Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Tien overbodige regels

De regelgeving in de zorg moet voor 2008 flink beperkt worden. Of dat gaat lukken, is volgens deskundige Jos de Beer zeer de vraag. Drie bestuurders dragen alvast tien regels voor afschaffing voor.

De bureaucratie in de gezondheidszorg is velen een gruwel. De talloze regels, procedures en enquêtes kosten veel tijd. Het vorige kabinet wilde de administratieve lasten met een kwart verminderen, goed voor honderden miljoenen aan besparingen. Directeur Jos de Beer van GGZ Nederland zet “grote vraagtekens” bij deze verwachtingen. De Beer was voorzitter van de Commissie terugdringing administratieve lasten zorgsector die in januari 2003 haar advies uitbracht. Sindsdien is er wel wat gebeurd, weet hij. “Er zijn machtigingen en wat enquêtes geschrapt en er zijn stappen gezet om het declaratieverkeer te vereenvoudigen en digitaliseren. Maar al met al is het nog redelijk mager. Intussen zijn er natuurlijk ook weer regels bij gekomen. In het veld voelt men geen afname, maar een toename van de regeldruk.”

Verplichtingen
Dat zorgorganisaties alleen maar méér bureaucratie ervaren, komt volgens Jos de Beer vooral door toenemende informatie- en verantwoordingsverplichtingen. “Iedere dag rolt er wel een enquête binnen. Dat is een ergernis van de eerste orde en vergroot niet alleen de werkelijke, maar vooral ook de gevoelde belasting.” Ook de invoering van nieuwe bekostigingssystemen slurpt administratieve energie. In theorie leiden de diagnosebehandelingcombinaties en de functiebekostiging uiteindelijk tot minder regels. Zorgaanbieders moeten laten zien wat ze leveren tegen welke prijs, maar zitten niet meer vast aan allerlei bepalingen en tarieven. Voor het zover is, verzwaart de invoering van de nieuwe financiering echter de regeldruk. Zorgorganisaties moeten werken met nieuwe begrippen en cijfers, terwijl het oude systeem evenveel tijd vergt als voorheen.
De regels die VWS schrapt, keren bovendien vaak langs een andere weg terug. Machtigingen die niet langer wettelijk verplicht zijn, eist de verzekeraar soms alsnog. En natuurlijk is VWS niet de enige instantie die regels bedenkt. Zorgorganisaties hebben ook te maken met de arbo-inspectie, de Keuringsdienst van Waren, schadeverzekeraars, en ga zo maar door. Bestuurder Nicolet Zeller van het Gelderse Vallei Ziekenhuis in Ede kan ervan meepraten. De plaatselijke brandweer verplichtte haar om alle medewerkers naar een cursus bedrijfshulpverlening te sturen. “Dat zijn 2300 mensen per jaar! Dat mag de brandweer zomaar van je eisen voor het afgeven van een gebruiksverklaring. Gelukkig hebben ze de eis uiteindelijk afgezwakt.”

Flinke slag
Het afbreken van bureaucratie is niet makkelijk, zegt Jos de Beer. “Het is een heel taai dossier. Alles hangt met alles samen.” Juist vanwege die complexiteit zouden zorgorganisaties harder moeten lopen om er wat aan te doen, vindt hij. “Het veld kan actiever bijdragen aan een oplossing, door te vertellen waar nou precies de pijn zit en wat daaraan te doen is. Er wordt steen en been geklaagd, maar als je vraagt waar het precíes aan schort, is het antwoord heel vaag.”
De Beer heeft zelf wel een suggestie hoe Hoogervorst een flinke slag kan slaan: het beperken van de hoeveelheid informatie die instellingen moeten verstrekken. Momenteel ontwerpt VWS een jaardocument waarin zorgaanbieders in één keer verantwoording kunnen afleggen over wat ze doen. De Beer houdt echter zijn hart vast. “Als de huidige informatieverplichtingen alleen maar samengevoegd worden, schiet het niet op. En als naast zo’n jaardocument die andere verplichtingen gewoon blijven bestaan, ben je nog verder van huis.”
Net als de informatievoorziening kan het externe toezicht op zorginstellingen beduidend efficiënter, denkt de ggz-voorman. Het ligt nu bij vele partijen, zoals zorgkantoren, uitvoeringsorganen, zelfstandige bestuursorganen en de Algemene Rekenkamer. Volgens De Beer zijn twee toezichthouders genoeg. Eentje die let op de kwaliteit en een die de mededinging bewaakt. “Dus de domeinen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Zorgautoriteit in oprichting. Ik zeg dit op persoonlijke titel, hoor.”
Als de drie door ZorgVisie geraadpleegde zorgdirecteuren representatief zijn, is de indicatiestelling de grootste bureaucratische ergernis binnen de sector. Op dat punt gloort hoop, denkt De Beer. ‘Zijn’ commissie adviseerde in 2003 al om de indicatiestelling deels te standaardiseren en terug te brengen naar de zorgorganisaties. Staatssecretaris Ross-van Dorp heeft in het convenant met de AWBZ-zorgaanbieders afgesproken dat ze hiervan werk gaat maken. “De wil is er”, gelooft de directeur van GGZ Nederland. “Ik denk dat we hiermee een heel eind zullen komen.”
Dat de zorg bureaucratische ballast kent, daaraan twijfelt niemand. Maar om welke concrete regels gaat het eigenlijk? ZorgVisie vroeg aan drie zorgbestuurders welke regels volgens hen morgen afgeschaft kunnen worden. De top-10 van overbodige regels is samengesteld uit de antwoorden van Nicolet Zeller, raad van bestuur Ziekenhuis Gelderse Vallei, Hans Klein Breteler, algemeen directeur Zorg-instellingen Pieter van Foreest (ouderenzorg) en bestuursvoorzitter Piet van den Beemt van Arduin (verstandelijkgehandicaptenzorg). Onbetwist bovenaan staat de indicatiestelling, die volgens alle drie bestuurders overbodig is. De andere negen regelingen zijn door één geïnterviewde genoemd.

1. Indicatiestelling
Hans Klein Breteler: “De indicatiestelling geeft een enorme administratieve rompslomp. Het zou veel tijd schelen als de huisarts of de zorgvrager rechtstreeks naar een aanbieder kan stappen en de indicatiesteller achteraf bekijkt of de juiste zorg is verleend. Dat is ook de manier waarop de belastingdienst werkt: die gaat uit van vertrouwen en controleert steekproefsgewijs. Ik zit 33 jaar in het vak en ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand bij ons aan de receptie stond en zei: ‘Ik mankeer niks, maar ik wil graag bij u in het verpleeghuis liggen.’”
Nicolet Zeller: “Bij overbodige regelgeving denk ik aan de indicatiestelling. Het ziekenhuis heeft daarmee te maken vanwege onze samenwerking met de thuiszorg. Het systeem van de indicaties wordt door niemand goed bevonden. Maar in plaats van het af te schaffen, giet men het in een nieuwe constructie – het Centrum voor Indicatiestelling – om het niet-functioneren te compenseren.”
Piet van den Beemt: “Het indicatieorgaan werkt zo ingewikkeld, daar begrijpt de klant niets van. Bovendien gebeurt de indicatiestelling voor de poort. Daarna begint binnen de instelling opnieuw de hele cyclus van uitzoeken wat de klant nodig heeft. Het is beter om de deskundigheid rond ondersteuningsvragen die nu binnen de instellingen zit, apart te zetten in een onafhankelijke organisatie. De cliënt moet aan het stuur komen te zitten, geadviseerd door die deskundigen. De zorgaanbieders worden uitvoerders van wat de cliënt vraagt.”

2. Enquêtes
Nicolet Zeller: “Door de transparantie nemen de administratieve lasten toe. We worden gebombardeerd met enquêtes, van de inspectie, van VWS, van de schadeverzekeraar, de zorgverzekeraar en ga zo maar door. Als over een onderwerp iets in de media verschijnt, komt er zo weer een nieuwe enquête op je af. Het is allemaal vast wel ergens goed voor, maar het verzwaart wel onze taken.”

3. Alle bouwregels
Piet van den Beemt: “Maak gewoon een, twee of drie bouwmodellen voor ziekenhuizen, dan is het Bouwcollege niet meer nodig. Een Boeing wordt één keer ontworpen en daarvan vliegen er duizenden. Maar in de ziekenhuizen wordt het wiel iedere keer opnieuw uitgevonden. Wat het vastgoed in de chronische zorg betreft, dat kan veel beter worden beheerd door woningcorporaties.”

4. Zorgregistratie per minuut
Hans Klein Breteler: “Bij extramurale zorg moet je per minuut bijhouden wat je doet. Dat kost veel tijd en leidt tot vervelende discussies: hoort koffiedrinken met de klant wel of niet tot de zorgverlening? Daar heb ik geen zin in. Wij rekenen met gemiddelden en we leggen dan wel uit hoe we dat doen.”

5. Beleidsregels voor particuliere zorg
Nicolet Zeller: “Derdecompartimentszorg is zorg die mensen zelf moeten betalen. De rekening gaat naar de patiënten thuis. Toch mogen wij die prijs niet zelf vaststellen, daar stelt het College Tarieven Gezondheidszorg regels voor.”

6. Eigen bijdrage
Hans Klein Breteler: “Voor de eigenbijdrageregeling moeten wij van alles invullen dat het zorgkantoor zelf ook zou kunnen doen. Gelukkig hebben we met ons zorgkantoor en het Centraal Administratie Kantoor een gezamenlijk automatiseringsprogrammaatje gemaakt, waarbij gegevens maar één keer ingevoerd hoeven te worden.”

7. Alarmbellen
Hans Klein Breteler: “De Inspectie voor de Gezondheidszorg hanteert veel te rigide maatstaven voor de minimale kwaliteit van de zorg. Bijvoorbeeld dat er in de huiskamers van dementerende bewoners altijd toezicht moet zijn. Als er maar een of twee bewoners in de huiskamer zitten en de anderen over de gang dwalen, stuur ik het personeel liever de gang op. Bovendien is dit een rem op de door ieder gewenste kleinschaligheid in de zorg. Want daarbij heb je veel meer huiskamers.”

8. Machtigingen
Nicolet Zeller: “Wij moeten voor bepaalde handelingen een machtiging aanvragen bij de verzekeraar. De huisarts moet er een verwijskaart voor uitschrijven en wij moeten controleren of die verwijzing er wel is. Vervolgens controleert de verzekeraar dat ook nog een keer.”

9. Intramurale zorgarrangementen
Hans Klein Breteler: “Ik houd mijn hart vast als ik zie wat er met de functiegerichte bekostiging op ons afkomt. Er komen zeven functies in zeven zwaartes, dus dat zijn al 49 mogelijke combinaties. Maar de zorgbehoefte van bewoners verschilt soms van dag tot dag. Moeten we dan alles gaan registreren wat hier dagelijks in huis gebeurt, hoeveel contacten een cliënt heeft met de psycholoog en met de arts? Dat is geen doen.”

10. Toelating
Piet van den Beemt: “Wat zou het College voor Zorgverzekeringen eigenlijk doen? Ik krijg net een brief van ze dat onze toelating met vijf plaatsen is uitgebreid. Tja… die plaatsen zijn er allang.” (Krista Kroon)

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden