Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Delnoij: ‘Doorzettingsmacht is een ongelukkige term’

Diana Delnoij wordt inhoudelijk verantwoordelijk voor het Kwaliteitsinstituut. Ze wil liever niets opleggen maar met veldpartijen vaststellen wat er moet gebeuren. ‘Ik ben meer van de inhoud dan van de doorzettingsmacht’
Delnoij: ‘Doorzettingsmacht is een ongelukkige term’

Wat gaat u doen bij het Kwaliteitsinstituut?

‘Het vergezicht is dat er samenhangende sets normen komen die zeggen wat goede zorg is en daarbij behorende indicatoren om dat te meten. Zo lang we daar nog niet zijn, moeten we met veldpartijen de normen en indicatoren die er al wel zijn tegen het licht houden om te bepalen welke we handhaven en welke niet.’

Wat is uw verhouding tot de Adviescommissie Kwaliteit?

‘In huis, tuin en keukentaal zou je kunnen zeggen dat de adviescommissie het inhoudelijk bestuur is van het Kwaliteitsinstituut en ik inhoudelijk verantwoordelijk ben voor de uitvoering. In de adviescommissie zitten de inhoudsdeskundigen uit het veld. Zij bepalen of normen kunnen worden ingeschreven in het register van het kwaliteit.’

Het Kwaliteitsinstituut gaat onderdeel uitmaken van het College voor Zorgverzekeringen dat Nederlands Zorg instituut (NZi) gaat heten. Wie beslist uiteindelijk over kwaliteit, de raad van bestuur van het NZi of het Kwaliteitsinstituut?

‘De Adviescommissie bepaalt onafhankelijk wat kwalitatief goede zorg is los van of het in het verzekerd pakket wordt opgenomen. Het is een zwaarwegend advies. De raad van bestuur van het NZi toetst dat in principe alleen marginaal. Maar de exacte procedures over de besluitvorming moeten nog worden vastgesteld.’

Het Kwaliteitsinstituut krijgt ook doorzettingsmacht als partijen er niet uitkomen.

‘Ik vind doorzettingsmacht een ongelukkige term. Alsof wij topdown vanachter het bureau in Diemen gaan bepalen hoe het moet. Ik snap wel dat je moet afspreken wie waarvoor verantwoordelijk is. Maar mijn insteek is om vanuit de inhoud met partijen om tafel te gaan zitten. Mijn hart gaat sneller kloppen van de inhoud. Ik ga luisteren naar de initiatieven van veldpartijen wat zij vinden dat er nodig is. We spreken in een meerjarenagenda af wanneer wat af moet zijn. Als het niet lukt om die planning te halen, gaat het Kwaliteitsinstituut met veldpartijen uitzoeken wat er moet gebeuren.’

Waaraan moet het Kwaliteitsinstituut prioriteit geven?

‘Je kunt denken aan aandoeningen met hoge ziektelasten of ziektes waar veel mensen last van hebben. Ook thema’s waarvan bekend is dat er problemen spelen, komen in aanmerking. Daarnaast is het belangrijk dat er kwaliteitscriteria komen voor zorg waarvoor vrije prijzen gelden.’

Hoe gaat u ervoor zorgen dat het patiëntenperspectief wordt meegenomen?

‘Ik werk al vijf jaar bij het Centrum Klantervaring Zorg en ik ben aan de Universiteit van Tilburg hoogleraar ‘Transparantie in de zorg vanuit patiëntenperspectief’, dus ik heb er wel een beeld bij wat patiënten belangrijk vinden. We gaan in ons toetsingskader vastleggen dat patiënten betrokken moeten zijn geweest bij het opstellen van de normen en de indicatoren. Maar we moeten meer doen dan alleen regelen dat patiënten vertegenwoordigd zijn in verschillende commissies. Die vertegenwoordigers moeten ook gevoed worden met informatie en onderzoek naar de behoeften en ervaringen van hun achterban. Dat kan bijvoorbeeld via enquêtes, via focusgroepen of meldacties.’ (Zorgvisie – Bart Kiers)

Lees meer:

Delnoij en Kimpen leiden Kwalititeitsinstituut
Kwalititeitsinstituut moet patiënt centraal stellen

Eén reactie

  • no-profile-image

    marianne.wiers@casema.nl


    Zorgvisie, graag de WHO definities aan mevr. Delnoij mailen en niet opnieuw het wiel uitvinden; ruim 1 miljoen mensen met een zledzame ziekte zitten niet te wachten op de ca. 6000 zorgstandaarden die nog zouden moeten worden beschreven, een gotspe. Ontwerp eens eindelijk een structuur waarin de zeldzame zieken ook de benodigde zorg uit het basispakket kunnen krijgen. Menselijke zorg is op de volgende aspecten getoetst:
    1. toegankelijkheid
    2. tijdige en juiste diagnose
    3. genoeg informatie en educatie
    4. efficiente en effectieve zorg (veilig!)
    5. multidisciplinair en gecoordineerd
    6. met behoud van kwaliteit van leven (preventie!)
    7. voldoende ondersteuning
    8. zelfmanagement is mogelijk
    9. respectvolle communicatie en behandelplan doornemen
    10. continuiteit in de zorg en begeleiding.

    Er zijn 8 compartimenten van zorg:
    1. screening (pre- en postnataal; kanker) en grieppreventieprikken
    2. consultatiebureaus
    3. jeugdzorg
    4. huisarts/psycholoog en 1e lijns paramedici + regeling hulp- en geneesmiddelen (zonder verwijzing te bezoeken)
    5. 2e lijns zorg (verwijzing naar ziekenhuis) + speciale geneesmiddelen
    6. bedrijfsarts
    7. verpleeghuisarts
    8. WMO (vervoers- en woningaanpassingen; begeleiding en thuiszorg)

    Al deze artsen en paramedici moeten met elkaar communiceren maar doen dat op dit moment niet waardoor we (zeldzame zieken) geen goede zorg ontvangen of zo verdeeld dat we gevaar lopen.
    Een zorgpas is de enige garantie op coordinatie door al deze hulpverleners. Heel Europa heeft een zorgpas alleen in Nederland kan het niet.

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden