Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Gelovige ziekenhuizen

Diepgewortelde kerkelijke tradities blijken door te werken in de keuzes die ziekenhuizen vandaag de dag maken. Over het effect van geloofsovertuiging op het zorgmanagement.
Dirk de Korne, Deputy Director Health Innovation, Singapore National Eye Centre, SingHealth

Tijdens mijn sollicitatiegesprek in Het Oogziekenhuis raakten we al in gesprek over godsdienst. Ik had mijn kerkelijke gezindte op mijn cv gezet. En mijn geboorteplaats. Dus was het voor de directeur makkelijk me in een hokje te stoppen: overduidelijk een protestante Zeeuw. Die kon er nog wel bij in het multiculturele Rotterdamse ziekenhuis. Maar doet de levensovertuiging van zorgmanagers er eigenlijk wel toe?

Voor aandoeningen waarover je moet praten is het voor te stellen dat geloof van de zorgverlener van belang is. Het hervormde echtpaar met huwelijksproblemen kiest liever voor de therapeut waar een Liefde & Trouw poster in de wachtkamer hangt in plaats van de kliniek die op haar website adverteert voor de datingsite van Ashley Madison. Maar maakt de identiteit van het ziekenhuis verschil als je een nieuwe hartklep nodig hebt? Of een chirurgische ingreep vanwege een carpaaltunnelsyndroom?

Natuurlijk, het ziekenhuis als zodanig is ontstaan vanuit de christelijke traditie. De eerste 'gasthuizen' werden vanaf de Middeleeuwen vanuit kerken opgericht. Het waren vooral ziekenzalen voor de armen. Artsen hadden hun praktijk aan huis en gingen in het gasthuis de beddenrijen langs. Door toenemend gebruik van dure techniek (röntgenapparatuur bijvoorbeeld) en verdere specialisatie kwamen de artsen het ziekenhuis in en ontwikkelde het gasthuis zich tot een complex medisch-technisch bedrijf. Heeft het besturen daarvan nog iets met geloof te maken?

Verschillen protestantse en katholieke ziekenhuizen

Het effect van geloofsovertuiging op zorgmanagement is niet eenvoudig empirisch te meten. Onlangs werd het echter op een interessante manier geprobeerd. Lapo Filistrucchi en Jens Prüfer, onderzoekers aan de universiteiten van Tilburg en Florence, namen alle 1.930 Duitse non-profit ziekenhuizen onder de loep. 40 procent daarvan is van katholieke origine, 23 procent is protestant. De bestuurders van de instellingen zijn veelal geselecteerd op basis van hun kerkelijke achtergrond.

Uit landelijke ziekenhuisrapporten uit de periode 2006 tot 2010 werden gegevens gehaald over de identiteit van ziekenhuizen, aantallen artsen, verpleegkundigen en bedden in het ziekenhuis, en aantallen en typen patiënten en behandelingen die werden uitgevoerd. De onderzoekers maakten vervolgens een wiskundig model waarin ze relaties tussen de verschillende kenmerken proberen aan te tonen. En wat blijkt? Protestante ziekenhuizen zien minder patiënten, maar de behandelingen zijn vaak complexer. Bij katholieke ziekenhuizen zijn de aantallen hoger, maar het type behandeling is minder ingewikkeld. 'Het geloof van het management beïnvloedt de strategie van het ziekenhuis', aldus Filistrucchi en Prüfer.

Individu versus geloofsgemeenschap

Ondanks de vergaande secularisatie in Europa blijken diepgewortelde kerkelijke tradities door te werken in de keuzes die ziekenhuizen vandaag de dag maken. Een gemiddeld katholiek non-profit ziekenhuis in Duitsland genereert meer omzet dan een protestants ziekenhuis, terwijl in een gemiddeld protestants ziekenhuis de omzet per patiënt hoger is. Het aantal afdelingen in een katholiek ziekenhuis is groter dan in een protestants ziekenhuis. Maar de protestantse ziekenhuizen zetten meer generalistische en specialistische artsen in per patiënt en werken vaker samen met universiteiten en andere onderwijsinstellingen.

Prüfer en Filistrucchi verklaren de verschillen door erop te wijzen dat in het protestantisme de nadruk op het individu ligt. Dit vertaalt zich in de focus op de best mogelijke zorg voor de individuele patiënt. Het katholicisme legt de nadruk juist op de geloofsgemeenschap. Katholieke managers kiezen er mede daardoor voor om zoveel mogelijk patiënten te behandelen.

Neutrale organisaties bestaan niet

Het hokje waarin de directeur tijdens mijn sollicitatiegesprek zat was trouwens makkelijk te tekenen. Overduidelijk een katholieke Brabander. Hoewel we allebei in Rotterdam werkten bleven we in ons hart van onder de rivieren. Dat betekende dat hij, wat er ook gebeurde, met verlof ging tijdens de Carnavalperiode. En dat ik vrij kon nemen op dankdag. En geacht werd vooraf zijn Kerstmistoespraak te becommentariëren. Waarbij ik natuurlijk als eerste het woord 'mis' doorstreepte.

Het onderzoek van Filistrucchi en Prüfer maakt duidelijk dat de overtuiging van het ziekenhuisbestuur ertoe doet. En een impact heeft die veel verder gaat dan de jaarlijkse kersttoespraak. Neutrale organisaties bestaan simpelweg niet. Omdat er geen neutrale mensen zijn. Alleen wie antwoord kan geven op de vraag waarom hij op deze aarde is heeft toekomstperspectief. Dat we in 'mijn' ziekenhuis én grote aantallen én vergaande specialisatie leverden zal ik maar op de Nederlandse poldertraditie schuiven. Twee geloven op een ziekenhuisbedkussen kan soms ook wat moois opleveren.

Dirk de Korne

Deze bijdrage verscheen 30 maart 2015 in het Reformatorisch Dagblad

Dirk de Korne

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden