Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

‘Overleg met cliënt over e-healthbehandeling’

Het is belangrijk om met een cliënt te overleggen in hoeverre e-health onderdeel wordt van zijn behandeling. ‘Goede afstemming zorgt voor een gevoel van verantwoordelijkheid bij cliënten en versterkt de zelfredzaamheid’, stelt Liesbeth Renckens, klinisch psycholoog bij GGZ Friesland.
‘Overleg met cliënt over e-healthbehandeling’
Foto: ANP

De organisatie is in december 2012 gestart met een online portal van ontwikkelaar Info Support waarop cliënten zelf een deel van hun behandeling kunnen managen. De portal is nu nog alleen beschikbaar voor het organisatieonderdeel Denk. Dit onderdeel focust op kortdurende zorg voor mensen 'die er zelf niet meer uitkomen'. Cliënten krijgen voorafgaand aan het eerste gesprek al toegang tot de portal. ‘Tijdens het intakegesprek bepalen we samen met de cliënt hoeveel hij zelf kan doen’, stelt Renckens. ‘We proberen zoveel mogelijk de zelfredzaamheid te bevorderen.'

Portal en behandelmodules

Tim Koelman, directeur Innovatie & Dienstverlening bij GGZ Friesland, legt uit dat zij gekozen hebben voor een naadloze integratie tussen epd en ehealth. Dit betekent dat alle inhoudelijke informatie ontsloten wordt via de werkomgeving van de behandelaar en in het portaal van de cliënt beschikbaar komt. Alle uitgewisselde data worden geborgd in het epd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen e-health in brede en e-health in engere zin. ‘Het portaal is e-health in brede zin. Daar staan functies die voor iedereen toegankelijk zijn, zoals geplande afspraken, beveiligd mailen, toegang tot het epd en Routine Outcome Measurement (ROM) om de resultaten van de behandeling te bekijken. E-health in engere zin draait om zorg op indicatie. Dit zijn behandelmodules die zich richten op de specifieke problemen van patiënten.’ Cliënten loggen in met een gebruikersnaam en wachtwoord. Daarna vindt er nog authenticatie plaats via sms. Naast veiligheid richt de organisatie zich op eenvoud. ‘Als je niet realiseert dat een portaal zeer eenvoudig is, dan lopen cliënten weg. Zij moeten er gemakkelijk mee overweg kunnen.’

Ervaringen met portal

De eerste indruk van Renckens sinds het werken met de portal is dat zij veel meer kunnen sturen in het verminderen van het standaardaantal face-to-face contacten. ‘Normaal gesproken reken je ongeveer zestien afspraken bij een matig ernstige depressie. Bij de nieuwe werkwijze stimuleren we de eigen verantwoordelijkheid veel meer. We maken duidelijk dat patiënten een eigen aandeel in het herstel hebben en dat zetten we ook scherp tijdens het oriëntatiegesprek. Het draait om verwachtingmanagement en stimulering van de patiënt. Cijfers hebben we nog niet, maar we horen van patiënten dat zij het heel plezierig vinden dat zij in eigen tijd kunnen mailen of hun stemming bij kunnen houden.’

De grootste verrassing voor Renckens was dat mensen graag meedoen als de therapeut hierop stuurt. Natuurlijk moeten bestuur en management ook achter de plannen staan, maar de inzet van behandelaren is onmisbaar.

Therapietrouw

Bij Denk vindt standaard een oriëntatiegesprek en eindevaluatie plaats. Daarbinnen vindt de behandeling plaats die bestaat uit een combinatie van e-health en face-to-face gesprekken. ‘We letten heel erg op de relatie met de patiënt. Als we dit niet doen, stijgt de drop-out-ratio. De mensen die alleen online werken en geen gebruik maken van face-to-face contact, zijn echt een uitzondering.’

Uitbreidingen

De portal bevat momenteel nog geen eigen behandelmodules. ‘We maken gebruik van behandelmodules van externe partijen’, zegt Koelman. ‘Vanuit het epd ontsluiten we deze modules en de rapporten met ruwe data importeren we weer in ons eigen epd. We kiezen er bewust voor om de onderdelen langzaam uit te rollen, zodat alles gecontroleerd en goed wordt ingevoerd.’

Uiteindelijk is het belangrijk om een bibliotheek met e-healthmodules te hebben. Behandelaren kunnen dan de geschikte module kiezen voor een patiënt. Verder geven we nu nog regelmatig uitleg op papier mee, maar al deze informatie kan ook digitaal aangeboden worden.

Videocontact heeft GGZ Friesland nog niet toegevoegd aan de portal. ‘Deze wens staat wel op onze longlist, maar het is technisch moeilijk realiseerbaar. We willen niet dat cliënten een programma hoeven te installeren. Het moet direct vanuit het portaal werken. Microsoft zegt bijna zo ver te zijn dat ze deze oplossing kunnen aanbieden; daar wachten we nog op. Andere onderdelen die we willen toevoegen, zijn forumondersteuning, terugkoppeling van ROM-metingen en de mogelijkheid afspraken te maken voor de cliënt. Nu kunnen zij nog alleen afspraken inzien.

Visie en lange adem

Belangrijk voor zorginstellingen bij de inzet van e-health is het hebben van een visie en een lange adem. Koelman: ‘Een blauwdruk werkt niet altijd, omdat je dan te veel vasthoudt aan een bepaalde route. Samen met Melle Steringa, hoofd Informatievoorziening en Automatisering, kozen we voor een fundamentele aanpassing van onze applicatie-architectuur. Het bestuur van GGZ Friesland heeft ons de ruimte gegeven om e-health op deze wijze te ontwikkelen en te implementeren. We hebben ook ervaren dat het belangrijk is om e-health te integreren in de behandeltrajecten. Als het er alleen maar bij komt, ervaren therapeuten een verhoging van de werkdruk en dan gaat niemand het omarmen. Om die reden is het belangrijk dat we het zorgvuldig invoeren in heel GGZ Friesland.’

2 reacties

  • robdoms

    Het is allemaal niet zo zwart-wit.

    Er kunnen verschillende motieven zijn om e-health in te zetten. Deze hoeven elkaar niet uit te sluiten. E-health kan een kostenbesparing opleveren, maar kan ook een meerwaarde hebben voor de patiënt of cliënt. Deze meerwaarde kan ondermeer bestaan uit meer regie over de eigen behandeling door plaats- en tijdonafhankelijkheid of door ruimere openingstijden of simpelweg door minder reis- en wachttijd.

    E-health interventies hoeven bovendien face-to-face contacten niet uit te sluiten. E-health interventies zijn net als face-to-face interventies mogelijke onderdelen van een behandelplan. De mate van inzet en de positionering van deze onderdelen in het behandelplan moeten aansluiten bij de behandeldoelen en de eigenschappen van de behandelde.

  • henkkik

    Toch blijf ik het merkwaardig vinden: het heilige vuur waarmee gepoogd wordt het aantal face-to-face contacten te verminderen binnen een psychotherapie. Nee, ik ben niet tegen e-health, maar ik wantrouw wel de motieven van een toenemende promotie ervan.
    Daarom vind ik het ook een politiek frame om bevordering van 'zelfredzaamheid' toe te schrijven aan e-health. Ten minste: in je eentje actief met je problemen aan de slag gaan is toch niet 'zelfredzaam''?
    Iedere 'klassieke' psychotherapeut beoogt zichzelf overbodig te maken en wil zo kort als mogelijk behandelen.
    Maar de kracht van een 'therapeutische relatie' en het ruimte geven aan 'de mens en zijn verhaal' past hoe langer hoe minder in een technocratische samenleving, waarin cognitieve gedragstherapie het hoogste goed is (omdat er veel statistiek over beschikbaar is) en waarin psycho-educatie gelijk gesteld wordt aan psychotherapie.
    In onze maatschappij zijn de economische kosten en baten van zorg belangrijker geworden dan de kwaliteit van leven. In een samenleving waarin alles gematerialiseerd moet zijn, zijn slechts getallen waar (ROM). Oh ja, video contact is ook contact. Nee dus. Zonder echt contact is afstemming niet mogelijk.

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden