Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Financiering van zorg aan huis loopt vast

Ouderen moeten zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Dat is al jaren het uitgangspunt van de overheid. Maar een optelsom van recente regelingen maakt dit beleid langzamerhand onuitvoerbaar. Tien maatregelen die ouderen het verpleeghuis in jagen.

Met stip op 1: Minder geld voor mensen die thuis veel zorg nodig hebben

De woonwens van cliënten was tot 1 juli 2007 het uitgangspunt voor het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat beoordeelt welke zorg mensen nodig hebben. Wie zelfstandig wilde blijven wonen, kreeg de thuiszorg die daarvoor nodig was. Nu bepaalt het CIZ op basis van ‘objectieve kenmerken’ of mensen zelfstandig kunnen wonen. Of zij bijvoorbeeld al in een aanleunwoning wonen, telt niet mee. Heeft iemand volgens het CIZ een beschermde woonomgeving nodig, dan krijgt hij een indicatie voor ‘verblijf’.
Dat leidt tot een onverhoedse aderlating. Cliënten met een indicatie voor verblijf krijgen namelijk een zorgzwaartepakket (zzp) toegekend in plaats van thuiszorguren. Zzp’s zijn niet bedoeld voor thuiszorg, maar voor instellingen waar cliënten wonen. Die krijgen vanaf volgend jaar volgens dit systeem betaald. De vergoeding voor zzp’s is lager dan het oude thuiszorgbudget, vanuit de gedachte dat zorg binnen een instelling efficiënter geleverd kan worden.
Officieel is een indicatie voor ‘verblijf’ een recht, geen plicht. Maar door de bijbehorende lagere financiering wordt ze een bindend advies. Thuiszorgaanbieders kunnen nieuwe cliënten met een zzp niet helpen. Voor bestaande cliënten vragen ze geen herindicatie aan, ook al hebben die mensen inmiddels meer zorg nodig – het risico is immers groot dat ze dan een zzp krijgen. In beide gevallen zijn de cliënten de klos: doordat ze naar een instelling moeten, of doordat ze te weinig zorg ontvangen.

2. Het officiële alternatief voor de financiering is praktisch onbruikbaar

Er bestaat een theoretische mogelijkheid om te ontkomen aan het zzp voor verblijf: het ‘volledige pakket thuis’. Deze regeling is onwerkbaar. Organisaties die alleen zorg aan huis bieden, mogen er geen gebruik van maken. Bovendien moet voor elke oudere die zo’n pakket krijgt een bed leeg blijven staan. Instellingen die goed bezet zijn, voelen daar niets voor. Bestuursvoorzitter Lex Janse van Curamus: “Ik ga hier geen lege plek creëren terwijl er een wachtlijst is. Bovendien heb ik voor zo’n bed vaste lasten die ik dan niet vergoed krijg. Terwijl mijn kosten stijgen, doordat de verpleeghuisarts naar iemand thuis toe moet.”
In 2009 kunnen ook thuiszorgorganisaties het volledige pakket thuis aanbieden en vervalt misschien de ‘leeg-bed-eis’. Maar de vergoeding blijft gebaseerd op zzp’s en blijft dus lager dan thuiszorguren.

3. Ouderen met alleen lichamelijke gebreken krijgen geen sociale ondersteuning meer

Sinds 1 januari 2008 hebben ouderen met alleen lichamelijke problemen, thuis geen recht meer op ondersteunende begeleiding, in tegenstelling tot instellingsbewoners. Het gaat om zaken als hulp om de dag te structureren of het dagelijkse leven te regelen. Alleen mensen die dit in 2007 al kregen, hebben er tot 2009 recht op. Tenzij intussen hun indicatie afloopt of een herindicatie nodig is.
“Ouderen met een lichamelijke beperking kunnen juist heel goed thuis blijven wonen. Maar ze hebben vaak wel een beetje hulp nodig om hun leven op orde te houden”, zegt Anneke Groenenberg, bestuursvoorzitter van Coloriet in Lelystad. Hulp is bijvoorbeeld elke ochtend tien minuten langs gaan bij eenzame mensen die moeite hebben de dag te beginnen. Of mensen die verhuisd zijn naar een aanleunwoning helpen hun draai te vinden in de nieuwe omgeving.

4. Mensen krijgen maar een deel van de zorg waar ze maximaal recht op hebben

Het CIZ stelt met een bepaalde marge vast hoeveel uren zorg mensen nodig hebben, bijvoorbeeld twee tot vier uur persoonlijke verzorging. Sinds Bussemaker per 1 januari 2008 een bezuiniging heeft doorgevoerd, mogen cliënten daarvan maar een gedeelte daadwerkelijk krijgen, althans voor de functies persoonlijke verzorging en ondersteunende begeleiding. Bij een bandbreedte van twee tot vier uur mogen zorgaanbieders gemiddeld slechts 2,7 uur leveren: 35 procent boven op de ondergrens. Anders krijgen ze een tariefkorting van zeven procent. Raar, vindt directeur Gerard Verhulst van het Oud Burgeren Gasthuis in Nijmegen. “Ik dacht dat het CIZ objectief vaststelt wat iemand nodig heeft. Dan is het onrechtvaardig als die persoon dat vervolgens niet krijgt.” Overigens is ook zonder strafkorting het tarief een procent lager dan in 2007.

5. Zorgaanbieders die instellingsplaatsen afbreken, weten niet of ze daarvoor thuiszorgklanten terugkrijgen

Zorgkantoren verdelen het geld voor de zorg aan huis sinds 2005 via aanbestedingen. Organisaties die een hogere prijs berekenen dan andere eindigen laag in de ranking. Ze mogen wel zorg aan huis leveren, maar tot een maximum. Het kan dus gebeuren dat zorgorganisaties die hun klanten ‘extramuraliseren’, hen vervolgens kwijt zijn. Ze lopen minder risico als ze zorg blijven leveren binnen de instelling, waar geen marktwerking geldt.
Voor cliënten kan het gevolg zijn dat zij niet kunnen kiezen voor hun favoriete aanbieder. Zorgorganisaties die aan hun plafond zitten, willen geen gratis zorg leveren en stellen dus vaak een klantenstop in. Coloriet is zo’n organisatie. Groenenberg: “Heel veel klanten willen zorg van ons, maar wij krijgen die productie niet. Het zorgkantoor zegt: ‘Als jij zo graag die klanten wil, moet je prijs omlaag.’ Maar wij zijn geen kleine thuiszorgorganisatie; we leiden leerlingen op, investeren in ketenzorg. Ik zou alleen in prijs kunnen zakken als ik zeker wist dat we veel omzet zouden krijgen. Maar dat is in deze regio heel onzeker, omdat er in totaal te weinig budget is.”

6. Zorgaanbieders moeten afwachten of ze geld krijgen voor domotica en het kantoortje van de zusters

Investeren in zogeheten zorginfrastructuur, zoals een kantoortje op locatie, is voor zorgorganisaties riskant. De vergoeding van vaste lasten gaat veranderen. Waarschijnlijk krijgen zorgaanbieders vanaf 2010 geen totaalbedrag meer uitgekeerd, maar een toeslag op de tarieven voor de zorg. Door de aanbestedingen weten ze echter niet van tevoren of ze wel zorg gaan leveren. Groenenberg: “Wij schatten dat 125 omwonenden van ons appartementencomplex zorg van ons willen krijgen. Maar als het zorgkantoor ons niet die productie gunt, lopen we niet alleen die klanten mis, maar ook de vergoeding voor de infrastructuur.”

7. Een gemeente schiet erbij in als veel burgers zorg aan huis krijgen

Instellingen die plaatsmaken voor zorgwoningen kosten de gemeente geld. Vanwege de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) moet de gemeente de kosten betalen voor huishoudelijke hulp, woningaanpassing en verhuizing. Instellingszorg kost haar daarentegen geen stuiver.
Dit kan gemeenten drijven tot een ontmoedigingsbeleid, zoals in Hulst. Deze gemeente werkte enthousiast mee aan het ‘koplopersproject’ van VWS om extramuralisering te bevorderen. Totdat bleek dat de beloofde financiële tegemoetkoming vanuit VWS uitbleef en de gemeente bovendien voor veel burgers huishoudelijke hulp moest gaan betalen. Nu wil Hulst niet dat Curamus een tweede verzorgingshuis vervangt door zelfstandige zorgwoningen. Curamus-bestuurder Janse: “Wij vragen toch een bouwvergunning aan, want we zitten met een verouderd verzorgingshuis. Maar we zetten daarmee de gemeente voor het blok. Dat komt de verhoudingen niet ten goede.” En de gemeente is wel de partij die de huishoudelijke hulp verdeelt onder thuiszorgaanbieders en die moet betalen voor welzijnsvoorzieningen – het volgende punt.

8. De financiering van noodzakelijke welzijnsdiensten is onzeker

Als ouderen thuis blijven wonen, hebben ze voor hun welzijn voorzieningen nodig als alarmering, maaltijden, ontmoetingsruimten en cliëntondersteuning. Daarvoor bestond sinds 2004 de subsidieregeling ‘Diensten bij wonen met zorg’. Die werkte matig, vanwege de voorwaarde dat de cliënten thuis moesten wonen, maar wel een indicatie moesten hebben voor verblijf. Sinds 2007 is het geld overgeheveld naar het Wmo-budget van gemeenten. Alleen is het potje verdeeld op basis van de aanvragen in het jaar 2004, waardoor later gestarte projecten buiten de boot vallen. Een ander punt is dat gemeenten vrij zijn in hun besteding van het geld. Als zij er iets anders mee willen doen, of het alleen willen toekennen aan ‘echte’ welzijnsorganisaties, hebben zorgaanbieders het nakijken. Groenenberg: “De gemeente Lelystad is heel bereidwillig om mee te betalen aan ontmoetingsruimten, maar de gemeente Dronten bijvoorbeeld niet.”

9. Zelfstandig wonende cliënten zijn duurder uit dan instellingsbewoners

Mensen in ouderenwoningen die zorg aan huis krijgen, zijn veel geld kwijt aan eigen bijdragen, servicekosten en de huur. Dat blijkt onder meer uit onderzoek van de Erasmus Universiteit naar kleinschalig wonen. Mensen met lage inkomens houden daardoor minder geld over dan de zakgeldnorm voor instellingsbewoners, constateert de gemeente Middelburg. De gemeente heeft met steun van de provincie Zeeland een fonds opgericht waaruit deze mensen maandelijks maximaal honderd euro extra krijgen.
Stichting Vughterstede in Vught heeft plannen voor extramuralisering deels afgeblazen vanwege de kosten voor de cliënten. “We hebben bewoners vooraf geschetst wat de kosten waren”, vertelt directeur Tinie Kardol. “Het bleek dat zo’n 25 mensen het helemaal niet konden betalen. Ze zouden geen zakgeld overhouden. Dus nu hebben we slechts een deel van het verzorgingshuis geëxtramuraliseerd.”

10. De risico’s en nadelen stapelen zich op

Veel zorgaanbieders zijn voorstanders van zelfstandig wonen. Zeker de voorhoede onder hen heeft de afgelopen jaren de nodige problemen op de koop toe genomen om te extramuraliseren. Maar door de optelsom van alle, deels nieuwe hindernissen, krabben zij zich nu achter de oren. Janse: “De visie is dat mensen zo lang mogelijk thuis moeten blijven wonen, maar de hele wet- en regelgeving is er niet op afgestemd.” En Konings stelt vast: “De visie van de overheid is prachtig, maar het beleid bestaat uit allemaal losse regeltjes, met bezuiniging als verkapt doel. Dat bijt elkaar.” Zorgvisie - Krista Kroon

Download het hele verhaal Thuis wonen op de tocht uit Zorgvisie magazine, april 2008

Administrator

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden