Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

AWBZ: alleen voor wie het echt nodig heeft

Op een incrementele manier heeft het kabinet-Rutte-II weer een element aan de discussie over de toekomst van de AWBZ toegevoegd. Terwijl de gehandicapten en chronisch psychiatrische zorg juist behoefte hebben aan een fundamentele benadering met een helder, langetermijnperspectief.
AWBZ: alleen voor wie het echt nodig heeft
Foto: ANP/Olaf Kraak

Het is opvallend dat de discussie over de toekomst van de AWVZ zich vaak richt op de zorgaanbieders. De politiek schildert hen af als geldverslindend, bureaucratisch en weinig innovatief. Ik verzet me tegen dit beeld. Wij voerden het afgelopen decennium enorm veel verbeteringen en vernieuwingen door in de zorg voor mensen met een handicap en in de zorg voor mensen met een chronische psychiatrische aandoening. Niet de zorgaanbieders en zeker niet de zorgvragers zijn het probleem, maar een tekortschietende sturing en een telkens wisselend beleid vanuit de overheid.

Verantwoordelijkheden naar gemeenten

Het nieuwe kabinet zet het beleid door van deconcentratie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden naar de gemeenten. Rutte-II breidt de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) uit en kiest voor verdere versobering.

Rutte-I hevelde alleen de lichtere vormen van zorg over naar de gemeenten. Rutte-II voegt daar complexere zorgvragen aan toe, die specifieke behandeling vragen. De AWBZ blijft, volgens dit beleid, alleen bestaan voor de zeer complexe vormen van zorg. Dat betekent dat de gemeenten voortaan ook gaan over bepaalde vormen van specialistische zorg. Een risicovolle stap van Rutte-II. Bovendien is aan de overdracht van taken en verantwoordelijkheden een forse bezuiniging gekoppeld. Dat leidt tot een forse versobering van de ondersteuning. Wat het nieuwe kabinet niet doet, is onderscheid maken naar doelgroepen en kiezen voor een meer dimensionale benadering. Een gemiste kans!

Meer dimensionale benadering

Het is vanzelfsprekend van belang dat het kabinet kijkt naar de betaalbaarheid van de AWBZ. Een toekomstbestendige AWBZ levert adequate ondersteuning, is én blijft betaalbaar en is duurzaam. Alleen gericht zijn op kosten of op de inhoud van de zorg is onvoldoende. Er moet ook gekeken worden naar wie er momenteel gebruikmaakt van de AWBZ en voor wie dit echt nodig is.

De bouwstenen voor deze benadering zijn beschikbaar. Zowel de SER als de ambtelijke beleidsgroep ‘Langdurige zorg’ beschreven belangrijke aspecten van een toekomstbestendige AWBZ. De ambtelijke beleidsgroep beschrijft vier scenario’s (2010): ‘Eigen regie’, ‘Zorg dichterbij’, ‘Zorg verzekerd’ en een ‘Romp-AWBZ’. Bij alle scenario’s hevelt men lichtere vormen van begeleiding over naar de lokale overheid, vraagt men een grotere eigen bijdrage (financieel en in natura) van de zorgvrager en is de drempel voor toetreding verhoogd. Vervolgens verlegt men de budgetverantwoordelijkheid naar respectievelijk de zorgvrager, de lokale overheid, de zorgverzekeraar en de rijksoverheid.

Elk scenario bevat in algemene zin relevante aspecten. De scenario’s worden nog boeiender wanneer men er een differentiatie in doelgroep aan koppelt. Wij maken daarbij onderscheid in mensen die voor het leven of heel grote gedeelten van hun leven afhankelijk zijn van ondersteuning van anderen en keren daarmee in zekere zin terug naar de oorsprong van de AWBZ. De AWBZ werd in 1968 ingevoerd voor de onverzekerbare risico’s. Voor mensen met een verstandelijke beperking en voor mensen met een chronische psychiatrische aandoening is dit een uitstekend kader waarbinnen men goede zorg biedt. Zeker als men deze koppelt aan het hebben van regie over het eigen leven en deze zorg in de samenleving vorm geeft. Een persoonsvolgende financiering past daar overigens uitstekend bij.

Volgens de SER moet er een collectieve verzekering blijven voor gehandicapten en chronisch psychiatrisch zieken. Zij adviseert deze te laten uitvoeren door de zorgverzekeraars omdat de gemeenten (nog) niet in staat zijn deze uit te voeren en de verschillen tussen gemeenten erg groot zijn. De SER stelt ook voor om in de AWBZ mensen te laten betalen voor zaken die niet rechtstreeks verband houden met de handicap of beperking. Huisvesting, voeding en welzijn zijn hier voorbeelden van. Iedereen moet wonen, eten en zijn vrije tijd vullen. Een logische en consistente gedachte vanuit de oorsprong van de AWBZ.

Stimuleer zelfredzaamheid

Laten we het simpel houden. Haal alle onnodige verstrekkingen uit de AWBZ en stimuleer zelfredzaamheid. Gemiddeld gebruiken mensen tijdens hun leven drie jaar vormen van ouderenzorg. Dat kun je verzekeren of zelf betalen. Het is onnodig om deze zorg collectief te betalen via de AWBZ. Het is veel logischer om voor de langdurige ouderenzorg een koppeling te maken met de curatieve zorg en de zorgverzekeraars hierin een sturende rol te geven. Deze risico’s zijn te verzekeren; mensen kunnen een leven lang anticiperen op deze levensfase. De zorgverzekeraars zijn hiervan ook overtuigd en hebben de ambitie deze zorg risicodragend over te nemen binnen de kader van de Zorgverzekeringswet.

De AWBZ die dan overblijft, de romp-AWBZ, is beschikbaar voor verstandelijk gehandicapten en chronisch psychiatrische patiënten. Deze mensen kunnen nooit helemaal alleen voor zichzelf zorgen en zijn chronisch afhankelijk van zorg en ondersteuning. We moeten hen niet afhankelijk maken van steeds veranderend (gemeentelijk) beleid. Bovendien moeten zij zelf de regie houden over de zorg die ze krijgen. Dat geldt overigens ook voor alle mensen die via de verzekering of gemeente zorg ontvangen. Alleen dan stimuleer je zelfredzaamheid. Geef mensen wat ze echt nodig hebben en geef ze ook de sturing hierop middels bijvoorbeeld persoonsgebonden financiering.

Vermaatschappelijking

De romp-AWBZ moet gericht blijven op vermaatschappelijking van de zorg voor verstandelijk gehandicapten en chronisch psychiatrische patiënten. Dat betekent de regie bij de cliënt, de focus op meedoen in de samenleving en een goede kwaliteit van leven. Zorgaanbieders zijn in staat hen dat te bieden door met de zorg aan te sluiten bij het leven en activiteiten in wijken en buurten. Zo wordt 1+1=3.

Als de zorgaanbieders binnen de gehandicaptenzorg hun rol verliezen in de wijken en buurten, heeft dit ook consequenties heeft voor andere doelgroepen. Want ook zij maken nu dankbaar gebruik van de activiteiten en voorzieningen die de instellingen in wijken bieden. Dan wordt 1-1=0.

Leegloop personeel

Wat veel mensen niet weten, is dat met het beleid van Rutte-II ook een leegloop dreigt van goed gekwalificeerd en gemotiveerd personeel uit de gehandicapten- en chronisch psychiatrische zorg. De SER wijst hier terecht op en hanteert dit als contra-indicatie voor de overheveling naar gemeenten. Het is schokkend om te constateren dat de belangen van medewerkers in de zorg geen enkele rol spelen in deze discussie. In beide sectoren werken veel gemotiveerde en zeer goed opgeleide professionals. Door de overheveling naar gemeenten inclusief toekomstige aanbestedingen wordt hun toekomstperspectief uiterst ongewis. Gemeenten moeten nieuwe zorgsystemen opbouwen, bordjes verhangen en nieuwe bureaucratieën optuigen. Zij doen hiermee een groot deel van de investeringen in mensen en organisaties mogelijk teniet. Pure kapitaalvernietiging en tegen de achtergrond van de groeiende vergrijzing onverantwoord.

Verandering op verandering

Het kabinet-Rutte-II wil tevens dat gemeenten opschalen naar minimaal honderdduizend inwoners. Dat betekent verandering op verandering. Naar ons idee een risicovolle ontwikkeling. Binnen de gehandicapten- en chronisch psychiatrische zorg is behoefte aan een helder en houdbaar perspectief voor mensen met een chronische beperking. Ook organisaties, die de zorg waarmaken, willen gericht kunnen werken aan een stabiel beleid en een duurzame ontwikkeling. Wij roepen het nieuwe kabinet op om bij de uitwerking van het regeerakkoord nog eens goed na te denken en te kiezen voor aanpassing van voorgenomen beleidskeuzes. Ook vragen we de beleidsverantwoordelijken om samen met cliëntenorganisaties en brancheverenigingen hier aandacht aan te besteden. Alleen dan behoeden we de zorg voor gehandicapten- en chronisch psychiatrische cliënten voor onomkeerbare ontwerpfouten.
Peter Nouwens, voorzitter raad van bestuur Stichting Prisma

Peter Nouwens

Gerelateerde tags

3 reacties

  • Zonne

    In dit artikel wordt alleen gesproken over mensen met een verstandelijke handicap en chronisch psychiatrische patiënten als de mensen die dan nog gebruik zouden kunnen maken van de 'romp-AWBZ' wordt hier niet een grote groep mensen vergeten? Er zijn ook mensen die HUN HELE LEVEN een lichamelijke handicap hebben of een chronische aandoening waardoor ze ernstig beperkt zijn en hun leven lang zijn aangewezen op zorg en hulp van anderen, soms nog in veel vergaande mate dan mensen met een verstandelijke beperking of met een chronische psychiatrische aandoening. Juist voor die groep is het van essentieel belang om regie over de eigen zorg te behouden en om te kunnen participeren in de maatschappij!

  • Jan C

    De AWBZ zelf heeft een berg boter op haar hoofd. Men heeft jarenlang de attentie gelegd op de bijdragen die de gehandicapten en slecht opererende ouderen moesten betalen; het was nooit genoeg. het moest steeds meer zijn. Maar ze hebben geen enkele aandacht besteed of de aanwending van het geld dat ze verstrekten aan zorginstellingen wel goed werd besteed.
    Ik noem maar iets heel belangrijks: **structureel minder personeel op een afdeling dan de patient mag verwachten, **structureel minder opgeleid personeel dan de patient mag verwachten, **alle zorg is afgestemd op de laagste ZZP-code (en dat is een heel kwalijke zaak). Voor wie het nog niet begrijpt: voor de patienten krijgen de instellingen bijv 100 euro en ze besteden er maar 60 of 70. Als de AWBZ nu moeite doet om te ontdekken waar die 30 of 40 euro blijven, zijn ze naar mijn vaste overtuiging beter bezig dan als maar de patient, die het toch al zwaar heeft, uit te melken. En dan nog de zeer kwalijke punten: al jarenlang geen enkele aandacht voor verspilling en efficiency. Wat in het bedrijfsleven een bittere noodzaak is, wordt in de zorg moeiteloos afgedaan door de bijdrage maar te verhogen. Conclusie: je zou het niet verwachten dat het intellect bij de AWBZ niet hoger is.

  • Jacques Wagtmans

    Hoi Peter

    Goed artikel (politiek beschouwd) in Zorgvisie. Complimenten!
    Een punt feedback: Onder zelfredzaamheid had ik graag gezien dat je als zorgaanbieder de innovatie op het gebied van familiezorg had genoemd.
    Als zorgaanbieder 'aansluiten' op de vraag van de burger is mijn inziens een paradigma overslaan.
    Ik ben van mening dat de marketing van zorgaanbieders er vanaf nu vooral op gericht moet zijn om weliswaar aan te sluiten maar vooral te focussen op de zelfwerkbaarheid van de burgerij. Daarop aansluiten betekent volgens mij vooral de burgerij in staat stellen om de zorg voor hun familielid/vriend/buurman/vrouw te delen met de professional. (faciliteren =zorgen dat in plaats van zorgen voor)
    Het verrijkt de zorg, het is meer duurzaam en het herstelt de verhoudingen tussen familieleden die we de afgelopen decennia 'verkocht' hebben aan de AWBZ.
    Een zodanige procesoptimalisering zal de klantwaarden vermeerderen en de kosten reduceren. Vaak gezien als onmogelijk deze drie zaken tegelijkertijd na te streven. Ik ben er van overtuigd dat het kan.

    groet

    Jacques Wagtmans MBA-H

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden