Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Effectief oncologisch casemanagement

Enkele ziekenhuizen zijn gestart met oncologisch casemanagement. Zo ook het Maasstad Ziekenhuis. Een verslag van het zorgtraject in het Rotterdamse ziekenhuis.
Effectief oncologisch casemanagement

Naar aanleiding van het rapport Zorgketen voor kankerpatiënten moet verbeteren van de Inspectie voor de Gezondheidszorg uit 2009, heeft een aantal Nederlandse ziekenhuizen het oncologische casemanagement ingesteld. Zo ook het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Maar dat heeft het zorgtraject iets anders ingericht. De casemanagers voor de tumorgroepen ovarium en prostaat bellen hun patiënten namelijk twee tot vijf dagen na het slechtnieuwsgesprek om te informeren naar hun welzijn, het zogenoemde post-diagnose telefoongesprek.

Post-diagnose gesprek

In de periode tussen de diagnose en het begin van de medische behandeling is de patiënt in het Maasstad Ziekenhuis doorgaans twee keer bij de arts en casemanager, namelijk voor het slechtnieuwsgesprek en een week tot tien dagen later voor het bespreken van de behandelkeuze. Een patiënt kan zich echter erg verloren voelen in de periode tussen deze twee gesprekken. Bovendien gaat er met de diagnose 'kanker' een wereld open voor patiënten waar zij vaak nog nooit direct mee te maken hebben gehad. Dit kan veel emoties en vragen oproepen bij patiënten over de inhoud van de diagnose, prognose en behandeling, maar ook zingevings- en levensvragen. Door het post-diagnose telefoongesprek kan een patiënt al in een vroeg stadium ondersteuning krijgen bij deze emoties en vragen.

Onderzoek Helen Dowling Instituut

Het Helen Dowling Instituut (HDI) heeft in 2012, in opdracht van de Stichting Geestelijke Verzorging Rijnmond en het Maasstad Ziekenhuis, onderzocht of er tijdens het post-diagnose telefoongesprek inderdaad gesproken wordt over zingevings- en levensvragen, en of patiënten daar baat bij hebben. Het Maasstad Ziekenhuis wilde daarnaast weten hoe tevreden patiënten met een ovarium- of prostaattumor nu eigenlijk zijn over hun casemanager.

Dit onderzoek leidde tot een goed inzicht in de dagelijkse praktijk van het casemanagement. Allereerst blijkt - zoals verwacht - dat de patiënten over het algemeen zeer tevreden zijn over hun casemanager. Vooral de verstrekte informatie en de persoonlijke benadering van de casemanagers worden op prijs gesteld.

Verbeterpunten

Maar er zijn ook een aantal punten te verbeteren, bijvoorbeeld de frequentie van contact tussen de casemanagers urologie en hun patiënten en de wachttijd bij consulten. Een derde van de prostaatkankerpatiënten had graag wat vaker contact gewild met zijn casemanager, omdat hij na de diagnose en ook na de operatie nog vragen had. De daarvoor bedoelde contactmomenten - het post-diagnose telefoongesprek en een bezoek van de casemanager op de verpleegafdeling - waren niet altijd uitgevoerd. Hoewel de casemanagers hadden aangegeven dat de patiënten hen altijd konden bellen als er iets was, deden veel patiënten dit niet. Ze vonden namelijk dat hun vragen niet belangrijk genoeg waren om de casemanager te belasten. Wat betreft de wachttijd, gaven veel patiënten aan dat ze het erg fijn vonden dat de casemanager alle tijd voor hen nam tijdens afspraken. Dit gaf het gevoel dat er aandacht voor hen was en ze kregen de kans om al hun vragen stellen. De keerzijde van deze benadering is dat patiënten vaak lang moesten wachten tot ze bij de casemanager terechtkonden, wat hen veel spanning gaf.

Zielenroerselen

Zingevings- en levensvragen bleken niet vaak ter sprake te komen tijdens de post-diagnose telefoongesprekken. Dat wil niet zeggen dat ze zo vroeg in het traject niet speelden bij deze patiënten. Zij spraken hier echter liever over met hun naasten dan met de casemanagers, want ze kenden de casemanager nog nauwelijks. Sommige patiënten vroegen zich af of de casemanager hen eigenlijk wel zou kunnen helpen met zulke zielenroerselen. Daarnaast gaven de casemanagers tijdens het post-diagnose telefoongesprek ook niet altijd genoeg ruimte aan patiënten om zulke vragen en zorgen te bespreken. De casemanagers urologie in het bijzonder hielden de gesprekken kort en waren vooral gericht op het geven van medische informatie. Hierbij zal ongetwijfeld meespelen dat deze casemanagers een grotere caseload hebben dan de casemanagers gynaecologie. Bovendien leek de medische informatie soms al genoeg te zijn om zingevings- en levensvragen in perspectief te brengen en de patiënten gerust te stellen. Echter, in een aantal gevallen voldeed de informatievoorziening niet aan de behoeften van de patiënt. Voor veel kankerpatiënten geeft informatie een gevoel van controle in een oncontroleerbare situatie. Wanneer er niet aan deze behoefte wordt voldaan, ervaren patiënten grote onzekerheid, die hen kan beperken in hun functioneren.

Meer informatie

Wat betekenen deze uitkomsten voor de praktijk? Het lijkt lastig om aan alle wensen van de patiënten te voldoen. Allereerst: Er moet vaker contact zijn met de casemanager en deze moet meer informatie geven, maar patiënten willen na een consult bij de arts niet moeten wachten tot ze bij de casemanager terechtkunnen. Verder roept de diagnose kanker zingevings- en levensvragen op bij patiënten. De informatie en begeleiding die casemanagers bieden, kunnen hierbij helpen, maar patiënten zijn niet geneigd hier met de casemanagers over te spreken en  de casemanagers zijn niet geneigd te vragen naar onderwerpen die patiënten niet zelf ter sprake brengen

Betere afstemming met patiënt

De oplossing zou kunnen liggen in een betere afstemming met de patiënt. Op 12 april 2013 stond hierover in Zorgvisie dat 'de kwaliteit [van de zorg] alleen beter wordt als zorgaanbieders patiënten veel nauwer betrekken bij de zorg'. Dit kan door regelmatig met een patiënt te overleggen over de behoefte aan een afspraak of een telefoontje, door expliciet – bijvoorbeeld met behulp van de Lastmeter – te vragen en te luisteren naar zingevings- en levensvragen, en door de patiënt te volgen in zijn informatiebehoefte. Daarmee wordt voldaan aan de behoeften van de patiënt en hoeft de werklast voor de casemanager niet te worden vergroot. Hiervoor is het noodzakelijk dat de casemanager voldoende in staat is om (zingevings- en levens)vragen te signaleren en de vaardigheden heeft om in te schatten in hoeverre een patiënt hier last van heeft. Op die manier kan een patiënt op tijd doorverwezen worden naar de juiste hulpverlener, zoals een geestelijk verzorger, om ruimte te geven aan zijn vragen.

 

Door: Anja Visser, wetenschappelijk onderzoeker Helen Dowling Instituut, Henry Wolterink, geestelijk verzorger Maasstad Ziekenhuis, en Rineke Leys, voorzitter Raad van Oncologie Maasstad Ziekenhuis.

Anja Visser

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden