Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Omstreden boekhoudbijbel

Staatssecretaris Ross wil dat alle zorginstellingen in de AWBZ dezelfde standaardmethode van boekhouden gaan gebruiken. Brancheorganisaties, accountantskantoren, de Vereniging HEAD en hoogleraar Robbert Huijsman over de voor- en nadelen.

De hotelwereld heeft het goed voor elkaar, vertelt Theo Buijs, docent financieel management aan de Hogere Hotelschool in Den Haag. Al ruim 28 jaar leert hij managers te werken met het zogeheten Uniform System of Accounts (USA). Het USA – tegenwoordig USALI genoemd, uniform system of accounts for the lodging industry – is in 1926 ontwikkeld door de Hotel Association of New York en verder uitgedragen door grote hotelketens in de Verenigde Staten. Die wilden de door het land verspreide hotels vergelijken op bedrijfsresultaten. Het systeem is sindsdien verbeterd en wereldwijd standaard geworden in de hotellerie. Alle internationale hotelketens, van Hilton, Holiday Inn tot Sheraton, werken ermee. Ook in Nederland is het USA de standaard in alle hotels van enige omvang.
Golden-Tuliptopman Hans Kennedie adviseert staatssecretaris Ross een uniforme methode van boekhouden in te voeren, net als in de hotelwereld. Hij kwam bij zijn onderzoek in de verpleeghuiszorg tot de conclusie dat een goede bedrijfsmatige vergelijking tussen de huizen niet mogelijk is. Elk verpleeghuis houdt er zijn eigen manier van boekhouden op na.
Staatssecretaris Ross van VWS lijkt het voorstel voor een uniform boekhoudsysteem te omarmen. Ze ziet zorginstellingen in de AWBZ als eilanden met elk een andere manier van boekhouden. Aan die eilandstructuur moet een einde komen, verklaarde Ross van VWS eind juni tijdens het overleg met de Tweede Kamer over de verpleeghuiszorg, waar ze haar plan lanceerde.
Erg concreet is dit plan nog niet. Het ministerie werkt het nog nader uit. In augustus gaat Ross koplopers onder zorginstellingen, brancheorganisaties en accountantskantoren bijeenroepen. Die moeten het systeem ontwikkelen en het al in 2007 operationeel maken. Instellingen die er niet mee gaan werken, lopen het risico dat zorgkantoren geen zaken meer met hen doen, liet Ross de Kamer dreigend weten.

Uniform System of Accounts
Is het USA bruikbaar in verpleeghuizen? Buijs, die ook Kennedie nog in de klas heeft gehad, denkt van wel. “Het USA schrijft de kosten in een organisatie weg daar waar ze direct en aanwijsbaar worden gemaakt. Managers kunnen daardoor precies zien welke kosten er per afdeling worden gemaakt en wat elke afdeling bijdraagt aan de nettowinst.”
De eenheid in financiële taal en systematiek maakt een einde aan de discussie over de vraag hoe kosten worden weggeschreven in organisaties. Daardoor is het goed mogelijk om het presteren van organisaties te vergelijken.
Het is niet verbazingwekkend dat het ministerie van VWS dit soort financiële transparantie toejuicht. Eindelijk wordt het duidelijk wat de verpleeghuizen met hun centen doen. Instellingen die slecht presteren kunnen daarop worden afgerekend. Dat het ministerie zo wel erg veel greep krijgt op zorginstellingen is in de ogen van VWS geen bezwaar. “Je kunt niet aan de ene kant om extra geld vragen vanwege de zorgkloof en aan de andere geen openheid over de bedrijfsvoering toestaan”, licht een woordvoerder toe.
Buijs beseft dat verpleeghuizen zich kwetsbaar opstellen als ze een uniforme methode van boekhouden gaan hanteren, vooral met het oog op de toenemende marktwerking en concurrentie. Maar hij wijst erop dat het USA voor verpleeghuisdirecteuren ook grote voordelen biedt. Het USA genereert tijdig en accuraat de informatie die managers in staat stelt de juiste beslissing op het juiste moment te nemen. “Als de kosten uit de hand lopen op een bepaalde afdeling, dan signaleren ze dat snel en kunnen ze op tijd ingrijpen.”

Gereserveerde reacties
De brancheorganisaties reageren terughoudend op het voorstel van Kennedie. Arcares wijst erop dat veel administratieve processen al zijn geüniformeerd door het Jaardocument maatschappelijke verantwoording. GGZ Nederland vindt dat de geestelijke gezondheidszorg met onderwerpen als dbc’s en maatschappelijk verantwoord ondernemen al genoeg op de agenda heeft staan. Volgens de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en Z-org – voorheen de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT) – is een uniform systeem helemaal niet nodig om bedrijfsvergelijkingen te maken. Scheidend LVT-directeur Bas van den Dungen: “Het is toch helemaal niet interessant hoe je kosten toerekent? Waar het om gaat is eenheid van taal wanneer je over zorgproducten praat. Daar kun je een prijskaartje aan hangen en je kunt meten hoeveel producten je in een bepaalde tijd wegzet.”
Van den Dungen wil dan ook geen tijd investeren in de ontwikkeling van een uniform boekhoudsysteem. “Thuiszorgorganisaties werken met wel tien verschillende administratie- en boekhoudsystemen. Ik moet er niet aan denken dat ze die allemaal moeten omgooien. Vraag het vier accountants en je krijgt even zo veel antwoorden. Als deskundigen onderling verdeeld zijn over het beste systeem, wie zijn wij dan om een systeem aan de hele sector op te leggen?”
Ook Yvonne Wilders van het accountantskantoor KPMG stelt dat voor bedrijfsvergelijkingen een uniforme boekhoudmethode niet nodig is. “De moeilijkheid daarbij vormen de verschillen tussen zorginstellingen. Het maakt nogal wat uit of je vooral somatische patiënten hebt of vooral dementerenden met een zware zorgzwaarte. Als je echt goede bedrijfsvergelijkingen wilt maken, dan moet je overeenstemming bereiken over een standaardmethode van kostprijsberekening. Het is veel belangrijker dat je een vergelijkbare kostprijs per product hebt, dan dat je kosten op de juiste regel in de boekhouding zet.”
Wilders en ook Gertjan Postma van PricewaterhouseCoopers (PWC) wijzen erop dat de sector allang een eigen boekhoudsysteem heeft: het Prismant-rekenschema. Ofschoon het niet verplicht is, denkt Postma dat zeker 95 procent van de huizen het gebruikt. Alleen wel op verschillende manieren. Sommige heel uitgebreid, andere heel basaal. Volgens Postma kan wel boekhoudkundige verwarring ontstaan als verpleeghuizen kosten en opbrengsten hebben die niet voortvloeien uit de AWBZ. Voorbeelden hiervan zijn private activiteiten of het exploiteren van een maaltijdvoorziening in de wijk. Die zijn moeilijk in te passen in het Prismant-rekenschema.
Robbert Huijsman, hoogleraar integraal zorgmanagement aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, werpt de vraag op waarom het Prismant-rekenschema nooit volledig is geïmplementeerd door de sector. “Laten we duidelijk voor ogen houden wat het achterliggende probleem is tussen de staatssecretaris en de sector, bij monde van Arcares. Dat is de zorgkloof, het debat over het al dan niet omvangrijke gat tussen de beschikbare middelen en te leveren prestaties. De verwachtingen daarover worden steeds verder opgeschroefd. Hoe kan het dat die discussie nog steeds voortduurt? Hier heeft ook Kennedie zich wel wat makkelijk van af gemaakt.”

Intramurale zorgarrangementen
Maar naast de nodige kritische kanttekeningen is er ook begrip voor Ross’ initiatief. Frans van Rijn, hoofd sector verpleging en verzorging van de Vereniging van HEAD’s, erkent dat verpleeghuizen inderdaad veel vrijheid hebben om kosten naar eigen inzicht te administreren, zoals Kennedie constateert. “Bijvoorbeeld als het gaat om het wel of niet activeren van inventaris en ict en van niet door het Bouwcollege geaccordeerde investeringen in gebouwen. Dat wordt nog belangrijker als de afschrijvings- en rentekosten van de huisvesting in de toekomst worden genormeerd.”
De financiële man van Woon- en Zorgcentra Haaglanden in Den Haag stelt voor het Prismant-rekenschema verplicht te stellen en richtlijnen voor te schrijven voor activeringen en hoogte van voorzieningen. Van Rijn: “Met die twee zaken heb je eigenlijk je uniforme boekhoudsysteem al zo’n beetje rond.” Als groot voordeel ziet hij het wegschrijven van kosten daar waar ze worden gemaakt. “Dan kun je zien hoe afdelingen en producten bijdragen aan de winst. Dat is belangrijke managementinformatie om te kunnen bijsturen. Dat doet bijna nog geen een verpleeghuis.”
Postma van PWC vindt het niet verwonderlijk dat de huidige generatie boekhoudkundige systemen niet wordt gebruikt voor het leveren van bedrijfsinformatie. “Ze zijn afgestemd op de regels van het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG). Dat is logisch, want daaraan moeten zorginstellingen jaarlijks verantwoording afleggen. Een boekhoudmethode die kostprijzen ondersteunt is natuurlijk veel beter. De komst van de intramurale zorgarrangementen (iza’s, ofwel de functiegerichte bekostiging die in 2007 wordt ingevoerd, red.) is veel eerder een noodzaak voor een vernieuwing van de boekhoudmethode. En zo’n nieuwe methode moet je dan bijvoorbeeld kunnen vertellen wat de kosten per iza zijn.”

Concurrentie of transparantie
Toch blijft een uniforme methode van boekhouden de nodige vragen oproepen. Huijsman vraagt zich af hoe het standaardiseren van boekhoudschema’s zich verhoudt tot marktwerking, concurrentie en mededinging. “Zijn we wel echt bereid en in staat om dit te doen? Waar het echt om gaat is dat er nu eens een totaalbeleid komt voor de gehele sector, op producten, kwaliteit, personeelsbeleid, vastgoed en budget, met de juiste prikkels voor slecht én goed werkende organisaties.”
Ook Van Rijn vindt dat niet uit het oog verloren mag worden dat verpleeghuizen in concurrentie zijn. “De vraag is of zorginstellingen wel staan te springen om vitale bedrijfsinformatie openbaar te maken. Wie wil de concurrent inzicht geven in zaken als de personeelslasten en de productiviteit per medewerker?” Het laatste woord is nog niet gesproken in de strijd tussen VWS en zorgaanbieders over hoe ver transparantie moet gaan. (Bart Kiers)

Administrator

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden