Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

CPZ betreurt ophef geboortezorg

Het College Perinatale Zorg belooft de contacten met voorzitters van deelnemende organisaties aan het geboortezorgoverleg beter te onderhouden. Vice-voorzitter Ruurd Jan Roorda van het CPZ: ‘Misschien hebben wij onvoldoende geluisterd’.
Baby - Fotolia - 400.jpg
Foto: Fotolia

KNOV
In april dit jaar stemden de verloskundigen de zorgstandaard weg en zegde de brancheorganisatie voor verloskundigen KNOV het vertrouwen op in het CPZ . Aanleiding waren de als onheus ervaren opmerkingen aan het adres van de verloskundigen. Nu het College Perinatale Zorg een nieuwe voorzitter krijgt en er meer overleg komt tussen de partijen en het CPZ, wil de KNOV weer meewerken. 

CPZ
Vorige CPZ-voorzitter Chiel Bos kreeg hij in april ruzie met de verloskundigen toen hij in een interview met Zorgvisie vertelde dat de verloskundigen dwars lagen omdat zij de zwangere vrouw te lang bij zich wilden houden. Hij suggereerde daarmee volgens de KNOV dat het om een geldkwestie ging en dat het gevolg daarvan was dat verloskundigen zwangere vrouwen te laat naar de gynaecoloog stuurden. Daarom zou de perinatale sterfte in ons land zo hoog zijn.

Risicoinschatting
De KNOV had ook kritiek op de zorgstandaard omdat deze onnodige medicalisering in de hand zou werken. Door alle zwangeren door een interprofessioneel geboortezorgteam te laten beoordelen, zouden gezonde zwangeren geen normale zwangerschap meer doormaken. Verloskundigen zijn juist heel goed in staat om een verantwoorde risico-inschatting te maken, zegt de KNOV. 

Bilateraal overleg
Minister Schippers en het Zorginstituut moesten er aan te pas komen en inmiddels is de zorgstandaard vastgelegd. Vice-voorzitter Ruurd Jan Roorda hoopt dat de rust nu is weergekeerd: ‘Misschien hebben wij onvoldoende geluisterd naar de KNOV of naar andere partijen. Het voornemen ligt er om dit in de toekomst te verbeteren. Er zal meer bilateraal overleg komen met de voorzitters van de betrokken organisaties.’ Roorda zegt dat het vertrek van voorzitter Chiel Bos al was afgesproken en dat hij niet vanwege deze ruzie weg moest. ‘Maar een nieuwe voorzitter helpt natuurlijk wel.’ 

Zorgstandaard
Wat betreft de zorgstandaard: die ligt er en daar wijzigt niets meer aan. De zorgstandaard moet juist regionaal zijn beslag krijgen. Volgens Roorda gaat dat in de meeste regio’s voorspoedig. De vrees van verloskundigen dat zij de risicoselectie niet meer mogen doen of die verantwoordelijkheid moeten delen, is ongegrond zegt Roorda: ‘De zorgstandaard is geen blauwdruk maar een handvat. Partijen kunnen de geboortezorg invullen zoals zij denken dat het goed is. Ook het beleggen van de risicoselectie bij de verloskundige is een mogelijkheid.’

Ophef
Roorda zegt dat dit altijd al kon en betreurt de ophef: ‘Jammer dat er zoveel gedoe is geweest. Misschien is die wel gebruikt om de discussie scherp te kunnen voeren.’ Roorda zegt evenwel niemand de schuld te willen geven: ‘Wij hebben het eventuele misverstand dat de verloskundigen minder belangrijk zijn, kunnen wegnemen. Alle opties liggen er voor een goede geboortezorg. We gaan hier met zijn allen de schouders onder zetten.’

KNOV
‘De Zorgstandaard staat los van het besluit dat de KNOV en het CPZ weer gaan samenwerken’, zo zegt de KNOV desgevraagd. Het Zorginstituut heeft op 1 juli een 'aangescherpte' versie van de Zorgstandaard vastgesteld, op basis van op basis van alle reacties van de organisaties. Met deze Zorgstandaard gaan verloskundigen aan de slag. ‘Voor ons was het totaalpakket aan toezeggingen door het CPZ de aanleiding om weer te gaan samenwerken met het CPZ. Wij worden nu gezien als gelijkwaardige partner.’

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden