Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Mantelzorgers verliezen regelmatig geduld

Een op de drie mantelzorgers geeft toe weleens zijn of haar geduld te verliezen bij het verzorgen van de hulpbehoevende en bij 9 procent kan dit kan leiden tot schreeuwen of ruwe behandeling van de hulpbehoevende. Dit blijkt uit de SCP-publicatie Informele hulp: wie doet er wat? Omvang, aard en kenmerken van mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg en ondersteuning in 2014
Mantelzorgers verliezen regelmatig geduld

In het rapport beschrijven de onderzoekers Mirjam de Klerk, Alice de Boer, Inger Plaisier, Peggy Schyns en Sjoerd Kooiker de omvang en aard van de informele hulp en de ervaringen van helpers. Dit onderzoek is gebaseerd op ruim 7000 enquêtes met mantelzorgers, vrijwilligers in de zorg en welzijn en 'niet-actieven' die eind 2014 werden afgenomen.

Informele hulp

In 2014 gaven ruim vier miljoen mensen mantelzorg (33 procent van de volwassen Nederlanders). Dat wil zeggen dat ze een bekende hebben geholpen, zoals een partner, familie, vriend of buur, die hulp nodig heeft vanwege lichamelijke, psychische of verstandelijke beperkingen of vanwege ouderdom. De informele hulp bestond bijvoorbeeld uit helpen bij het huishouden, wassen en aankleden, vervoer, klusjes of gezelschap bieden. 10 procent biedt alleen emotionele ondersteuning of gezelschap. Naar schatting 610.000 mensen hielpen langer dan drie maanden en meer dan acht uur per week. Hierbij is de gebruikelijke hulp die huisgenoten elkaar geven buiten beschouwing gelaten. Vrouwen geven vaker informele hulp dan mannen (58 procent van de mantelzorgers en 65 procent van de vrijwilligers in de zorg is vrouw), maar er zijn ook veel mannen die helpen. Er zijn weinig verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke mantelzorgers. Zo geven zij gemiddeld evenveel uur hulp. Wel helpen mannen relatief vaak hun partner en helpen vrouwen een bredere groep hulpbehoevenden.

Psychische of psychosociale problemen

Van alle mantelzorgers ervaren zij die zorgen voor iemand met psychische of psychosociale problemen het vaakst drempels bij het vragen van hulp aan anderen. Bijna een op de drie zegt dat de hulpbehoevende niet door iemand anders geholpen wil worden. Van alle mantelzorgers geeft een kwart aan geen andere personen te kennen die zouden kunnen helpen, maar bij mantelzorgers van iemand met een psychisch of psychosociaal probleem is dit 40 procent. En als deze mantelzorgers met anderen samenwerken, verschillen zij vaker van mening met andere mantelzorgers (36 procent) en zijn ze vaker ontevreden over de samenwerking met professionals uit de thuiszorg (49 procent).

Respijtzorg

Mantelzorgers kunnen ondersteuning krijgen, zoals respijtzorg, informatie, advies of een financiële ondersteuning. Ongeveer een vijfde van de mantelzorgers maakt gebruik van respijtzorg. Vooral van dagopvang maakt men veel gebruik. Deze wordt ook genoemd als voorziening waaraan men meer behoefte heeft. Gebruik van en behoefte aan ondersteuning hangen vooral samen met de aard van de beperking van de hulpvrager. Zo wordt respijtzorg veel ingezet en gewenst wanneer de hulpvrager een terminale ziekte, dementie, een psychisch/psychosociaal probleem of een verstandelijke beperking heeft.

Gerelateerde tags

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden