Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Medisch beleid op basis van dbc’s

In het novembernummer van Zorgvisie magazine is de rubriek Best Practice gewijd aan het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Het ziekenhuis gebruikt zijn dbc-administratie om de operaties logisch te verdelen over de verschillende locaties. U kunt hier een uitgebreider artikel downloaden waarin de ontwerpers uitleggen hoe ze dat precies gedaan hebben.

Het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) is een fusieziekenhuis. Het verleent zorg vanuit drie locaties: het Groot Ziekengasthuis, het Carolus Ziekenhuis en Liduina. De verdeling van de behandelingen over de locaties was tot voor kort historisch bepaald. Na een fusie van de maatschappen chirurgie wilde het ziekenhuis opnieuw bepalen welke operaties waar plaatsvinden.
Het combineerde daarvoor, met hulp van Q-Consult, informatie uit de dbc-administratie en uit het ziekenhuisinformatiesysteem. Dit maakte het mogelijk om op basis van harde data en criteria van de professionals te bepalen waar de zorg verleend wordt.

Patiëntengroepen indelen

Om zorg te verdelen is het belangrijk:
• de patiëntengroepen duidelijk te onderscheiden. Dat betekent dat elke patiëntengroep te herleiden moet zijn tot een aantal specifieke dbc’s.
• dat de professionals input geven voor de bepaling van de patiëntengroepen.

Op basis van deze uitgangspunten formuleerde het JBZ diverse chirurgische patiëntengroepen (zie tabel 1). In de eerste kolom staat de omschrijving van de patiëntengroep en in de tweede kolom staan de kenmerken van die groep.
[kader]

Het JBZ maakte een onderscheid tussen de high care en low care (gehanteerde definitie: high care asa-klasse 3, 4 en 5 en low care klasse 1 en 2). Dit was van belang in verband met de beschikbare faciliteiten op de verschillende locaties. De spoed wordt volgens dit plan op één van de locaties geconcentreerd. Daarom was het onderscheid tussen spoed en electief noodzakelijk.
Het JBZ definieerde ook aparte patiëntengroepen voor de mogelijke vorming van straten: de concentratie een patiëntengroep op één locatie. Het gaat om de eerste zeven patiëntengroepen uit tabel 1.

De benodigde informatie in vier stappen

Voor het opzetten van een bestand met de nodige informatie – een zogeheten bronbestand – maakte het JBZ gebruik van de geregistreerde dbc’s van januari tot en met oktober 2008. Bij deze dbc’s is sprake van een OK-verrichting (poliklinisch, klinisch en dagopname) binnen de maatschap chirurgie van het ziekenhuis.

Stap 1
Per dbc het zorgprofiel opvragen.
Zo kreeg het JBZ per dbc inzicht in het aantal verpleegdagen, dagverplegingsdagen, polikliniekbezoeken en de OK-verrichtingen.

Stap 2
CTG-codes van de OK-verrichtingen aan de OK-tijden koppelen.
Door CTG-verrichtingen te koppelen aan de OK-tijden worden de consequenties voor het gebruik van de OK inzichtelijk. Dit bleek overigens niet eenvoudig. De manier waarop ziekenhuizen OK-tijden bijhouden, past niet gemakkelijk bij de manier waarop dbc’s geregistreerd worden. Daarom waren handmatige aanpassingen noodzakelijk. Uiteindelijk gebruikte het JBZ de OK-tijden van een van de locaties als leidraad voor de volledige chirurgie. Bij de nieuwe OK-indeling hield het echter wel rekening met het verschil in wisseltijden tussen beide locaties.

Stap 3
Onderscheid aanbrengen in de verschillende patiëntengroepen op basis van de indeling van de professionals (zie ook tabel 1).
Dit levert een bestand op met per patiëntengroep:
• de aantallen dbc’s;
• de OK-benutting in tijd (zowel binnen als buiten kantooruren);
• het aantal verpleegdagen (benutting kliniek, zowel ‘gewone’ als spoedbedden);
• dagverplegingsdagen (benutting dagopname);
• polibezoeken (benutting polikliniek).

Esther van den Broeke, Juriën van den Broek en Theo Veldboer

Berber Bast

chef redactie Zorgvisie
Bekijk profiel

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden