Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Verloskundigen willen zorgstandaard tegen houden

De Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen autoriseert de zorgstandaard integrale geboortezorg niet. Intussen ligt de zorgstandaard al wel bij het Zorginstituut Nederland.
baby.vierkant.fotolia.jpg
fotolia

In een laatste poging heeft de KNOV afgelopen maandag een brief gestuurd aan minister Schippers.  

KNOV
Een derde van de verloskundige achterban stemde op 31 maart tegen de zorgstandaard integrale geboortezorg. Dat legt de KNOV uit in de brief aan de minister. De verloskundigen zien geen onderbouwing voor het idee dat een gezamenlijke verantwoordelijkheid betere uitkomsten geeft voor moeder en kind. Integendeel: zij denken dat een multidisciplinair team voor iedere zwangere leidt tot onnodige medicalisering. Dat leidt volgens de KNOV tot minder zorg op maat, meer kans op interventies en minder kans op keuzevrijheid waar te bevallen. 'Het is geen zinnige en zuinige zorg als je met zijn allen bij iedere zwangere, dus ook bij gezonde zwangeren, betrokken bent.'

Zorgstandaard
De KNOV vindt ook dat de besluitvorming om tot de zorgstandaard te komen, onzorgvuldig is verlopen. Een woordvoerder zegt: 'Het is voor ons belangrijk om eerst consensus te hebben, voordat de zorgstandaard wordt ingevoerd. Wij hopen dat de zorgstandaard terug kan naar de werkvloer. In de eerste acht hoofdstukken kunnen wij ons helemaal vinden. Ons probleem ligt in hoofdstuk negen, waarin staat dat een interprofessioneel geboortezorgteam gezamenlijk verantwoordelijk is voor alle zwangeren, dus ook voor het risicoselectiebeleid van gezonde zwangeren. Maar de verloskundige is juist de specialist in het bevorderen van een normale zwangerschap en geboorte en poortwachter door het inschatten van complicaties van risico’s.' Volgens de KNOV gaat de perinatale sterfte mede daardoor al jaren omlaag. 

College perinatale zorg
De zorgstandaard integrale geboortezorg is tot stand gekomen onder leiding van het College perinatale zorg. Twee en een half jaar is hierover gepraat door de 25 betrokken partijen in de geboortezorg. Juist toen iedereen het eindelijk eens leek te zijn, maakt de KNOV ineens een draai van honderdtachtig graden. Voorzitter Chiel Bos is not amused: 'Een jaar geleden hebben wij gezegd: het duurt te lang, nu moeten we maar eens een knoop doorhakken. Maar iedere keer wilde de KNOV weer terug naar de oorspronkelijke situatie. Er is zelfs een werkgroep ingericht waarin de KNOV participeerde, een bemiddelaar om de laatste tekstuele aanpassingen te doen. Twee maanden geleden was iedereen akkoord. En nu ligt de KNOV weer dwars. Ik vind dat beneden alle peil.'

Medicalisering
Het argument van onnodige medicalisering snijdt volgens Bos geen hout: ‘In het verleden ging het mis omdat de eerstelijnsverloskundige niet in staat bleek een goede risicoselectie te doen, met alle gevolgen vandien. Daarom is in Nederland de perinatale sterfte zo hoog. Wij hebben gezegd: dat willen we niet meer. Dat is nu juist de reden waarom de zorgstandaard integrale geboortezorg er is gekomen.' 

Verwijzen
Dat de verloskundigen niet mee willen werken, heeft volgens Bos ook een financiële reden: 'Hoe langer de zwangere in behandeling bij de eerstelijnsverloskundige blijft, des te meer zij verdient. Daarom werd er te laat naar de gynaecoloog verwezen. We hebben het erover gehad, ook de KNOV erkende dat de prikkels verkeerd staan. Iedereen vond dat die prikkels eruit moeten. Daar doen we nu dus iets aan en nu houdt de KNOV dit weer tegen.'

'Zinnig en zuinig'
De KNOV ontkent dat er financiële motieven aan de afwijzing van de zorgstandaard ten grondslag liggen: 'Het gaat ons absoluut niet om financiële prikkels. We zijn voor samenwerking maar wel op een zinnige en zuinige manier. Onze zorgen gaan over de toenemende medicalisering zonder bewezen betere resultaten voor moeder en kind.'

Zorginstituut Nederland
Intussen is de zorgstandaard bij het Zorginstituut Nederland beland. Het Zorginstuut kon overigens nog niet reageren. Ook komt er definitief een integraal tarief voor de geboortezorg. Volgens Bos werkt negentig procent van de eerstelijnsverloskundigen al integraal samen. De regio's worden op deze manier tegengewerkt op landelijk nivo door hun eigen branchevereniging. 'De KNOV wil terug in het drijfzand, dat willen we niet meer. Wij zijn er helemaal klaar mee. Wij trekken ons daar niets van aan en hopelijk de minister ook niet.'

2 reacties

  • Anneke de Braal

    Als eerstelijns verloskundige die eerder werkzaam is geweest in de tweede lijn, wil ik graag reageren op de pertinente onwaarheden in dit artikel. Ik ben zeer verbaasd dat de voorzitter van het CPZ deze onwaarheden verkondigt. Ten eerste is nergens vastgesteld dat een ondeugdelijke risicoselectie door verloskundigen de oorzaak is van de perinatale sterfte. Een zo grove leugen verkondigen doet enorm afbreuk aan al het goede werk dat verloskundigen verricht hebben en nog steeds verrichten. Ten tweede wordt er gesteld dat verloskundigen te laat doorverwijzen naar gynaecologen uit financieel gewin. Ook dat is ver bezijden de waarheid. Voor onze vergoeding maakt het niet uit of we iemand met 30 weken verwijzen of met 41 weken, of we iemand met 3 cm ontsluiting overdragen of met 10 cm ontsluiting. Wij dragen in goed overleg met de gynaecologen onze cliënten over en blijven deze ook na de overdracht zoveel mogelijk volgen. Ten derde wordt er gesteld dat 90% van de verloskundigen al integraal samenwerkt. Als dat waar zou zijn, dan zouden de leden van de KNOV de zorgstandaard Integrale Geboortezorg niet zo massaal hebben afgewezen.
    Ik denk dat ik gerust kan stellen dat de insteek van verloskundigen is om zo goed en veilig mogelijke zorg te leveren. Als integrale geboortezorg daadwerkelijk beter zou zijn, zouden wij de eersten zijn om akkoord te gaan. Maar omdat onderzoek vooralsnog het tegendeel heeft bewezen, kunnen en willen wij hier niet akkoord mee gaan.

  • Siska de Rijke

    Het is erg jammer dat meneer Bos niet alle feiten benoemt. Niet alleen de verloskundigen hebben de zorgstandaard formeel afgewezen.
    Eerder deden de clienten dat al en vorige week heeft ook de gehele kraamzorgsector laten weten formeel de zorgstandaard af te wijzen. Het gaat niet om niet willen samenwerken. Het gaat om die samenwerking mogelijk maken met goede instrumenten in een werkbaar systeem dat recht doet aan de keuzevrijheid, mogelijkheden, vrijheid en positie van de client. Dat zijn de kraamvrouwen en hun baby's. Samenwerken gaat nu goed, ga dat niet gevaar brengen met een systeem dat (nu nog)niet goed is en onvoldoende zorgvuldig is ontwikkeld en er enorme vraagtekens zijn over de wijze van financiering.

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden