Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Vierde scène: Bloedneus

In november 2003 stelde u over het eind van uw ministerschap in 2007: ‘Patiënten zijn dan meer kostenbewust, we hebben dan een andere financieringssystematiek, meer marktwerking en een nieuwe zorgstelsel en ik hoop dat dit alles bij elkaar zal leiden tot een meer betaalbare en kwalitatief betere zorg. Laten we ze even nalopen: Zijn patiënten kostenbewuster? “Absoluut, iedereen weet wat zijn zorgverzekering kost. Dat wisten vroeger alleen particulier verzekerden.”

Mensen weten wat de zorgverzekering kost, maar weten ze ook wat de zorg kost?

“Nu ziekenfondspatiënten voor het eerst zijn geconfronteerd met de no-claim hebben ze een overzicht gekregen van de kosten, ze hebben meebetaald aan de gemaakte kosten. Het kostenbewustzijn is sterk toegenomen.”

De financieringssystematiek daar hoeven we het niet meer over te hebben.

“Dat is gelukt.”

Meer marktwerking in een nieuwe zorgstelsel.

“Dat is ook gelukt. Dat was nummer 2 van mijn strategie. Dat vond ik heel belangrijk, maar ik zag daar ook veel voetangels aan zitten. En ik wist ook dat het politiek heel gevoelig lag. Dus ik heb vanaf het begin dat hele marktverhaal getemperd. Ik heb altijd gezegd: De zorg zal nooit een normale markt worden, dus zal altijd begeleid worden door overheidsregulering. Ik ben vrij behoedzaam geweest met de liberalisering van de ziekenhuiszorg. Ik dacht: als ik dat allemaal tegelijkertijd ga doen, gaat het mislukken.”

Tien procent van de dbc’s is nu onderhandelbaar. er zijn mensen die willen snel naar dertig, veertig, vijftig, zestig, zeventig procent.

“Dat kan ook binnen een jaar, al moeten we die dbc’s eerst goed onder de knie hebben. Een arts heeft te maken met een beperkt aantal dbc’s en verkoopt niet het hele ziekenhuisarsenaal. De systematiek an sich moet eenvoudiger, daar bestaan goeie plannen voor. De Zorgautoriteit ontwikkelt een systeem om de prijsliberalisering van wat nooduitgangen te voorzien opdat het niet uit de hand kan lopen. Als we dat allemaal hebben, dan kan het. En dan moet je denk ik ook meteen naar een groot percentage.”

Hoe groot en hoe snel?

“Zeventig procent van de ziekenhuiszorg zou kunnen worden geliberaliseerd. Wat heb ik de Kamer geschreven: ik geloof 2008.”
Waarom blijft u niet nog even? Oh ja, de verkiezingen, sorry.
“Niet omdat ik het had zien aankomen, Ik had sowieso aangekondigd dat ik ermee zou stoppen.”

Hebt u een borging ingebouwd dat een PvdA-minister de nominale premie niet vervangt door een premie naar draagkracht?

“Daar is natuurlijk geen enkele garantie op. Als men dat zou gaan doen, krijgt men dezelfde ellende die ik heb gehad, namelijk dat je aan alle portemonnees gaat sleutelen. Ik hoop maar dat ze daar tijdig achter komen.”

Kortom: het stelsel is in principe even houdbaar als de minister die het heeft ingevoerd.

“Het zal in ieder geval niet terugkeren naar het oude systeem van particulier en ziekenfonds. Afschaffing van de no-claim vind ik niet zo’n drama. Die no-claim is een van mijn misrekeningen geweest. Ik dacht dat mensen een beloning achteraf als minder vervelend zouden ervaren, maar dat heeft niet zo gewerkt. Ik had moeten kiezen voor een eigen risico aan de voet.”

Hebt u nog ergere dingen op te biechten?

“In het conflict met de huisartsen heb ik me in een te vroeg stadium te veel lopen opwinden. Ik had tot het eind moeten doen alsof mijn neus bloedde…”

Dan hebt u ook een huisarts nodig, als-ie blijft bloeden.

“Ja, maar dan kom je als cliënt, dat is toch anders.”


Vijfde scène: Liberale vriendjespolitiek


Door: Ruud Koolen

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden