Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Jan de Vries: 'Nuanceer beeldvorming ouderenzorg'

ActiZ wil op een aantal fronten een actieve rol spelen in de kwaliteitsverbeteringsslag in de verpleeghuiszorg die met het programma Waardigheid en Trots een fikse impuls krijgt. Niet in de laatste plaats door iets te doen aan het beeld dat nu over die zorg bestaat, stelt directeur Jan de Vries.
jandevries400.jpg
Foto: actiz

De toch altijd complexe discussie over de kwaliteit van verpleeghuiszorg heeft met het programma Waardigheid en Trots een positieve kanteling gekregen, vindt Jan de Vries, de kersverse algemeen directeur van ActiZ. ‘Het mooie van het programma is dat het zowel de sector als de mensen die erin werken een nieuw perspectief biedt’, zegt hij. ‘Van de leden hoor ik dat alleen al de naam van het programma een gevoel van trots geeft over waar de sector mee bezig is. Gelet op de beeldvorming over de verpleeghuiszorg zou je soms denken dat daarin niets deugt, maar dat is natuurlijk verre van waar. We beginnen met Waardigheid en Trots niet vanaf nul met kwaliteitsverbetering in de verpleeghuiszorg, we bouwen gericht en gezamenlijk door op het vele dat al is bereikt. We zijn dan ook blij met het grote aantal leden dat een actieve rol wil spelen in het programma. Het geeft de koplopers in onze sector de kans om te laten zien waarmee ze bezig zijn en hopelijk raken andere zorgorganisaties hierdoor geïnspireerd om ook een verdere verbeterslag te maken.
Heel veel zorgorganisaties zijn bezig ruimte te creëren om de cliënt meer centraal te stellen, en dat sluit precies aan bij de vernieuwingsagenda waarmee staatssecretaris Martin van Rijn van VWS binnenkort zal komen. Waardigheid en Trots gaat zo informatie opleveren die zowel in het dagelijkse werk, in het beleid als in de politiek kan worden gebruikt om de sector te versterken.’

Het belang van het zorgleefplan
Tijdens zijn eerste werkbezoeken in verpleeghuizen merkte De Vries dat het welbevinden van de cliënt centraal staat. ‘Daarover gaan de gesprekken’, zegt hij. ‘Het besef is er dat 'de cliënt centraal' voor iedere cliënt iets anders betekent. Daarom is het zorgleefplan voor de cliënt ook zo belangrijk. Niet als doel op zich, maar als vehikel om tot het goede gesprek met de cliënt te komen en om te komen tot de persoonsvolgende zorg en bekostiging die nodig zijn. Het LOC is de kartrekker om dat zorgleefplan verder te ontwikkelen en wij helpen graag om het tot een succes te maken. Niet eenvoudig, want het vergt echt een cultuurverandering om uit te gaan van wat de individuele cliënt nodig heeft en de vraag of daarin de zorg of de kwaliteit van leven centraal moet staan moeten we nog scherper bediscussiëren dan tot nu toe is gebeurd. Die twee facetten staan niet los van elkaar, in de vraag “Wat wil ik nog van het leven?” spelen beide een rol. Het door Machteld Huber ontwikkelde gedachtegoed over positieve gezondheid, waaronder welbevinden, kwaliteit van leven en participatie komt gelukkig nadrukkelijker en scherper in beeld in onze sector en zal ook een steeds grotere rol gaan spelen in het zorgleefplan. Een gevolg voor verpleeghuizen kan zijn dat ze niet alles kunnen bieden wat een cliënt wenst, en dat ze dus op onderdelen – denk bijvoorbeeld aan zinvolle dagbesteding – op zoek moeten naar oplossingen buiten de eigen muren. De cliënt moet de ruimte krijgen om daar het gesprek over aan te gaan en eigen keuzes te maken: “Nu ik nog thuis woon krijg ik daar mijn dagbesteding en als ik naar het verpleeghuis ga wil ik dat dat zo blijft”. De cliënt zal ook de behoefte hebben om zich voorafgaand aan verpleeghuisopname goed te oriënteren. Samen met familieleden en eventueel ook een cliëntondersteuner. Juist om die oriëntatie makkelijker te maken, hecht ActiZ er zoveel waarde aan om samen met patiëntenfederatie NPCF ZorgkaartNederland zo goed mogelijk te vullen met relevante informatie en clintreviews.’

Nieuwe competenties
De ambitie van de verpleeghuizen om persoonsvolgende zorg te bieden vereist nieuwe competenties van de professionals die er werken, stelt De Vries. ‘In verpleeghuizen heb je veel afstemming met mantelzorgers, en krijg je te maken met zaken als seksualiteit, mondzorg, palliatieve zorg’, zegt hij. ‘Er komt zó veel op de medewerkers af. De mensen die nu worden opgeleid, moeten een opleiding krijgen die aansluit bij wat ze in de praktijk gaan tegenkomen. Daarom maken we op dit moment afspraken met de ROC’s over de competentieprofielen waaraan de leerlingen na voltooiing van hun opleiding moeten voldoen. Voor de hbo’s is het moeilijker om hierover afspraken te maken, omdat ze opleiden voor de volle breedte van het verpleegkundige vak en dus niet specifiek voor werken in het verpleeghuis. Ik weet ook niet of een specifieke opleiding hiervoor de juiste oplossing zou zijn, maar meer aandacht voor verpleeghuiszorg in het curriculum zou in ieder geval wel goed zijn. Ik besef dat dit vraagt om samenwerking van de onderwijsinstellingen met onze leden. Die hebben de verantwoordelijkheid om voldoende stageplaatsen te bieden en kunnen bovendien docenten uitnodigen om via werkbezoeken te laten zien hoe de verpleeghuiszorg verandert. Daarom investeren wij als ActiZ ook in de opleidingsplannen en zijn we blij dat dit aspect een onderdeel is van Waardigheid en Trots. We moeten voorkomen dat we blijven hangen in het beeld dat soms in de sector leeft dat stageplaatsen bieden alleen maar tijd kost. Er moet ruimte voor zijn, en verpleeghuizen moeten ook het zittende personeel meenemen in de verandering die zich in hun sector afspeelt. Professionalisering is een gezamenlijke opdracht. We worden er als branchevereniging ook graag op aangesproken als ROC’s en hbo’s constateren dat er een gebrek is aan stageplaatsen.’

Het beeld kantelen
De afstudeerrichting geriatrie op hbo-v niveau noemt De Vries ‘een goed begin’. Hij voegt hieraan echter toe dat meer nodig is. ‘We moeten nog veel werk verzetten om het bestaande beeld over werken in het verpleeghuis te kantelen’, zegt hij. ‘Daarom is de campagne “Daarzitmeer8er” die we samen met V&VN hebben opgezet en die door het ministerie van VWS wordt gefinancierd ook zo belangrijk. In het kader hiervan zetten we ook ambassadeurs in van HBO V’s die onder meer via social media aandacht vragen voor werken in de ouderenzorg.’

Hoe divers en uitdagend het werk in de ouderenzorg is merkte De Vries weer eens ten overvloede tijdens zijn laatste werkbezoek. Hij vertelt: ‘Achter de ene deur bevindt zich iemand die alleen huishoudelijke hulp krijgt, achter de andere iemand die afhankelijk is van heel intensieve zorg. Deze diversiteit in het zorgaanbod – en in de daarmee gepaard gaande bekostiging – vraagt om voortdurend schakelen van de medewerkers. Om dit goed te kunnen doen, hebben ze de ruimte nodig om hun werk goed in te richten en hun werktijden te bepalen. Ik hoorde bijvoorbeeld over een cliënt die al ’s ochtends om zes uur haar bed uit wilde. Een verzorgende speelde daar graag op in, omdat het haar de ruimte biedt om aansluitend haar dochter naar school te brengen. Feitelijk betekent dit dat de cliënt de verzorgende inroostert in plaats van andersom. Het is tijd om de wet- en regelgeving aan deze al lopende praktijk aan te passen, want die flexibiliteit is precies wat de cliënt wil en is ook wat het werk voor zoveel mensen interessant maakt. Diezelfde flexibiliteit is ook nodig als het om dagbesteding gaat. Het is heel goed dat de politiek hierin nu extra wil investeren, maar laat dit er alsjeblieft niet toe leiden dat Den Haag gaat bepalen welke dagbesteding moet worden geboden.’

Interessante nieuwe doelgroep
Laat dit aan het veld, stelt De Vries, daar gebeuren echt prachtige dingen. Als voorbeeld noemt hij Het Rembrandthuis in Amsterdam. Hij vertelt: ‘Dit museum heeft gezegd: als ouderen niet meer naar ons toe kunnen komen, komt het Rembrandthuis naar hen toe. Samen organiseren we workshops in verpleeg- en verzorgingshuizen. Ouderen krijgen een  virtuele tour door Het Rembrandthuis en gaan vervolgens onder begeleiding zelf aan de slag om een ets te maken. En daarbij is bewust gekozen voor het werk van de late Rembrandt, waarin hij vaak oudere mensen schilderde met alle uiterlijke imperfecties die bij hun leeftijd horen. We willen onderzoeken of we iets soortgelijks kunnen opzetten met andere culturele instellingen. Ouderen zijn voor veel sectoren een interessante nieuwe doelgroep, ook voor de culturele sector.’

De workshops met Het Rembrandthuis vinden in veel zorglocaties plaats. Als meer maatschappelijke instellingen en bedrijven iets soortgelijks gaan doen, kan dit een enorme impuls geven aan het verbinden van verpleeghuizen aan de samenleving, stelt De Vries. ‘Dit draagt bij aan de kwaliteit en diversiteit van de dienstverlening, aan de keuzemogelijkheid van cliënten en dus aan hun welbevinden’, zegt hij. ‘Daarmee draagt het dus ook bij aan de beeldvorming over de verpleeghuiszorg. Verpleeghuizen  kunnen hierin ook zelf hun verantwoordelijkheid oppakken. Een verpleeghuis dat een restaurant exploiteert dat een buurtfunctie heeft, geeft hiervoor het goede voorbeeld. En als branchevereniging hebben we ook al laten zien dat we hierin onze verantwoordelijkheid willen nemen, met de debattenreeks “Het nieuwe ouder worden” die we hebben georganiseerd.’ 

Cliëntvolgende financiering
Bestaat binnen Waardigheid en Trots ook aandacht voor het behoud van voldoende intramurale capaciteit? ‘Het is in indirecte zin natuurlijk wel terug te vinden in de cliëntvolgende financiering waarop nu zo nadrukkelijk wordt ingezet’, zegt hij. ‘We merken nu soms nog dat er geen ruimte is in het verpleeghuis waarvoor de cliënt zijn voorkeur uitspreekt. Met de cliëntvolgende financiering moet dit probleem vanzelf worden opgelost, want dit model zal ertoe leiden dat de cliënt bepaalt hoe de bekostigingsstroom loopt. We willen graag samen met betrokken partijen en met de cliëntenorganisaties onderzoeken hoe we dit proces in goede banen kunnen leiden. Deze beweging zal bijdragen aan de kwaliteit van de verpleeghuissector en het welbevinden van onze cliënten. We hopen – en verwachten trouwens ook wel – dat Van Rijn hier heel concreet handen en voeten aan zal gaan geven.’

Frank van Wijck

Gerelateerde tags

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden