Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Meer macht aan de consument (artikel)

Cliëntenbewegingen snakken naar geld om vuist te maken
Meer macht aan de consument (artikel)

Cliëntenbewegingen in de geestelijke gezondheidszorg moeten een krachtige stem krijgen om naast zorgaanbieders en financiers de rol van ‘derde marktpartij’ te kunnen spelen. Gebrek aan geld maakt het echter lastig om uit te groeien tot een waardige gesprekspartner.

De financiering van de geestelijke gezondheidszorg verandert per 1 januari 2008 ingrijpend. Het grootste deel verhuist van volksverzekering AWBZ naar de Zorgverzekeringwet (ZVW), een ander deel valt straks onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Deze stelselwijziging heeft grote gevolgen voor de cliënten- en familieorganisaties in de ggz. De organisaties willen zich actief bemoeien met de feitelijke invulling van het verzekerings- en aansprakenpakket en meepraten over welke zorg aangeboden en vergoed móet worden. Dat wordt er door deze versnippering van financiering echter niet eenvoudiger op.
Het zijn niet alleen de cliëntenclubs zelf die mee willen beslissen over de inhoud van de zorg, het wordt ook van hen verwacht. Minister Ab Klink van Volksgezondheid schreef afgelopen zomer nog aan de Tweede Kamer dat de recente stelselvernieuwingen de rol van patiënten- en cliëntenorganisaties belangrijker maken. Er zijn krachtige vertegenwoordigende organisaties nodig, aldus de bewindsman, die volwaardige gesprekspartners kunnen zijn van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en overheden.

Lappendeken

Op een conferentie in Utrecht liet de nog jonge landelijke koepel van cliënten- en familieverenigingen in de ggz, het Landelijk Platform GGz (LPGGz), onlangs van zich horen in de rol van ‘derde marktpartij’ naast aanbieders en financiers. Het platform werpt zich op als de spreekbuis van de cliënten- en familiebeweging en dat is gezien de lappendeken van tientallen veelal kleine en door vrijwilligers gerunde clubs geen overbodige luxe. Het platform streeft naar erkenning als gelijkwaardige gesprekspartij naast de landelijke koepels NPCF, CG-Raad en CSO (ouderen). In dit licht presenteerde het platform op haar conferentie onder meer een vuistdik eigen ‘inkoopboek’ voor geestelijke gezondheidszorg. Hierin staan honderden hulp- en informatieprojecten van cliënten en verwanten zelf. Deze ‘cliënten- en familiegestuurde zorg’ – van voorlichting tot zelfhulp, lotgenotencontact en rehabilitatie – dreigt te verdwijnen als de cliëntenbeweging haar niet nadrukkelijk onder de aandacht brengt aan de onderhandelingstafel over zorginkoop, zo meent de LPGGz-achterban. Er wordt nog gewerkt aan een website om de informatie toegankelijk te maken en actueel te houden. Daarnaast speelt de cliëntenbeweging met het idee van een eigen keurmerk, dat duidelijkheid moet verschaffen over welke zorgaanbieders oog hebben voor ‘cliëntenwaarden’ zoals onafhankelijke informatievoorziening, ervaringsdeskundigheid en een goede ketenkwaliteit.

Wegwijzers in de jungle

Het inkoopboek en het plan voor een keurmerk zijn het resultaat van een onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van het LPGGz. De onderzoekers maakten een tour door het land en spraken op dertien drukbezochte bijeenkomsten met vertegenwoordigers van cliënten- en familieverenigingen in de ggz. Onderzoeker Rally Rijkschroeff: “We werden bedolven onder voorbeelden van veelbelovende initiatieven van zorg vanuit het cliënten- en familieperspectief en hebben besloten die op te schrijven en te rubriceren. Zo is het inkoopboek ontstaan, als een bijproduct van ons onderzoek.”
Het onderzoeksverslag zelf, getiteld Beste Koop, geeft een eerste aanzet tot cliëntennormen voor het beoordelen van de kwaliteit van zorg. Daarnaast trekt het schetslijnen voor tactisch opereren. Want ggz-cliënten en hun familie kunnen niet aan alle onderhandelingstafels tegelijk zitten. Het platform moedigt haar lidorganisaties onder meer aan om regionaal aan te schuiven bij de inkooponderhandelingen met de zorgverzekeraars. Als hulpmiddel biedt het zijn standaarden aan, plus een setje leveringsvoorwaarden (bijvoorbeeld: ‘de instelling doet aan kwaliteitsverbetering op basis van toetsingen vanuit cliënten- en familieperspectief’). Hiernaast wordt gedacht aan het sluiten van convenanten, bijvoorbeeld met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over het stukje ggz dat onder de WMO valt.

Er zijn dus enkele wegwijzers geplaatst in de ogenschijnlijke jungle van de markt van de geestelijke gezondheidszorg. Neemt niet weg dat de cliëntenverenigingen zich geplaatst zien voor een nieuwe, zeer complexe klus. Sommige patiëntenvertegenwoordigers toonden zich op de conferentie van het LPGGz dan ook wat moedeloos. Maarten Muis van de vereniging van schizofreniepatiënten Anoiksis: “Wij zijn een honderd procent vrijwilligersorganisatie. De standaarden en leveringsvoorwaarden in het rapport Beste Koop staan wel erg ver weg van de wereld van de schizofreniepatiënt.” Muis ziet het vooralsnog niet zitten om te gaan onderhandelen met de zorgverzekeraars. “Voor ons een maatje te groot”, luidde zijn reactie op het initiatief van zijn koepelorganisatie.

Excuus-Truus

Er zijn er meer als Anoiksis. In Utrecht werd luid geklaagd over de marginale financiële positie van de cliëntenbeweging. Sommige clubs kunnen het zich niet eens veroorloven om lid te worden van hun eigen Landelijk Platform. “Met de visie op het versterken van de consumentenmacht is niets mis, maar de financieringsstromen volgen de visiestromen niet”, aldus een deelnemer aan de discussie. Een woordvoerder van de grootste consumentenclub in de ggz, de vereniging van familieleden van schizofreniepatiënten Ypsilon (zevenduizend leden), meldde verontwaardigd dat op de subsidie voor haar vereniging wordt bezuinigd: “We worden weer gekort! Hoe kunnen de organisaties hun rol in het nieuwe stelsel waarmaken wanneer ze almaar moeten vechten om overeind te blijven?”

Hylke van Zwol, voorzitter van de Landelijke Stichting voor Ouders van Druggebruikers onderstreepte krachtig het pleidooi voor een gedegener financiering, ook een van de conclusies van Beste Koop. “Wil je cliënten en familie als derde partij serieus nemen dan moet je ze voor deze rol toerusten. Zeker het Landelijk Platform GGz zal structureel voldoende moeten worden toegerust om haar rol als countervailing power te kunnen spelen en om niet de excuus-Truus van het nieuwe stelsel te worden.” Volgens LPGGz-directeur Marjan ter Avest staat de financieringskwestie hoog op de agenda van haar organisatie. “Een politieke lobby op dit punt is zeer wenselijk.” Die is al begonnen, een brief over het onderwerp is de deur uit, aldus Ter Avest.

Invloed

Inmiddels komt inkoopoverleg tussen zorgverzekeraars en cliëntenvertegenwoordigers hier en daar wel op gang. Ook vertegenwoordigers van zorgverzekeraars waren aanwezig op de conferentie van het ggz-platform. Anouk Mateijsen, adviseur zorginkoop van Agis, liet weten geregeld met cliëntenraden en andere vertegenwoordigers te overleggen. Dit komt voor op instellingsniveau, maar ook in gemeentelijk, provinciaal en landelijk overleg. “Zorginkoop is ingewikkeld en om te kunnen beoordelen wat goede zorg is, hebben wij de cliënt hard nodig. Het rapport van het LPGGz biedt een baken en een keurmerk van cliëntenzijde is een goed idee. Graag zelfs.”
Agis heeft in overleg met cliëntenorganisaties kwaliteitscriteria opgesteld waaraan de aangeboden zorg zou moeten voldoen: keuzevrijheid, continuïteit en lotgenotencontact bijvoorbeeld. Hiermee kunnen aanbieders wat Agis betreft ‘scoren’ en dat betekent extra financiële ruimte.

Om haar invloed te doen gelden, moet de cliëntenbeweging zich vooral regionaal sterk organiseren, aldus Mateijsen: “Het is voor ons niet te doen om met honderd verenigingen om de tafel te gaan zitten. Daarom zou het goed zijn wanneer ggz-cliënten ook regionaal hun krachten bundelen, zoals het LPGGz bepleit. Het landelijk platform kan zijn vertegenwoordigers in de regio handreikingen doen om met de zorgverzekeraars over inkoop te overleggen. Mijn advies is: kom per regio concreet met een aantal punten die je als zorgconsumenten geregeld wil zien.” Want het kan best, cliënten die meepraten over de contracten met zorgaanbieders, stelt Mateijsen. Sterker nog: “In onze regio’s zijn cliënten al daadwerkelijk van invloed.”

Administrator

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden