Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Scheerder: ‘Overhaasten kan tot chaos leiden’

Scheerder: ‘Overhaasten kan tot chaos leiden’

Een te snelle verwerking van de kapitaallasten in de prijzen kan grote problemen opleveren. Dat stelt Rob Scheerder, voorzitter van het College bouw zorginstellingen. “De richting van het beleid is prima, maar de problematiek wordt onderschat.”

Walter van Hulst

Zorgorganisaties worden zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling, het onderhoud en het beheer van hun vastgoed. Ze berekenen de kosten daarvan door in hun prijzen, om zo de gebouwen ‘terug te verdienen’. Meer vrijheid maar ook meer verantwoordelijkheid.

Die boodschap vormde de kern van de zogenaamde kapitaallastenbrief van het ministerie van VWS in maart 2005, vooruitlopend op de wettelijke verankering van het nieuwe zorgstelsel in de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi). Maar deze brief geeft vooral de richting van het beleid aan en laat nog veel vragen open.

Welke vrijheden krijgen instellingen straks voor investeringen en afschrijvingen? Mogen ze winst maken op hun vastgoed, en zo ja, hoe mogen ze die winst besteden? Gaat de overgang geleidelijk verlopen of in één keer? En hoe worden de bestaande verschillen tussen de instellingen gecompenseerd?

Het ene ziekenhuis heeft net nieuwbouw gepleegd en moet hoge huisvestingslasten terugverdienen, het andere heeft dertig jaar oude, volledig afgeschreven gebouwen en kan lage tarieven berekenen. Marktwerking oké, maar dan wel met een eerlijke start. Gelijke monniken gelijke kappen.

Nieuwe kapitaallastenbrief
Om antwoorden te geven op deze vragen heeft het ministerie een nieuwe kapitaallastenbrief in de maak, samen met een Plan van aanpak Scheiden Wonen en zorg. “Als Bouwcollege staan we in principe geheel achter deze overgang. We hebben geen enkele moeite met de uitgangspunten. Als je kiest voor marktwerking is het laten vervallen van het huidige bouwregime een verstandige en consistente lijn”, zegt Rob Scheerder, voorzitter van het College bouw zorginstellingen en voorheen voorzitter College tarieven gezondheidszorg. Maar over de uitvoering heeft Scheerder zo zijn bedenkingen. “De brief van 2005 benaderde de problematiek op een aantal punten veel te simpel. De materie is erg ingewikkeld.”

Het ministerie lijkt haast te hebben. Amper een maand na de verkiezingen voor de Tweede Kamer en nog tijdens de formatie verscheen het plan Met Zorg ondernemen. In dit stuk is sprake van verrekening van de kapitaallasten van ziekenhuizen in de prijzen per 1 januari 2008. De care zou een jaar later moeten volgen.

“Dat zie ik niet gebeuren”, stelt de voorzitter van het Bouwcollege. “De brief zou dit voorjaar uitkomen, maar die termijn is inmiddels verschoven naar ‘vóór de zomer’. Vervolgens gaat Nederland op vakantie. Het lijkt me niet verstandig om deze operatie in het najaar binnen een paar maanden erdoor te drukken.”

Chaos
Belangrijkste randvoorwaarde voor de hele operatie is, zo benadrukt Scheerder, dat het systeem van de diagnose-behandelingcombinaties (dbc’s) op orde is. “De systematiek van de prijzen van de ziekenhuizen is nog niet valide, en men wil de manier van berekenen bovendien drastisch vereenvoudigen. Als je daar de problematiek van het integreren van de kapitaallasten nog eens overheen giet, loop je het risico dat er chaos ontstaat.”

Daar komt bij dat de achterliggende principes van de ‘geleide marktwerking’ nog volop ter discussie staan. Scheerder: “De politiek spreekt nu over maatstafconcurrentie, een vorm waarbij partijen afgerekend worden op basis van hun relatieve prestaties ten opzichte van andere, soortgelijke aanbieders. Maar hoe je dat in de praktijk vorm geeft, moet nog bedacht en uitgevoerd worden. Ook dat systeem zou in 2008 in werking moeten treden. Dat is wel erg veel op korte termijn. Zoiets vereist een degelijke voorbereiding.”

De verzekeraars zijn nog druk bezig met elkaar te beconcurreren, voegt Scheerder als derde bedenking toe. “Het gewenste effect van het nieuwe zorgstelsel – dat verzekeraars de aanbieders tot betere prestaties dwingen door scherpe inkoop – is nog nauwelijks zichtbaar. Zolang nog geen sprake is van enige stabiliteit, kan verrekening van de kosten van het vastgoed tot allerlei vreemde effecten leiden.

Van belang is in dit verband natuurlijk ook wat het ministerie gaat zeggen over eventuele winst in relatie tot marktwerking. Ten slotte ligt er nog de vraag rond het juridisch eigendom van het vastgoed, ook een hele kluif. Kortom, veel werk aan de winkel.”

Linke soep
Voor de care zou 1 januari 2009 in principe wellicht een haalbare datum zijn voor verrekening van de kapitaallasten in de zorgzwaartepakketten (zzp’s). Maar ook hier zitten addertjes onder het gras, aldus Scheerder. “De verscheidenheid aan instellingen is enorm, van reuzen als Philadelphia tot dat kleine verzorgingstehuis. Bovendien heeft de AWBZ-sector veel panden met een hoge boekwaarde maar een veel lagere marktwaarde.”

Ook de scheiding tussen wonen en zorg zal volgens Scheerder vergaande gevolgen hebben. “Het principe oogt sympathiek, maar de ‘zorgloopbaan’ van een oudere verloopt grillig. Bovendien is het systeem van financiering ingewikkeld en worden verschillende bronnen gebruikt voor de exploitatie van instellingen. Heeft iemand al eens doorgerekend wat de gevolgen van deze veranderingen zijn voor de inkomens van die ouderen? Wat mij betreft is een al te rigoureuze invoering van scheiding van wonen en zorg linke soep vanuit financieel-economisch oogpunt.”

Scheerder denkt dat het al met al beter is om voorlopig niet te ingewikkeld te doen en ‘gewoon’ de methode van het Bouwcollege te volgen: een normatieve huisvestingscomponent in de tarieven opnemen, die dus voor iedereen gelijk is. Dat voorkomt ongelijkheid in de startpositie op de markt. Dit kan zowel bij de ziekenhuizen als in de AWBZ-sector gebeuren.

Verder hoopt hij dat de nieuwe kapitaallastenbrief voldoende flexibiliteit zal bieden voor de overgang. “Ik denk dat we voldoende ruimte moeten nemen om te differentiëren en individuele gevallen apart te behandelen via een compensatie- of overgangsregeling.”

Bouwcollege verder als TNO-expertisecentrum
Een expertisecentrum voor zorg en bouw, onder de vlag van TNO. Zo ziet Rob Scheerder, voorzitter van het College bouw zorginstellingen de toekomst van zijn organisatie. “Hier is in de afgelopen 35 jaar een enorme hoeveelheid kennis en knowhow verzameld. Weggooien zou een vernietiging van kapitaal zijn.”
Het expertisecentrum zou naast de inspectie (kwaliteit van de zorg) en de NZa (marktwerking) taken kunnen uitvoeren op het gebied van bouwtoezicht (kwaliteit, kosten), het ontwikkelen van normen en het certificeren. Ook kan zo’n centrum een rol vervullen in het stimuleren van innovatie. Daarnaast denkt Scheerder aan betaalde diensten, zoals in opdracht onderzoek uitvoeren en onafhankelijke oordelen uitspreken in geval van conflicten. Het Bouwcollege onderhandelt met het ministerie over de financiering en de omvang van een dergelijk instituut. Scheerder verwacht uiteindelijk een halvering van de huidige omvang van 110 fte. “De kwaliteit moet het uitgangspunt vormen voor de doorstart, niet het aantal dienstjaren.”


Administrator

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden