Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

NZa mag vrije huisartsenkeuze niet belemmeren

De Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) is vandaag in het gelijk gesteld door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wil huisartsen verbieden om behandelingen in rekening te brengen waarvoor zij geen contract hebben met een verzekeraar. Het beroep van de artsen tegen deze zogenoemde ‘contractvereiste’ van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is vandaag gegrond verklaard.
NZa mag vrije huisartsenkeuze niet belemmeren
Foto: iStock

De NZa stelde dat huisartsen die voor een bepaalde prestatie geen contract met een verzekeraar hebben, alleen maar het algemene bedrag voor een consult of een visite in rekening zouden mogen brengen. De VPH stelde hier beroep tegen in. Het college merkt in haar uitspraak op dat een huisarts volgens de Wet marktordening gezondheidszorg niet mag declareren voor een andere prestatie dan hij verricht heeft. Daarom vindt het CBb dat de NZa in strijd met artikel 13 van de Zorgverzekeringswet handelt als zij een contractvereiste in de Tariefbeschikking opneemt. Op dit punt heeft het CBb het beroep daarom gegrond verklaard.

Vrije artsenkeuze

Het CBb wijst hierbij op het recht van de verzekerde patiënt om zich te wenden tot de huisarts van zijn keuze. 'Dat brengt met zich mee dat de huisarts alle zorg (binnen redelijke grenzen) waar de betrokken verzekerde behoefte aan heeft zal dienen te verrichten. Iedereen moet een arts kunnen kiezen die hij vertrouwt. Dat beginsel wordt gefrustreerd als de gekozen arts bepaalde behandelingen niet in rekening mag brengen. Hij zal die prestatie dan ook niet willen leveren.'

Tariefstelling

De huisartsen kregen geen gelijk van het CBb over een klacht over de tariefstelling. De VPH stelt dat bij de berekening van de nieuwe huisartsentarieven van de NZa geen rekening is gehouden met het aantal uren per week dat de huisartsen werken. Het CBb is van oordeel dat de methode voor het vaststellen van het inkomen van de huisarts (met name de methode om de arbeidskosten te bepalen) niet onredelijk is. De NZa mag ervan uitgaan dat het voor huisartsen geldende norminkomen niet bedoeld is voor een werkweek van precies 40 uur. Een huisartseigenaar werkt gemiddeld 48 uur per week en dat is voor een dergelijke baan niet abnormaal.

Gerelateerde tags

Eén reactie

  • anhjansen

    Altijd zelf lezen;

    'Het tijdsbestedingsonderzoek heeft uitgewezen dat de gemiddelde werkweek van een huisartseigenaar een omvang heeft van 48,1 uur. Het College volgt verweerster in haar stelling dat deze omvang, gelet op de zwaarte van de functie van huisartseigenaar en het daarbij horende norminkomen, niet als excessief kan worden bestempeld bij een fulltime invulling van de functie. Deze grond slaagt niet.'

    --48 uur 'werken' voor een dergelijke prestatie is redelijk en billijk vindt de Rechter. Het valt nog mee dat de Rechter vindt dat artsen überhaupt wel werken voor de kost. Neen, dan de ambtenaren en de topambtenaren. Die werken. 36 uur per week voor het dubbele en ieder uur meer wordt gezien als overwerk tegen dubbel tarief.

    Redenatie van deze Rechter en van de NZa klopt natuurlijk niet. Hier spreekt de hand van de Minister.

    Waarom heeft de LHV geen bezwaar aangetekend?

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden