Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Miljoenenbesparing door centraliseren nachtzorg ggz

Minder personeel in de nachtzorg en een besparing van zo’n 2 miljoen euro. Dat heeft GGzE gerealiseerd met het project Centrale Nachtzorg 2.0, waarmee de instelling deze week de Univé Paludanus Publieksprijs won.
Nachtzorg2.0-400.jpg
Foto: GGzE

Tot ongeveer twee jaar geleden was de nachtzorg in de GGzE-instelling De Grote Beek georganiseerd zoals op zoveel andere plekken. De instelling telt ruim zeshonderd klinische bedden voor cliënten die 24-uurszorg nodig hebben. Eerst waren er vijftig medewerkers nodig om ’s nachts voor de cliënten te zorgen. ‘Er was op elke afdeling begeleiding. Onderzoek heeft uitgewezen dat er veel tijd onbenut blijft tijdens deze nachtdiensten’, vertelt projectleider Eric van Daele. De instelling ging nadenken: kon dit slimmer worden aangepakt?

Centralisatie Nachtzorg 2.0
Zo kwam het project Centralisatie Nachtzorg 2.0 tot stand. Eén nachtzorgteam op een centrale plaats, in plaats van medewerkers op elke afdeling. ‘Twee medewerkers zitten in de cockpit, de centrale plek in de instelling. Daar komen alle meldingen van cliënten binnen’, legt Van Daele uit. Om aan de veiligheidscriteria te voldoen, zijn er ook medewerkers aanwezig op andere plaatsen. ‘Het terrein is uitgestrekt, er moet binnen twee minuten iemand aanwezig kunnen zijn bij een calamiteit. Dus werken de zorgverleners in zorgcirkels, dit zijn grotere gebieden dan de afdelingen.’ Als er een calamiteit is in een cirkel en er is extra hulp nodig, kunnen zorgverleners uit een andere cirkel meehelpen. ‘Er blijft altijd een medewerker per cirkel achter, voor als er daar wat gebeurt. Het nachthoofd in de cockpit besluit wanneer de zorg op een bepaalde plek moet worden opgeschaald.’

Techniek voor slimme nachtzorg
Ook de techniek werd onder handen genomen. Dat was nodig omdat er niet meer op alle afdelingen iemand aanwezig is. Nu hangen in de gangen camera’s die aangaan wanneer ze een beweging detecteren. Dat beeld is in de cockpit direct te zien. De medewerker kan dan een pop-up versturen naar de tablets van de zorgverleners in de betreffende zorgcirkel. ‘Daarin staat niet alleen waar zorg nodig is, maar ook alle informatie over de patiënt, zijn verblijfplaats en een plattegrond van de afdeling. De cockpit hoeft die gegevens niet mondeling door te geven. Dit werkt sneller en efficiënter.’

Centrale nachtzorg
Alle kamers zijn uitgerust met een BWW-toestel. Dat is een intercom met extra functies, legt Van Daele uit. ‘Met één druk op de knop kan een cliënt om hulp vragen. Die vraag komt binnen in de cockpit, waar de medewerkers kunnen besluiten de cliënt zelf te helpen met een gesprek of iemand te sturen.’ Verder kan de instelling gebruikmaken van een schreeuwalarm voor verwarde cliënten, is er waar nodig deurstandsignalering en is op sommige kamers een bed-leave-systeem. ‘Dat werkt op sensoren die registreren wanneer iemand uit bed gaat of er weer instapt. Als iemand na een kwartier niet is teruggekeerd, kan dat een signaal zijn dat er iets is. Dan kan er iemand gaan kijken.’

Publieksprijs voor Nachtzorg 2.0
Deze week won Centralisatie Nachtzorg 2.0 de Univé Paludanus Publieksprijs voor innovaties in de zorg. De medewerkers zijn blij met het project, zegt Van Daele. ‘We hebben een nachtzorgteam geformeerd van medewerkers die alleen ’s nachts werken. Hun werk is boeiender geworden, zeggen ze. Ze zijn over het hele terrein werkzaam en komen verschillende cliënten tegen. Het verzuim is enorm gedaald en we besparen op jaarbasis ongeveer twee miljoen euro.’ Ook de cliënten zijn positief. Van Daele: ‘Ze geven aan dat ze nu echt met een rustig gevoel gaan slapen, omdat ze altijd met iemand kunnen praten zonder hun kamer te hoeven verlaten. Vanaf het begin af aan hebben we alles afgestemd met alle partijen. Je moet alle cliënten, families, medewerkers, technici, leveranciers en engineers meehebben als je dit wilt doen.’

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden