Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

‘Poldercultuur zet ziekenhuizen op achterstand’

De Nederlandse wereld van kwaliteitsregistraties is verkaveld en toont niet de kwaliteitsinformatie waar het echt om gaat. ‘We lopen achter bij vergelijkbare westerse landen’, zegt Niek Klazinga.
KlazingaNiek151116_DHD_congres_Utrecht450.jpg
Niek Klazinga in de Nicolaïkerk: de kwaliteitsregistratie in Nederland is te sterk verkaveld. - Foto: Jeroen van Eijndhoven

Nederland dreigt internationaal de boot te missen op het gebied van relevante kwaliteitsinformatie voor ziekenhuizen. Hoogleraar sociale geneeskunde Niek Klazinga houdt de bezoekers van het symposium Kwaliteitsindicatoren & transparantie in de Nicolaïkerk - georganiseerd door de Dutch Hospital Data (DHD), de NFU en de NVZ - op 15 november een spiegel voor. Als onderzoeker voor de OESO is hij goed op de hoogte hoe andere landen het doen. En vergelijkbare westerse landen doen het gewoon beter.

Heropnames en overleving
Op de Canadese website voor kwaliteitsinformatie over ziekenhuizen kunnen patiënten informatie vinden over het aantal heropnames, complicaties na operaties en de 30-dagen overleving na een hartaanval. Ook Amerikanen kunnen soortgelijke informatie over individuele ziekenhuizen vinden op de website  van medicare. Zelfs de Australische provincie New South Wales troeft Nederland af als het gaat om de toegankelijkheid van de informatie op de website. ‘Een vijfde van het personeel van het Bureau of Health Information is daar communicatiedeskundige’, vertelt Klazinga. En ook Aziatische landen halen Nederland in. Zuid-Korea geeft realtime informatie over voorschrijfgedrag van geneesmiddelen en kwaliteitsinformatie van zorgverzekeraars.

Poldercultuur
Het komt voor een belangrijk deel door de poldercultuur, legt Klazinga uit. Het Nederlandse stelsel is consensus gedreven en daardoor hopeloos verkaveld. Klazinga telt maar liefst zeventien organisaties die een database met kwaliteitsinformatie beheren. Het aan elkaar koppelen daarvan blijkt in de praktijk zeer weerbarstig. De Nederlandse kwaliteitsindicatoren zijn vaak heel specifiek; er missen algemene indicatoren over bijvoorbeeld heropnames, complicaties en overlevingsduur na behandelingen. Vergeleken met andere landen wordt het elektronische patiëntendossier maar heel beperkt gebruikt als primaire bron voor kwaliteitsinformatie.

Ziekenhuizen willen niet
Nederland kan data over heropnames, complicaties en overlevingsduur na hartaanval, beroerte en kanker overigens best ophoesten. Het wordt allemaal geregistreerd en verzameld in de DHD. Dat ze niet openbaar worden gemaakt, is volgens Klazinga een ‘politiek-bestuurlijk probleem’. ‘De ziekenhuizen zijn eigenaar van de data en bij hen ontbreekt de politieke wil’, zegt hij later in de nabespreking. In de andere landen neemt de overheid duidelijk de regie. De Nederlandse overheid laat het aan het veld over. Verzekeraars, artsen, ziekenhuizen en patiënten hebben zich ‘vastgepolderd’.

Onbruikbare kwaliteitsindicatoren
Ondertussen gebeurt er in Nederland wel heel veel op het gebied van kwaliteitsregistratie. De veldpartijen hebben in oktober een akkoord gesloten over hoe informatie wordt aangeleverd. Er is algemene consensus dat de registraties in Nederland zijn doorgeschoten. Sylvia Shackleton, manager NVZ, praat zelfs over een ‘indicatorencircus’. Het aantal indicatoren is de afgelopen jaren weliswaar gehalveerd van circa 3.000 naar 1.500, vertelt Diana Delnoij, hoofd onderzoek van Zorginstituut Nederland (ZiNL), maar dat zijn er nog steeds erg veel. En ze zijn lang niet allemaal bruikbaar. Van de 600 die Sezgin Cihanger, manager DHD, onder de loep nam, blijken er 228 geen onderscheidend vermogen te hebben. Stoppen daarmee dus.

Uitkomstindicatoren lastig te ontwikkelen
Iedereen wil ook dat er meer uitkomstindicatoren komen. Van de 1.500 kwaliteitsindicatoren geeft maar 9 procent informatie over de resultaten van een behandeling. De ontwikkeling van bruikbare uitkomstindicatoren is echter complex. De NVZ heeft er in de tien kwaliteitsvensters maar twee. 'Dat moeten er binnenkort tien worden', zegt Shackleton, ondanks de drempelvrees van ziekenhuizen. ‘Uitkomstenindicatoren eruit lichten is spannend voor ziekenhuizen.’ Maar daar moet het volgens Shackleton wel naartoe. ‘De indicatoren moeten laten zien wat behandelingen aan waarde toevoegen voor patiënten en ze moeten nuttig zijn voor artsen. Verzekeraars moeten kwaliteit dan ook echt een plaats geven bij de zorginkoop.’

Kwaliteitsregistraties zijn kostbaar
In de wandelgangen en tijdens de workshops zijn veel kritische geluiden op te vangen van kwaliteitsmanagers in ziekenhuizen. De aanlevering van de kwaliteitsindicatoren is een gigantisch tijdrovende klus. Tot grote frustratie van velen vragen andere organisaties, zoals MediQuest, vervolgens nog eens om een extra controleslag. Niet onverstandig overigens, want bij het ‘doorleveren’ van data blijkt heel wat fout te gaan, zoals het verwisselen van hele jaargangen.
Ook de kwaliteitsregistratie van DICA krijgt ervan langs. ‘De data kloppen in de helft van de gevallen niet en komen pas zo laat beschikbaar dat ziekenhuizen pas het volgende jaar kunnen bijsturen’, zegt een kwaliteitsmanager uit een groot topklinisch ziekenhuis. Ze krijgt alom bijval. Mariëlle Plochg, hoofd kwaliteit in het St. Jansdal Ziekenhuis, vertelt dat sturen op kwaliteit kan, maar zeer arbeidsintensief en kostbaar is. Ze rekent voor dat het relatief kleine ziekenhuis, jaaromzet ruim 150 miljoen euro, er jaarlijks 1 miljoen euro aan kwijt is. 'We zitten op een doodlopende weg.'

Minder en betere indicatoren
Minder registratielast, minder kwaliteitsindicatoren, alleen nog uitkomstindicatoren die echt wat toevoegen, meer samenhang in de zorginfrastructuur. Consensus over waar het heen moet, is er op grote lijnen wel. Maar niet over hoe daar te komen. Zeker is dat er in de eilanden-archipel van kwaliteitsregistraties de komende jaren het nodige gaat gebeuren. ‘Belastinggeld kun je maar een keer uitgeven’, zegt Klazinga. Het rapport Afwegingen voor de Maatschappelijke Relevantie van Kwaliteitsregistraties ligt klaar voor een volgend kabinet om met de stofkam door de verschillende kwaliteitsregistraties heen te gaan. Of zal de huidige minister nog daadkracht tonen op dit dossier bij het afsluiten van het jaar van de transparantie?

Of registreer u om te kunnen reageren.