemen. Begin jaren tachtig van de vorige eeuw woonde veertig procent van de 55-jarigen in een eigen huis, nu is dat zestig procent.


De traditionele wooncarrière, van een etage of een flat naar een eengezinswoning en weer terug naar een (huur)appartement, is minder vanzelfsprekend geworden. Ouderen hebben tegenwoordig meer wensen op het gebied van ruimte, comfort en voorzieningen. Bovendien zitten ze in hun – ‘in de goede tijd’ – gekochte huis financieel op rozen; ze wonen er naar verhouding goedkoop. Dat maakt de beslissing te verhuizen – of het nu naar een koop- of een huurhuis is – extra moeilijk.


Zolang ze nog fit en vitaal zijn, gruwen ouderen bovendien van het label ‘seniorenwoning’. Neuteboom: “Mensen van 55, 60 jaar zijn relatief rijk en kieskeurig. Wat je beslist niet moet doen, is hen al te nadrukkelijk ouderenvoorzieningen aanbieden. Er als het ware bij vertellen dat je in dit appartement dood kunt gaan, is zacht gezegd geen verkoopargument. Projectontwikkelaars hebben geleerd: als je over ziekte en ouderdom begint, verkoop je niets. Dan kiest de potentieel grote groep senioren die op zoek is naar een ander huis liever voor de second best oplossing: blijven zitten waar je zit.”

Twijfelouderen
Klaas Mulder van Laagland’advies, een adviesbureau voor wonen, welzijn en zorg, deed onderzoek naar de groep zogeheten ‘twijfelouderen’ in de provincie Brabant. Dit zijn senioren die wel willen verhuizen, maar alleen als ze een huis kunnen vinden dat aan hun wensenlijstje voldoet. Mulder schat hun aantal op ongeveer een kwart van de 55-plussers. Momenteel zou dat een aanzienlijke groep Nederlanders betreffen: ruim een miljoen mensen. “Ouderen zijn kritische klanten, die niet zoveel haast hebben. Ze laten zich niet strikken voor een woning die onvoldoende kwaliteit heeft,” luidt een van de conclusies uit het Brabantse onderzoek.


Ouderen die verhuizen, verlaten hun eengezinswoning doorgaans voor een appartement of een patiowoning (een huis zonder trappen op de begane grond). Ze leveren ruimte in, maar gaan er financieel meestal niet op vooruit. Appartementen zijn duur. Mulder zag dat in zijn eigen omgeving: “We spraken mensen die hun twee-onder-een-kapwoning voor een appartement inruilden en veertigduizend euro moesten bijlenen.” Dat, plus het verlies van je dierbare oude huis, maakt dat je wel het een en ander terug wilt zien ter compensatie.


Dit blijkt ook uit het onderzoek van Laagland’advies. Het hoeft heus geen stadsboerderij te zijn, maar ouderen willen een woning zonder trappen, met ruime kamers, met voldoende buitenruimte (dus geen klein balkonnetje), liefst op de begane grond, in een aantrekkelijke omgeving met rustige buren.

Mulder: “Aan de bravourearchitectuur waarin sommige ontwikkelaars het zoeken, hebben ouderen geen behoefte. Evenmin hebben ze zin om langs een rondweg of een andere verkeersader te wonen, de plekken waar dit soort complexen om planningstechnische redenen vaak gebouwd worden. Ouderen zouden dat prettig vinden omdat er buiten ‘iets te zien’ is. Dat kan misschien vaak zo zijn, maar dan bedoelen ze niet een vierbaans autoweg.”

Een van de respondenten in het onderzoek zei hierover: “Het lijkt wel of ze dan het laatste puntje grond overhebben en denken: o ja, we moeten ook nog iets bouwen voor senioren.” Een ander: “Erg om te zien waar je wordt weggestopt.”

Een hoop verdriet
De twijfelfase waarin ouderen openstaan voor een nieuw huis als ze iets geschikts kunnen vinden, kan lang duren. Ouderen denken er minstens een half jaar en soms jaren over na. Velen blijven wikken en wegen tot een gezondheidsprobleem hen dwingt op stel en sprong de knoop door te hakken. Of anders tot de langstlevende overblijft in het te grote huis.

Mulder: “Er zit een hoop verdriet vast aan niet verhuizen. Het is helemaal niet zo leuk als zij alleen achterblijft in de twee-onder-een-kap met alle voorzieningen ver weg. Daar moeten we misschien ook wat genuanceerder over praten. Ouderen zeggen vaak dat ze alleen tussen zes plankjes weg willen uit hun oude huis. Maar is dat ook echt zo?”

Sociale contacten, winkels en culturele voorzieningen in de buurt, een zwembad, een beheerder: het wonen in een appartement op een fijne plek kan veel voordelen hebben, aldus Mulder. “Maar het is niet alleen een kwestie van het juiste aanbod bouwen, ook de manier van aanbieden kan beter. Omdat ouderen zo lang twijfelen, hebben ontwikkelaars en woningcorporaties tijd een relatie met ze op te bouwen. Woningcorporaties laten hier nog veel mogelijkheden liggen.”


Habion
Zo niet Habion, woningcorporatie voor ouderenhuisvesting en exploitant van zeventig verzorgings- en verpleeghuizen plus vijfduizend aanleun- en zelfstandige seniorenwoningen. Joke Abbring is er manager strategie en markt en zij weet als geen ander dat de ouderen van straks andere woonwensen hebben dan die van nu. In de huizen van Habion woont vooral de iets oudere categorie senioren; 70-plussers, mensen die al wat gebreken krijgen.

“Als we naar die generatie kijken, zijn dat veelal nog mensen die dankbaar zijn dat ze verzorgd worden”, aldus Abbring, “Maar er komt een heel andere generatie aan. Als we aan de directeuren van onze verzorgingshuizen vragen of ze later zelf zo zouden willen wonen, zeggen ze nee. De ouderen van straks zijn veeleisender en geef ze eens ongelijk.”

De grijze motor
Habion heeft, ter gelegenheid van zijn 55-jarig bestaan, recent laten onderzoeken hoe de komende generatie ouderen eruit zal zien en welke eisen zij zal stellen aan de woonomgeving, vooral als ze behoefte krijgen aan zorg (zie kader onderaan).

Het beeld is genuanceerd – dé senior bestaat niet – maar als er één karakteristiek over de hele linie duidelijk uitspringt, is het wel dat de oudere van straks wil blijven participeren. Niet minder dan 94 procent van de ondervraagde 50- tot 65-jarigen pleit voor een organisatie van de zorg die zelfstandig wonen mogelijk maakt; 91 procent zegt te willen blijven leren, ook na eventuele opname in een verzorgingshuis. Het huidige verzorgingshuis vinden de deelnemers overigens onder de maat: te kleine kamers, een onprettige uitstraling.


Met deze resultaten op zak wil Habion projecten gaan realiseren die wél aan de wensen van ouderen tegemoet komen. In het kader van haar jubileumonderzoek heeft de corporatie een aantal bijzondere complexen laten ontwerpen, complexen met een combinatie van wonen, welzijn, werken en vrijetijdsmogelijkheden, waar ouderen én jongeren kunnen wonen.

Abbring geeft een concreet voorbeeld: “In het oosten van het land hebben we plannen met een oud fabrieksgebouw, waarin we atelierwoningen voor jongeren willen realiseren, gecombineerd met appartementen voor senioren die dat een aantrekkelijke omgeving vinden. Interactie tussen ouderen en de gemeenschap om hen heen. Dat is onze inzet.”


Om haar nieuwe visie uit te dragen, heeft de woningcorporatie voor ouderen een boekje laten maken onder de titel De grijze motor. Abbring: “Wij willen aangeven dat de vergrijzing ook kansen biedt. Het is positief dat de ouderen van de toekomst een economisch krachtiger generatie vormen en dat ze actief willen blijven. Hun inzet zal hard nodig zijn als in 2040 bijna een kwart van de Nederlanders ouder is dan 65. Dan moeten we de zaken wel zo organiseren dat het ook kan, onder meer door vastgoed te ontwikkelen dat tegemoet komt aan hun wensen en mogelijkheden.”

Drie mentaliteiten
Marktonderoeker Motivaction legde in opdracht van woningcorporatie Habion de aankomende generatie ouderen onder de loep en stelde vast dat deze grofweg uiteenvalt in drie verschillende mentaliteitsgroepen: de traditionelen, de modernen en de postmodernen.
Het traditionele segment (dorps, gericht op de buurt, weinig gevoelig voor luxe en rekenend op de kinderen voor zorgtaken) zal de komende tien tot twintig jaar beduidend in aantal afnemen. De groep modern georiënteerden (nieuwbouwwijk, gesteld op luxe, comfort en op georganiseerde activiteiten, rekent voor verzorging op de staat) is voorlopig nog de middelste categorie qua grootte, maar zal over twintig jaar de grootste zijn. De postmoderne ouderen (wonen stedelijk of juist buiten, zijn op zichzelf, vragen exclusiviteit, willen desnoods voor zorg betalen en beslist niet terugvallen op de kinderen) vormen nu de grootste groep. Hun aantal zal nog toenemen, maar over twintig jaar zullen zij ingehaald zijn door de modern georiënteerden.


Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden