Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Nieuwbouw Jeroen Bosch belaagd door veranderd bouwregime

Nieuwbouw Jeroen Bosch belaagd door veranderd bouwregime

De verandering in de bouwfinanciering levert een schadepost op voor ziekenhuizen die nu met nieuwbouw bezig zijn. Bestuurder Peter de Kubber van het Jeroen Bosch Ziekenhuis wil compensatie. ‘Wij staan juridisch sterk.’

Trix Broekmans

Jeroen Bosch in Den Bosch zit met zijn nieuwbouwplannen in een impasse. Door de nieuwe financieringsregels van de overheid dreigt een miljoenentekort. Samen met twee andere ziekenhuizen heeft het Jeroen Bosch half januari al bij kabinetsinformateur Wijffels aan de bel getrokken. De ziekenhuizen willen financiële compensatie.

Het Bossche ziekenhuis heeft nóg een probleem. In de begroting voor de nieuwbouw is een gat van veertig miljoen euro ontstaan doordat de aanbesteding minder gunstig heeft uitgepakt dan verwacht. Peter de Kubber, lid van de raad van bestuur van Jeroen Bosch, voelt zich alsof hij met de rug tegen de muur staat.

“Dat is een cliché, maar daarom niet minder waar. Vooral omdat de nieuwbouw door moet gaan in een periode van grote onzekerheden rond de financiering. Alles komt hier samen, en op elk moment kan alles fout lopen. In het ergste geval een faillissement.”

Hoe is het zover gekomen?
De Kubber: “Ik ben van nature een optimist. Maar de zaken zijn ernstig genoeg. Ik ben hartgrondig voorstander van de nieuwe kapitaalslastenfinanciering, waarbij instellingen zelf verantwoordelijk worden voor alles wat te maken heeft met nieuwbouw en renovatie. Maar voor ziekenhuizen die bezig zijn met nieuwbouw – dat zijn er acht tot tien – pakt de overgang rampzalig uit. Ziekenhuizen krijgen een normatieve vergoeding voor de instandhouding van hun vastgoed. Dat normatieve model is nog niet klaar, maar het is al duidelijk dat ziekenhuizen die nu bouwen in de problemen komen, doordat de eerste jaren na nieuwbouw de hoge kapitaalslasten onvoldoende gedekt worden."

"Het punt is dat wij onze investeringen hebben moeten doen volgens de bestaande wetgeving. Wij hebben niet de mogelijkheid gehad om op basis van de nieuwe normatieve vergoeding spaargeld op te bouwen voor forse investeringen. En wij hebben geen enkele manier om dat te overbruggen als er geen maatregelen komen. Aanvullende maatregelen zouden niet nodig zijn geweest als wij jaren geleden al zelf beslissingsbevoegdheid over nieuwbouw hadden gehad. Dan had de nieuwbouw er allang gestaan. En dan hadden we veertig miljoen bespaard, omdat we nu veel hebben moeten investeren om de bestaande gebouwen in stand te houden."

"Wij hebben dus financieel nadeel van de overgang naar een nieuw systeem, terwijl we er geen voordeel van hebben. Wij hebben vanaf 2005 een miljoen euro minder huur per jaar betaald voor de locatie in de binnenstad. Tot aan de nieuwbouw is dat vijf miljoen minder huur. Deze huurverlaging moeten we afdragen aan de verzekeraars, die mogen we niet zelf houden. Dat betekent dat we de financiële voordelen die de nieuwe wetgeving ons zou bieden, hebben moeten inleveren. Het zou onrechtmatig zijn als we de financiële nadelen zelf moeten oplossen. Dat is niet eerlijk zaken doen.”

Hoe zit het met die locatie in de binnenstad?
De Kubber: “Het Jeroen Bosch Ziekenhuis is ontstaan uit een fusie van twee ziekenhuizen en bestaat uit vijf locaties, waarvan de drie Bossche locaties straks gehuisvest worden in de nieuwbouw. De voorbereiding voor de nieuwbouw is vanaf 1990 begonnen. Ik heb in 1994 al een berekening gemaakt – die gold toen alleen het voormalige Bosch Medicentrum, één van de fusieziekenhuizen – waaruit bleek dat het economisch het gunstigst was als de nieuwbouw in 2002 klaar zou zijn. Dat zou het optimale moment zijn om de bestaande gebouwen te verlaten, zonder te hoge instandhoudingsinvesteringen. Maar dat paste niet in de wettelijke goedkeuringsprocedures. Het ministerie ging in die tijd over de investeringsbeslissingen qua nieuwbouw en renovatie, en er waren andere ziekenhuizen vóór ons aan de beurt."

"De minister stelde ons bovendien twee voorwaarden voor nieuwbouw: wij moesten de locatie in de binnenstad zonder kapitaalvernietiging afstoten, en samenwerken met het Carolus Ziekenhuis om overcapaciteit te voorkomen. Wij hebben in 1995 het binnenstadsziekenhuis verkocht volgens een constructie die destijds uniek was: de sale-and-lease-backconstructie, goedgekeurd volgens de wet. In 2002 verkochten we de locatie Carolus ook volgens zo’n constructie. Dat betekent dat we in 2011 beide locaties moeten verlaten. Dan moet de nieuwbouw dus klaar zijn. Als ik de film terugdraai hebben we niks fouts gedaan, maar we zijn wel het slachtoffer van de wet op de remmende voorsprong.”

U heeft het gevoel alsof u gestraft wordt, terwijl u niets verkeerd heeft gedaan?
De Kubber: “Zoiets. Maar wij staan juridisch sterk. In de brief aan Wijffels hebben wij dan ook geschreven dat, als wij geen financiële compensatie krijgen, wij genoodzaakt zijn juridische stappen te ondernemen.”

Dat klinkt dreigend.
De Kubber: “Ja, maar het gaat om zulke grote bedragen, dat het niet is uitgesloten dat wij failliet gaan. De rentelasten zijn de komende tien à vijftien jaar enorm hoog als die niet gedekt worden door een normatieve vergoeding.”

Hoe hoog wordt dat tekort dan?
De Kubber: “Dat is moeilijk te zeggen zolang de minister het model voor de normatieve vergoeding nog niet heeft vastgesteld. Als we uitgaan van de huidige modelanalyse kan het tekort oplopen tot tachtig miljoen. Dat doet extra pijn omdat wij ons altijd netjes hebben gedragen. Sterker nog: wij hebben al jaren geleden gezegd dat het veel slimmer was geweest eerder te bouwen. Maar ja, de regeltjes staken toen anders in elkaar en waren gebaseerd op aanbodsturing en beperking van de capaciteit.”

De bureaucratie speelt u parten.
De Kubber: “Bureaucratie is zo’n groot woord. Ze hadden destijds best creatiever met de regels kunnen omgaan, ja. Maar het politieke denken was gebaseerd op aanbodsturing en niet op vraagsturing. En dat leidt tot andere beslissingen.”

De compensatieregeling moet voor een stuk of tien ziekenhuizen gelden, zegt u.
De Kubber: “Waarbij ik me zeer wel kan voorstellen dat ze per ziekenhuis een maatoplossing maken. Omdat dit probleem van tijdelijke aard is. Ze moeten niet proberen het landelijk en uniform te regelen. Er is al voldoende regelgeving en met een uniforme regeling krijg je misschien onbedoelde precedentwerking. Dat kun je voorkomen door per geval een oplossing te bedenken.”

Wat zou het in uw geval kunnen zijn?
De Kubber: “Bijvoorbeeld rentecompensatie, of een achtergestelde lening, of een subsidiebedrag. Het gaat kort en goed om een financiële bijdrage, laten we daar niet moeilijk over doen. De compensatie moet in elk geval zodanig zijn, dat onze financiële positie recht doet aan de onderhandelingspositie die collega-ziekenhuizen hebben bij de verzekeraars. Wij moeten een gelijk speelveld krijgen. Onze koepel is nog bezig de mogelijkheden te bekijken in overleg met de minister.”

U straalt toch een bepaald vertrouwen uit.
De Kubber: “Ik vertrouw erop dat er een goede regeling komt. Het zou van onbehoorlijk bestuur getuigen als wij bij een wetswijziging in een onmogelijke positie terecht zouden komen. En als de continuïteit van de zorg in deze regio in het geding komt kun je daar de minister op aanspreken. Wij moeten hoe dan ook gaan bouwen. Wij hebben de Europese aanbestedingsregels gevolgd. Vorig jaar maart zijn we begonnen met aanbesteden. Als wij niet voor de zomer de opdrachten verstrekken, moeten we de hele aanbesteding opnieuw starten. Dan lopen we anderhalf jaar vertraging op. En dat kan niet, want we moeten de twee bestaande locaties in Den Bosch verlaten. We hebben geen andere keus.”

U hebt ook nog een begrotingstekort.
De Kubber: “Doordat de bouwmarkt is aangetrokken, is de aanbesteding tegengevallen. Drie jaar geleden waren de aanbestedingsresultaten heel gunstig. Men zat toen zo’n vijftien tot twintig procent onder de budgetten. Dat is prettig bouwen. VWS heeft toen het budget met vijf procent verlaagd, maar die korting is niet meer opportuun. De bouwkostennormen moeten worden aangepast aan de huidige marktomstandigheden. Jeroen Bosch heeft daarover al een brief naar het ministerie geschreven, nog voordat de aanbestedingsresultaten hier bekend waren. Maar wij dragen in het oplossen van het tegenvallende aanbestedingsresultaat ook een eigen verantwoordelijkheid. Dat doen we met een combinatie van versobering en reductie van het aantal vierkante meters.”

Zonder de kwaliteit van de zorg aan te tasten?
De Kubber: “Ja. Wij willen het concept overeind houden en hebben de reductie vooral gezocht in de poliklinieken en in het kenniscentrum. De specialisten hebben in de nieuwe situatie geen vaste werkplek meer in de poliklinieken, dat hebben wij vertaald in een kenniscentrum.”

Een van uw specialisten heeft in het Brabants Dagblad gezegd dat het nieuwe ziekenhuis af moet van traditionele denkwijzen.
De Kubber: “Hij heeft het hele traject van ontwerp van de nieuwbouw meegemaakt, en terecht merkt hij op dat het nieuwe ziekenhuis gebaseerd is op een andere manier van denken, door gebruik te maken van de nieuwste ICT-technologieën. In dat opzicht verschillen we niet van mening. Hij zegt ook dat wij te veel bedden hebben geprojecteerd, maar we gaan terug van 1120 naar 770. Dat is gebaseerd op uitvoerige onderzoeken en houdt rekening met de vergrijzing en demografische ontwikkelingen. Trouwens, uit Boxtel kwamen onlangs geluiden dat we te weinig bedden zouden hebben. Het is nooit goed.”

U zit nu tussen twee vuren. U moet nieuwbouw neerzetten, maar u kunt nog niet.
De Kubber: “We zitten met twee kwesties die tegen elkaar aanduwen, die allebei met geld te maken hebben en die verschillend opgelost moeten worden. Dat is heel vervelend. Maar we gaan door, binnen de gestelde termijn.”

U zegt het nogal laconiek.
De Kubber: “Ach, ik wil de problematiek niet bagatelliseren, maar ik ben al ruim twintig jaar ziekenhuisbestuurder. Ik weet uit ervaring dat dit soort dingen inherent is aan het besturen van een ziekenhuis.”


Administrator

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden