Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

‘Organiseer medisch dossier rondom patiënt’

Patiënten moeten zelf zoveel mogelijk verantwoordelijkheid dragen voor hun medisch dossier. De huisarts dient wel de informatie te beheren en valideren. Dat zeggen huisarts Olav Du Ry van Beest Holle en informaticus Hans Kroon.
‘Organiseer medisch dossier rondom patiënt’
Foto: iStock

Du Ry van Beest Holle en Kroon zijn initiatiefnemers van het huisartsen informatiesysteem Cito. Sinds 1985 werken zij samen aan de ontwikkeling van het systeem dat voornamelijk gebruikt wordt door huisartsen in de regio Leiden en in de Randstad. Inmiddels is Cito niet alleen een HIS, maar ook een ketensysteem en patiëntportaal. De combinatie van een informaticus en een huisarts die samen beslissen over de ontwikkeling, zorgt ervoor dat het pakket goed aansluit op de zorg, vertellen de twee in een interview.

Communicatie voorop

Het grootste probleem in de zorg is communicatie. Du Ry van Beest Holle en Kroon zien dat dat nog te vaak misgaat en dat er onvoldoende wordt samengewerkt. 'De huisarts, medisch specialist, thuiszorg, fysiotherapeut en psycholoog hebben allemaal informatie over de patiënt, maar de uitwisseling vindt maar mondjesmaat plaats', zegt Kroon. Hij weet dat uit eigen ervaring want hij neemt de zorg voor zijn vrouw, die al negen jaar ALS heeft, grotendeels op zich. 'De thuiszorg heeft bij ons thuis bijvoorbeeld een map staan waar zij allerlei informatie in verzamelen, maar er wordt te weinig mee gedaan. Dat kan veel beter.' Du Ry van Beest Holle herkent de papieren dossiers en vult aan dat huisartsen heel weinig doen met zo'n map. 'In de huisartsenpraktijk kunnen we die map bijvoorbeeld niet raadplegen. En als we bij patiënten thuis zijn gaan we die map niet uitpluizen. Daar hebben we simpelweg geen tijd voor. Ik weet niet eens of erin staat wat ik wil weten en of het nog actueel is. Dat is dus niet de goede weg.'

Patiënt voorop

Cito brengt daar verandering in, menen Du Ry van Beest Holle en Kroon. Het online systeem bestaat uit twee delen. Een HIS/KIS voor de zorgverleners en een persoonlijk gezondheidsdossier (pgd) voor de patiënten. Zij kunnen het pgd gratis bekijken. Voor 15 euro per jaar kunnen zij ook herhaalrecepten aanvragen, afspraken maken, veilig communiceren en extra informatie opnemen. Het idee is dat de patiënt zelf zoveel mogelijk verantwoordelijkheid draagt voor zijn medisch dossier. De huisarts beheert en controleert informatie die andere zorgverleners aan het systeem toevoegen. Kroon: 'De patiënt kan bepalen wie tot welke onderdelen toegang krijgt. Zorgverleners zetten dus zelf de informatie in het systeem.' Na controle door de huisarts komt de informatie van andere zorgverleners in het dossier. Du Ry van Beest Holle: 'Zo kunnen we garanderen dat de informatie correct en up-to-date is. Huisartsen en specialisten wisselen wel eens brieven van drie tot vier kantjes uit. Die gaan in het archief en worden nooit geheel gelezen. Veel meer dan de samenvatting hebben we niet nodig. In ons systeem is overzicht en structuur belangrijk. Daar hebben artsen en andere zorgverleners iets aan.' Het nadeel is dat zorgverleners mogelijk met verschillende inlogcodes voor externe systemen moeten werken. Volgens Kroon zijn de voordelen echter veel groter. 'Aan de oplossing van problemen werken we graag mee maar daar kunnen we niet op wachten.'

Realtime toegang

Het Landelijk Schakelpunt (LSP) is in ieder geval geen oplossing voor goede gegevensuitwisseling tussen zorgverleners. Kroon: 'Betrouwbaarheid van de gegevens staat voorop, maar wie is volgens het LSP-model verantwoordelijk voor de data? Dat wordt door niemand echt gewaarborgd vanwege de gedeelde verantwoordelijkheid. Daarnaast is er geen sprake van realtime verwerking. De patiënt is daar uiteindelijk de dupe van. Om goede gegevens te garanderen, is realtime verwerking belangrijk. Als in systeem A de gegevens aangepast worden, moet B hetzelfde zien. Dat is in theorie met hightech koppelingen en ingewikkelde systemen op te lossen, maar dat moet je niet willen. De echte oplossing is één database.' Du Ry van Beest Holle merkt als huisarts ook dat het LSP niet de oplossing biedt. 'Op de dokterspost in de avond of in het weekend moeten we gebruikmaken van het LSP. Het duurt al lang om het LSP op te starten. De spreekkamer zit vol en omdat de patiënt met urgentie 1 altijd voorgaat, zitten anderen soms lang te wachten. Bovendien is de cruciale informatie in het LSP moeilijk te vinden, veel te uitgebreid. In Cito staan de laatste twee contacten met huisartsen, de probleemlijst met bijzondere aandoeningen, overgevoeligheden en de medicatie. Dat is, samen met het mondelinge verhaal van de patiënt, het belangrijkste.'

Automatisering

Een HIS heeft niet alleen als doel om de kwaliteit van de zorg te verhogen, maar ook om minder werk te geven. Du Ry van Beest Holle: 'Bij veel huisartsen moeten patiënten herhaalrecepten telefonisch inspreken of de assistente bellen. De assistente verwerkt deze in de computer en de huisarts bepaalt of het akkoord is. Dat hebben wij anders opgelost. In Cito vinken patiënten zelf aan welke geneesmiddelen voor dagelijks gebruik zij opnieuw nodig hebben. Dat gaat zonder fouten en het scheelt de assistente veel tijd.'
Een ander voorbeeld is het medicatiebestand dat verwerkt zit in het systeem. In de G-Standaard staan alle bijwerkingen, interacties en contra-indicaties. Wat daar volgens Du Ry van Beest Holle niet in staat is het standaard voorschrift, met het normale aantal tabletten en dagelijkse gebruik. 'Wij hebben voor de duizend meest gebruikte medicijnen een kant-en-klaar voorschrift, dat eventueel te wijzigen valt. Telkens zelf invullen, daar word je gek van. Daar ben je niet voor geautomatiseerd. Toch is dit in negen van de tien pakketten nog niet mogelijk. Dat is waar wij het verschil willen maken.'

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden