Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Doorbraak in begeleiding ontspoorde jongeren

In de provincie Groningen werken Bureau Jeugdzorg Groningen, Elker (jeugd- en opvoedhulp) en Wilster (gesloten jeugdzorg op last van de rechter) beter samen. De gerechtelijke gesloten opvang van jongeren is daardoor flink gedaald.
Minder Groningse jongeren belanden in gesloten opvang
Foto: ANP/Lex van Lieshout

De verbetering in de samenwerking kwam tot stand dankzij een pilot onder begeleiding van In voor zorg!, het verbeterprogramma voor de langdurende zorg van het ministerie van VWS en Vilans. Hierdoor is de zorg voor ernstig ontspoorde jongeren beter geworden. Dat was hard nodig, want er werd flink langs elkaar heen gewerkt.
De daling in de gerechtelijke gesloten opvang van jongeren is uniek, want elders in Nederland is dat effect niet of nauwelijks waarneembaar. Trajectcoördinator Nancy van Zijl van Bureau Jeugdzorg Groningen: 'De betere onderlinge samenwerking heeft een substantiële invloed op deze daling gehad. Vrijheidsbeneming gebeurt nu alleen nog maar als het echt nodig is.'

Slechte afstemming

Waar zat het knelpunt? Elk van de drie organisaties had een goed en doordacht protocol voor jongeren met (multi)complexe problemen die vanwege hun gedrag of voor hun veiligheid een maatregel krijgen van de kinderrechter voor gesloten behandeling. Maar die procedures waren niet goed op elkaar afgestemd. Jongeren die toch al uiterst kwetsbaar zijn, konden daardoor makkelijk tussen wal en schip vallen. Ze kwamen tussentijds op straat te staan, belandden op een wachtlijst of kregen een vervolgbegeleiding die niet of niet goed aansloot bij de eerdere fase.

Ook bleek dat de drie organisaties elkaar niet goed genoeg kenden. Wel wisten ze elk voor zich zeker dat de andere twee organisaties het niet goed deden of dat ze het zelf het op zijn minst beter konden doen.

Ketensamenwerking

Inmiddels is een keerpunt bereikt: de keten werkt intensief met de jongere en zijn of haar ouders samen. Daardoor worden vanaf het eerste contact met de instanties aansluitende keuzes gemaakt die het gehele behandel- en begeleidingstraject betreffen.
Afgesproken is – ook nieuw – dat Bureau Jeugdzorg Groningen het totale proces toetst en bewaakt, en erop toeziet dat de gemaakte afspraken worden nagekomen. Bovendien is een structureel programma gestart om ervoor te zorgen dat medewerkers van de drie organisaties bij elkaar over de vloer komen zodat zij meer over elkaar en elkaars culturen leren.

Veel gesloten plaatsingen

Dat die samenwerking er eerst onvoldoende was, wreekte zich onder meer in veel gesloten plaatsingen op basis van een rechterlijke machtiging. De stap van daaruit terug naar een meer open begeleiding kwam er niet altijd van. En als het wel lukte, liep de aansluiting niet altijd even goed.

Margriet Frankema van Wilster: 'Het kwam voor dat ketenpartners zeiden: "Ja maar deze jongere is voor ons te moeilijk. Die nemen we niet. En soms als wij vanuit Wilster iemand terug wilden plaatsen, zeiden wij tegen beter weten in tegen onze ketenpartners dat het eigenlijk wel meeviel met de jongere, dat het minder complex was dan het leek. Zo deed Elker op zijn manier ook: we zagen ons allemaal genoodzaakt ons eigen tuintje te bewaken." Daardoor kon het gebeuren dat jongeren die acuut goede begeleiding nodig hadden, tussen wal en schip vielen.

Procedures

Nu is dit beter georganiseerd. De organisaties rollen de nieuwe aanpak ook uit voor alle komende casussen van jongeren die complexe problemen hebben. Maar heeft een betere organisatie en afstemming te maken met een betere structuur en dito procedure? Mirjam Wijnja: 'Procedures en structuren moeten consequent te maken hebben met de vraag "Wat hebben deze jongere en zijn ouders nodig?" Je spreekt met elkaar af dat je vanaf het begin gezamenlijk om de tafel gaat zitten en dat je niet vanuit je eigen organisatie redeneert, maar vanuit de jongere. Denken in oplossingen dus. Dat klinkt wollig, maar de inzichten en goede ideeën die dit losmaken, werken als een tovermiddel.'
Het nieuwe inzicht dat doelloos vasthouden aan protocollen niet slim is, zorgde er ook voor dat verouderde procedures aan de kant werden gezet. Margriet Frankema: 'We waren binnen elk van onze organisaties methodieken en systemen zo aan het doorontwikkelen dat we de basis van ons werk vergaten.'

Ontbrekende vaardigheden

Als onderdeel van de pilot schetsten gedragswetenschappers uit de drie organisaties het ideale traject. Daarbij viel iets op: bij de vertegenwoordigers van de ketenpartners is de kunst van het overleggen en onderhandelen slechts een enkeling gegeven.

Harry Buit, lid van de stuurgroep van de pilot en bij Elker manager op de gebieden ggz en 24-uurs zorg: 'Mensen kunnen vakinhoudelijk heel goed zijn, maar als ze met anderen in overleg moeten om iets voor hun werk en voor de cliënt te regelen, lukt dat niet altijd. Het ontbreekt aan vaardigheden om te kunnen komen tot een gezamenlijk plan en een effectieve uitvoering. Soms reageren mensen dat af door te zeggen dat het aan 'de ander' ligt, maar inmiddels is duidelijk dat er gewoon behoefte is aan vaardigheden voor een meer effectieve samenwerking.'

Zou dat gebrek aan communicatieve vaardigheden in samenwerkingsverbanden vaker kunnen spelen in niet-effectieve afdelings- en organisatieoverstijgende overleggen binnen de zorg? Harry Buit: 'Dat zou mij niets verbazen. Mensen in de zorg zijn niet aangenomen op dit soort vaardigheden. Maar anno 2014 wordt juist dit wel steeds belangrijker.'

In voor Zorg!

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden