Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

‘Doseer doorzettingsmacht kwaliteitsinstituut’

Het Zorginstituut Nederland (ZIN) heeft twee keer gebruikgemaakt van haar doorzettingsmacht. Moet ZIN meer doorbijten, zoals minister Schippers zei in een Kamerdebat?
Jan Kremer Radboudumc 450.jpeg

De hervorming van de complexe spoedzorg is een explosief dossier. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) vond dat ziekenhuizen te veel op de rem stonden en zich te veel lieten leiden door eigenbelang. Het ZN-plan om de spoedeisendehulpafdelingen (SEH's) van ziekenhuizen te concentreren leidde twee jaar geleden zo ongeveer tot een revolte in de ziekenhuiswereld. De verzekeraars wilden vooral minder SEH’s omdat dit efficiënter zou zijn, zo luidde het verweer van ziekenhuizen. Maar of dit de zorg ook echt beter zou maken, was nog maar de vraag. Ziekenhuizen en beroepsgroepen van medisch specialisten stapten met succes naar de Autoriteit Consument & Markt (ACM), die stelde dat ZN niet eenzijdig met kwaliteitsstandaarden voor de spoedzorg kan komen. De ACM suggereerde dat het Zorginstituut Nederland (ZIN) de patstelling zou kunnen doorbreken door te formuleren wat kwalitatief goede complexe spoedzorg inhoudt. Eind december presenteerde ZIN het eindresultaat. Een interview met Jan Kremer, voorzitter van de adviescommissie kwaliteit van ZIN. 

Critici zeggen dat er vooral indicatoren zijn opgesteld om kwaliteit te meten en geen normen waarmee de Inspectie voor de Gezondheidszorg kan handhaven of waarmee de zorgverzekeraars kunnen inkopen.
‘Het klopt dat we vooral kwaliteitsindicatoren hebben opgesteld. Er was geen overeenstemming over wat goede kwaliteitsindicatoren zijn. Die is er nu wel. Daarmee kunnen zorgaanbieders een beeld krijgen van de kwaliteit van de zorg die ze leveren. Er zijn trouwens wel degelijk ook normen opgesteld, die de IGZ en zorgverzekeraars kunnen gebruiken. Zo moet er bij CVA-zorg een CT-scan op de SEH staan. Maar we hebben alleen een norm gesteld als er duidelijk bewijs is dat die de kwaliteit verbetert. Zo hebben we de volumenorm voor multitraumazorg overgenomen, omdat er evidence is dat het aantal behandelingen leidt tot betere zorg. Maar voor de meeste zorg is een norm niet belangrijk en is er geen bewijs dat meer volume tot betere zorg leidt. Bedenk ook dat het niet onze taak is om normen op te stellen waarmee de Inspectie makkelijk kan handhaven of waarmee zorgverzekeraars makkelijk kunnen inkopen. Daar zijn we niet primair voor. Het is onze opdracht om de kwaliteit inzichtelijk te maken en te stimuleren dat deze verbetert.’

Verwacht u dat er concentratie van spoedzorg komt?
‘Dat vind ik lastig om in te schatten. Ik verwacht geen sterke concentratie, maar ik kan me voorstellen dat enkele SEH’s ermee stoppen omdat ze de aantallen voor complexe spoedzorg niet halen. De norm die volgens mij het meeste pijn gaat doen is die voor acute aneurysma. Ziekenhuizen moeten minimaal veertig van dat soort complexe operaties doen. De oude norm lag op twintig. Maar het gaat om een technisch en organisatorisch moeilijke operatie die bijzonder risicovol is.’

Hoe gaat het nu verder met de spoedzorg?
‘De veldpartijen zijn nu weer aan zet. Met de kwaliteitsindicatoren kunnen professionals en patiënten verder om een algemene kwaliteitsstandaard voor spoedzorg te formuleren, die ook de rol van bijvoorbeeld de ambulances en huisartsen meeneemt.’

De tweede keer dat ZIN gebruikmaakt van de doorzettingsmacht is bij het opstellen van de richtlijn voor intensive care (IC). Schiet dat nu op?
Partijen waren zes jaar in discussie en kwamen er niet uit. Ook de experts in Nederland waren betrokken bij de meningsverschillen. Daarom hebben we niet een aparte expertcommissie opgesteld. We kijken als adviescommissie kwaliteit zelf naar de concept-richtlijn. Onze indruk is dat die veel te gedetailleerd is, waardoor partijen het onnodig niet eens konden worden. Deze zomer willen we de zorgstandaard IC publiceren. Daarna zijn de regio’s aan zet voor implementatie. Hoeveel artsen en verpleegkundigen er moeten werken op een IC kan van de context en de regio afhankelijk zijn. Wij zullen dat proces stimuleren, monitoren en ervoor zorgen dat regio’s van elkaar leren.’

Minister Schippers zei onlangs in de Tweede Kamer dat het Kwaliteitsinstituut  meer moet doorbijten. Kunt u zich daar wat bij voorstellen?
‘Zorgprofessionals en patiënten gaan echt over vaststellen wat kwaliteit is. Daar moet je je als overheid verre van houden. Je moet het proces tussen zorgprofessionals en patiënten niet frustreren. Alleen als partijen zich laten leiden door andere belangen dan kwaliteit, zoals het eigenbelang van een instelling, dan zijn wij aan zet. Partijen moeten goed begrijpen dat de tijd van polderen dan voorbij is. Bedenk wel dat wij pas twee jaar bestaan als ZIN. Dat is voor een nieuw instituut vrij kort om zijn positie in het veld te bepalen. Op twee vastgelopen dossiers zetten we nu belangrijke stappen. Maar het inzetten van doorzettingsmacht moet je doseren. Je moet als instituut niet doorslaan. Wij kunnen met circa honderd man niet alles gaan regelen vanuit Diemen.’

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden