Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Bewindslieden willen geleidelijk vernieuwen

De minister en de staatssecretaris geven antwoord op drie vragen over innoveren in de zorg. Zij zijn respectievelijk voorzitter en vice-voorzitter van het Zorginnovatieplatform dat in 2008 is ingesteld om innoveren in de gezondheidszorg een impuls te geven.
Bewindslieden willen geleidelijk vernieuwen

Minister Ab Klink van Volksgezondheid en staatssecretaris Jet Bussemaker zijn voorstander van innovatie in kleine stapjes. “Een voordeel van kleine stapjes is dat ze snel in te voeren zijn en vaak relatief weinig kosten. In Singapore heb ik gezien dat de formule van snel achter elkaar kleine stapjes nemen succesvol kan zijn. Elk stapje wordt verankerd in het systeem terwijl de snelheid ervoor zorgt dat uiteindelijk de impact van de innovaties groot is,” aldus Klink.

Deskundigen zeggen dat de Nederlandse gewoonte om te polderen een belemmering vormt voor innovaties. Als je het met allerlei veldpartijen eens moet worden, kun je alleen op een geleidelijke manier, door het zetten van kleine stapjes, vernieuwingen doorvoeren. Is dit het onontkoombare lot van vernieuwingen in de gezondheidszorg of ziet u wel degelijk ruimte voor strategische innovaties waarbij zorgverleners vanuit een geheel andere benadering (bijvoorbeeld outputbeloning zoals bij Kaiser Permanente) tot een andere organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg komen?

Klink: “Er zijn gelukkig meerdere manieren om te innoveren. Voortdurende procesinnovatie, waarbij continu in kleine stapjes wordt vernieuwd is daar een van. Deze voortdurende procesinnovatie is nodig om vanuit zorginstellingen, professionals en patiënten aandacht te houden voor verbeteringen van de kwaliteit en effectiviteit. Een voordeel van kleine stapjes is dat ze snel in te voeren zijn en vaak relatief weinig kosten. In Singapore heb ik gezien dat de formule van snel achter elkaar kleine stapjes nemen succesvol kan zijn. Elk stapje wordt verankerd in het systeem, terwijl de snelheid ervoor zorgt dat uiteindelijk de impact van de innovaties groot is.
Maar alleen vernieuwen vanuit het huidige systeem is niet voldoende. Om ons gezondheidssysteem duurzaam te maken en voor te bereiden op de maatschappelijke opgaven die op ons afkomen, is het nodig om nieuwe concepten te ontwikkelen die daadwerkelijk leiden tot verbetering van kwaliteit, beschikbaarheid en betaalbaarheid. Hier hebben we het echt over strategische innovaties. Ik merk steeds vaker dat in Nederland, maar ook in het buitenland consensus is dat er drastische veranderingen nodig zijn. En dat er vaak ook veel ideeën zijn over hoe die eruit moeten komen te zien. Twee voorbeelden hiervan zijn pay for performance waarbij de arts beloont wordt op basis van de uitkomsten voor de patiënt en nieuwe modellen voor zorg waarin het voorkomen van aandoeningen wordt beloond. In een onlangs gepubliceerd boek van Clayton Christensen – The Innovator’s Prescription – worden dit soort beelden ook geschetst. Hoewel dit boek vooral gericht is op de Amerikaanse situatie, is het verfrissend om te lezen over mogelijkheden voor strategische innovatie in de zorg.
Dat er radicale veranderingen zullen plaatsvinden in de zorg daarvan ben ik overtuigd. Deze veranderingen kunnen we niet controleren of regisseren, hierbij denk ik even terug aan de introductie van internet. Die is revolutionair geweest voor veel sectoren zonder dat die te controleren of te regisseren is geweest. Wat we wel kunnen doen, is zo goed mogelijk voorbereid zijn en mensen bewust maken van het feit dat het in de toekomst anders moet en zal gaan. In dit traject is het belangrijk om de kennis en expertise van de verschillende betrokken partijen zo goed mogelijk te gebruiken. Vragen als hoe ziet de professional van de toekomst eruit, kunnen we nu niet precies beantwoorden. Maar we kunnen wel de consequenties van verschillende scenario’s doorspreken en ons daarmee voorbereiden. Daarbij moeten we zorgvuldig omgaan met bestaande belangen, zoals baanzekerheid en het inkomen van medewerkers in de zorg.
Een traject dat ik dit jaar ben gestart, is de invoering van de functionele bekostiging vanaf januari 2010 voor een eerste groep chronische ziekten. Dit is een voorbeeld van een eerste stap die condities moet creëren voor anders werken en denken over én in de zorg.”

In de gezondheidszorg hebben nieuwkomers het moeilijk. Ook nieuwkomers die op een verfrissende en ondernemende manier andere zorgconcepten aanbieden met meer service en meer waar voor je geld. Neem bijvoorbeeld de introductie van de SOS-arts naar Frans voorbeeld. De eerste reflex van de gevestigde partijen, LHV en zorgverzekeraars voorop, is de kwaliteit van de nieuwkomer aan te vallen. Daarna moet de nieuwkomer nog een bureaucratische horde nemen doordat er geen betalingstitel voor zijn diensten bestaat of de dienst/behandeling zit niet in het pakket. Wat gaat u daaraan doen? Bereidt u ook initiatieven voor om weerstand tegen nieuwkomers weg te nemen?

Klink: “Laat ik allereerst stellen dat mijn indruk is dat in de zorgsector nu juist veel innovaties zijn. Daarbij heeft u gelijk dat dit vaak vanuit bestaande instanties en organisaties geïnitieerd wordt. Het geluid dat nieuwkomers het moeilijk hebben, hoor ik ook vaker. Een drempel voor nieuwkomers is vaak kennis van het zorgsysteem. In de zorg heb je bovendien te maken met voorwaarden als veiligheid en kwaliteit voordat je aan de slag kunt gaan. Vlak voor het zomerreces is de Zorginnovatiewijzer gelanceerd. Dit is een samenwerkingsverband van ZonMw, CVZ en de NZa om bestaande en nieuwe ondernemers in de zorg verder te helpen met hun vragen.
Daarnaast vraagt het starten van een nieuwe onderneming een goede voorbereiding en vervolgens uithoudingsvermogen. Ook in andere sectoren overleeft slechts een klein deel van de startende ondernemingen het eerste jaar. In de voorbereiding wil het Zorginnovatieplatform dat we in 2008 hebben ingesteld graag ondersteunen. Daarom zijn sinds juni Zorginnovatievouchers beschikbaar gesteld. Het gaat hierbij om relatief kleine bedragen variërend van 2500 tot 21.000 euro waarmee ondernemers deskundigheid kunnen inkopen om bijvoorbeeld een businessplan te laten opstellen of een (markt)onderzoek te laten doen. Hiermee kan de eerste stap worden gezet in het innovatieve proces.”

Bussemaker: “In de praktijk blijkt het lastig om innovaties duurzaam in zorgprocessen te implementeren. Zelfs als aan de randvoorwaarde is voldaan dat de effectiviteit van de innovatie (wetenschappelijk) is bewezen, blijken innovaties in de zorg zich meestal niet vanzelf te verspreiden. Belangrijke belemmeringen zijn schotten in de financiering en organisatie van de zorg, maar ook weerstand tegen vernieuwing.
De terreinen van Wmo, AWBZ en Zvw vullen elkaar aan, maar hebben elk hun eigen, wettelijk verankerde financiering. Uiteindelijk gaat het erom dat deze systemen niet los staan van elkaar, maar op elkaar aansluiten, passend bij de behoefte van de gebruikers. De toename van het aantal mensen met meerdere aandoeningen en beperkingen maakt alleen maar noodzakelijker om te investeren in elkaar aansluitende systemen. Het ZIP heeft een rol in het adresseren en agenderen van belemmeringen in het systeem.
Gelukkig lukt het een aantal ondernemers wel om toe te treden tot de zorgmarkt en over de schotten van organisaties en systemen heen nieuwe dingen te doen. Buurtzorg Nederland vind ik hier een mooi voorbeeld van. De verpleging en verzorging thuis wordt door Buurtzorg (weer) dicht bij de mensen in de wijk georganiseerd in kleinschalige zelfsturende team. Het vernieuwende van de aanpak is dat de gehele organisatie is ingericht op een nieuwe visie op de begrippen ‘zorgvraag’ en ‘zorgorganisatie’. Buurtzorg gaat uit van de behoeften, mogelijkheden, wensen en voorkeuren van de cliënt en van de professionaliteit, regie en autonomie van de wijkverpleegkundige, ingebed in moderne organisatieprincipes. Inmiddels heeft dit concept zich bewezen en groeit het aantal teams van wijkverpleegkundigen die volgens deze formule werken snel.
Een kanttekening die ik wel bij nieuwe toetreders wil maken, is dat we moeten oppassen voor ‘cowboys’ in zorgland. In een onlangs verschenen rapport van de IGZ is de kwaliteit van niet-reguliere thuiszorgaanbieders onderzocht. Van de resultaten hiervan ben ik geschrokken. De IGZ beoordeelt de kwaliteit van zorg van deze organisaties als verontrustend. 25 van de 26 bezochte organisaties scoorden hoog als het gaat om risico’s voor verantwoorde zorg. Zo is er grote kans dat cliënten de dupe worden van ondeskundig of onervaren handelen door medewerkers of zzp’ers. Het leveren van thuiszorg die niet voldoet aan de kwaliteitseisen voor verantwoorde zorg en waarbij misbruik wordt gemaakt van kwetsbare cliënten is ontoelaatbaar.”

Klink: “Tot slot is weerstand van het systeem onvermijdelijk. Bestaande systemen zijn gericht op het behouden van een bepaalde situatie. Innovaties die niet binnen het huidige systeem passen, zullen daarom onvermijdelijk tot weerstand leiden. Beleidsmakers hebben vaak onvoldoende kennis van de innovaties, waardoor tijdige systeemaanpassingen om de innovaties te kunnen borgen uitblijven. Ik denk dat we het initiatief van SOS-arts ook in dit licht moeten zien. Als aan de kwaliteitseisen is voldaan, staat het verzekeraars vrij deze zorg in te kopen.”

Hoe gaat u de Nederlandse gezondheidszorg aantrekkelijker maken voor ondernemers van buiten om in te investeren? Ziekenhuizen hebben een korte horizon als het om investeringen gaat. Zij kijken een jaar vooruit. Gaat u iets veranderen aan de budgetsystematiek of aan het contracteren door zorgverzekeraars om langetermijninvesteringen in bijvoorbeeld ict aantrekkelijker te maken?

Klink: “Het is belangrijk dat we in de zorgsector openstaan voor ideeën vanuit en samenwerking met andere sectoren. Innovaties in de zorg vragen om creatieve, ondernemende mensen die het aandurven om zorg slimmer of anders te organiseren. Vanuit dat perspectief wil ik stimuleren dat ook ondernemers van buiten de zorg meedenken over en meedoen met het verbeteren van kwaliteit en effectiviteit van zorg.
Als nieuwe ondernemers zich in het primaire zorgproces willen begeven, blijven de wettelijke eisen en kwaliteit belangrijke randvoorwaarden voor toelating. We zijn vanuit VWS bezig om meer transparante en gereguleerde concurrentie in te voeren in de zorg, waardoor nieuwe ondernemers ook meer gelijke kansen krijgen om toe te treden tot de markt. In de curatieve sector ben ik bijvoorbeeld bezig met het vergroten van het B-segment, vrije prijsvorming en afschaffen van het bouwregime, waardoor ziekenhuizen te maken krijgen met een aanzienlijke mate van risicodragendheid in een omgeving van toenemende concurrentie.
Een mooi voorbeeld hoe dit beleid in praktijk positief kan uitwerken, is een experiment van de St. Maartenskliniek (revalidatiekliniek) in Nijmegen. Zij onderhandelen met verzekeraars en andere zorginstellingen over al hun tarieven. Zij bepalen in overleg de prijzen voor een totaalbehandeling en zijn niet meer gebonden aan een beperkt aantal uren fysiotherapie. De effecten van het loslaten van de limiet op fysiotherapie is dat patiënten nu sneller revalideren en sneller uit de kliniek naar huis kunnen. In eerste instantie zijn de kosten per dag hoger, maar wordt vervolgens flink bespaard op de kosten voor opname.
Zorginstellingen geven steeds vaker aan behoefte te hebben om anders dan met kortetermijnfinanciering of de financiering met vreemd vermogen door bankleningen, juist het eigen vermogen structureel te versterken. Dit biedt kansen voor noodzakelijke investeringen in kwaliteit en innovatie van de zorginfrastructuur.” (Zorgvisie - Eric Bassant)

Foto

  • Staatssecretaris Jet Bussemaker

    Staatssecretaris Jet Bussemaker

Administrator

Eén reactie

  • no-profile-image

    Wim van der Pol

    Het woord innovatie wordt stelselmatig verkeerd gebruikt. Goede, slimme, smart ideeen, worden innovaties genoemd, maar zijn het niet. Een innovatie is namelijk een vinding die haast verplicht dient te worden ingevoerd en het oude overbodig maakt. Er zijn maar weinig van die innovaties. Het gevolg is dat we beter weten waar we over praten.

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden