Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Kleine beloning heeft enorm effect op zorg-ict

Amerikaanse ziekenhuizen hebben de afgelopen jaren hun ict-systemen aanzienlijk verbeterd. Hun gemiddelde score in het Electronic Medical Record Adoption Model (EMRAM) steeg van 2,8 in 2009 naar 4,4, eind 2015.
Guus-Schrijvers300.jpg

Dit komt doordat zij hun verpleegkundige dossiers hebben gedigitaliseerd en samengevoegd met de medische dossiers. Ook hebben zij veel meer decision support systems ingebouwd in hun IT-systemen. De managementrapportages zijn verbeterd. Patiënten hebben de mogelijkheid gekregen om hun elektronische dossier in te zien en via het internet contact te hebben met hun artsen en verpleegkundigen. Ook de medicatiebewaking is beter geworden dankzij barcodering en extra checks tussen recepten en afgeleverde medicatie. Daarmee hebben de Amerikaanse ziekenhuizen de afgelopen jaren hun voorsprong op de Canadese ziekenhuizen vergroot. Die laatste zijn over de periode 2009 tot en met 2015 blijven steken op een gemiddelde EMRAM-score van 2,0. 

Himms
Deze mededelingen deed John Hoyte. Hij is inhoudelijk directeur van Himms, de organisatie die de EMRAM-score van duizenden ziekenhuizen in Amerika, Azië en Europa registreert. Hij sprak eind januari op de Cocir-conferentie in Brussel, die ging over ketenzorg en ict. Hij en ondergetekende gaven daar lezingen over zorg-ict respectievelijk ketenzorg in internationaal perspectief. Cocir is de Europese vereniging van (grote) bedrijven die radiologische apparatuur, elektro-medische technologie en zorg-ict leveren.

EMRAM in Nederland
Ter vergelijking enkele EMRAM-scores in Nederland over 2015. Het Radboudumc heeft EMRAM-score 7. Dit is 1,6 procent van de 63 aan de Himms-registratie deelnemende Nederlandse ziekenhuizen. In Amerika ligt dat percentage op 4,1. In Nederland zijn zes ziekenhuizen met EMRAM-score 6. Dit is 9,5 procent tegen 25,4 procent in Amerika. Bij een score van 7 werkt het gehele ziekenhuis zonder papieren registraties. Bij score 6 is dat het geval bij een deel van het ziekenhuis.

Meaningfull Use programma
Hoyte verklaart de enorme verbetering in de VS door het Meaningful Use programma van de Amerikaanse regering. Dit vijfjarenprogramma (2011-2016) beloont ziekenhuizen die verder digitaliseren op onder meer de hierboven genoemde punten. De financiële beloning bedroeg voor het eerste jaar 21.250 dollar per specialist of preciezer gezegd per professional die staat ingeschreven bij het Medicaid-programma. Voor de latere jaren komt het bedrag uit op 8500 dollar. Dat betekent voor een ziekenhuis met honderd specialisten ruim 2 miljoen dollar aan extra inkomsten voor het eerste jaar en 850.000 dollar voor latere jaren.
Ziekenhuizen konden zich aanmelden voor het Meaningfull Use programma onder overlegging van een zorg-ict-plan voor de komende jaren. Na marginale toetsing kregen zij het geld overgemaakt. Jaarlijks stuurden zij een voortgangsverslag.

Lage bedragen
De bedragen die vanuit het Meaningfull Use programma worden overgemaakt, zijn laag vergeleken met de totale ziekenhuisbegroting van vaak honderden miljoenen dollars. Dat de lage bedragen resulteren in grote gunstige effecten is een bewijs dat gedragseconomie werkt. Dit nieuwe vakgebied gaat onder meer uit van kleine financiële prikkels met een groot psychologisch effect. Het Meaningfull Use programma heeft in de VS een hoge status. Het is een paradepaard van de regering-Obama en omgeven met veel publiciteit. Ziekenhuisbestuurders konden het daarom niet maken het programma te negeren; de Amerikaanse ziekenhuizen hebben dan ook en masse meegedaan.

Financiële prikkels
Mijn hoop is dat overheid en zorgverzekeraars in Nederland ook zo’n Meaningfull Use programma opstarten, niet alleen voor ziekenhuizen maar voor alle zorgaanbieders. Kleine financiële prikkels werken, zo leert de gedragseconomie in theorie en de Amerikaanse zorg in de praktijk.

Guus Schrijvers

Oud-hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom
Bekijk profiel

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden