Baxter

6e Baxter-symposium

‘Parenteraal’ voeden met verstand

De medische wereld is het erover eens dat patiënten baat hebben bij een goede voedingstoestand. Wat een goede voedingstoestand is en hoe je die bereikt, is echter nog onderwerp van discussie en van veel studies. Zowel in de wetenschap als de praktijk zijn er interessante ontwikkelingen, zoals de aandacht voor de relatie tussen perioperatieve voeding en uitkomsten na chirurgie, de effecten van voedingsinterventies op de uitkomsten van behandelingen voor kanker, en de relatie tussen spiermassa en voeding in de geriatrische populatie. Ook in de discussie over parenteraal versus enteraal voeden en vroeg of laat parenterale voeding starten, zijn nieuwe inzichten aan het licht gekomen.

Op donderdag 27 november 2014 vond in het WTC in Amsterdam het 6de Baxtersymposium‘Parenteraal’ voeden met verstand plaats. Dit symposium, dat werd bezocht door meer dan 200 deelnemers, beoogde om met verschillende disciplines de huidige inzichten te bespreken en de consequenties daarvan voor de praktijk te bediscussiëren.

Ondervoeding is een probleem binnen Nederlandse ziekenhuizen. Tussen de 25 en 35 procent van de patiënten heeft bij opname in het ziekenhuis een risico op ondervoeding. Ondervoeding leidt tot complicaties en langzamer herstel bij ziekte en operaties. Verlies van gewicht en spiermassa, daling van de weerstand met een verhoogde kans op infecties, en een vertraagde wondgenezing kunnen de gevolgen zijn van ondervoeding. Ondervoeding heeft consequenties voor de patiënt en de gezondheidszorg in Nederland. Het grotere aantal complicaties, verlengde ziekenhuisopname en verhoogd medicijngebruik leiden tot hoge kosten voor de gezondheidszorg in Nederland. De patiënt ervaart daarnaast een afname van de kwaliteit van leven en en toegenomen risico op overlijden.

Screening
Volgens de landelijke richtlijnen zal de patiënt gedurende de ziekenhuisopname gescreend worden op het risico op ondervoeding. Dat houdt in dat de patiënt regelmatig wordt gewogen en dat er gelet wordt op de voedingsintake. Zo nodig stelt een multidisciplinair voedingsteam een therapieplan op dat met de individuele behoeften en het ziektebeeld van de patiënt rekening houdt. In de ziekenhuisrealiteit is het screenen inmiddels goed geïmplementeerd. In 2011 werd rond 95 procent van alle patiënten gescreend op ondervoeding. In het verlengde daarvan is het percentage van ernstig ondervoede volwassen patiënten, die een adequate voedingsinterventie hebben gekregen, met 22 procent relatief laag.

Gezien deze feiten blijft de vraag waarom bij de zorgverleners ondervoeding niet hoger op de agenda staat. Een van de sprekers benoemde het duidelijk: Ten opzichte van nieuwe chirurgische methoden zijn voedingsinterventies niet ‘sexy’. Om deze reden krijgen zij niet altijd de nodige aandacht van artsen. Daarom is het onder andere noodzakelijk dat zorgverleners voortdurend getraind worden om screeningsresultaten goed te kunnen beoordelen en hun voedingsinterventies te kunnen verbeteren.

Hoewel deze situatie voor verbetering vatbaar is, kon desalniettemin in de afgelopen vijftien jaar met voedingsinterventies veel
vooruitgang voor de patiënt worden geboekt. Hieraan heeft ook het multimodale behandelprogramma ERAS (Enhanced Recovery After Surgery) bijgedragen. De doelstelling van het ERAS-programma is om de functionele capaciteit van de patiënt zo snel mogelijk te herstellen. Dat gebeurt onder andere door goede pijnbestrijding, stressreductie, vroege mobilisatie door het verwijderen van infuuslijnen, en het voorkomen van misselijkheid en braken. Met name door het voorkomen van misselijkheid kan de patiënt snel weer voeding opnemen. In studies is aangetoond dat vroege voedingsopname door en mobilisatie van patiënten na darmchirurgie tot een versneld herstel leidt.

Technische complicaties
Naast de rol van voeding bij herstel na chirurgie kwamen ook de technische complicaties omtrent parenterale voeding aan de orde. Parenterale voeding wordt middels een perifere of centrale katheter toegediend. Het inbrengen van deze veneuze toegang gebeurt onder steriele omstandigheden en wordt door echo of röntgen geleid. Infecties van deze lijnen is een mogelijke complicatie die ertoe leidt dat de lijn moet worden getrokken en een nieuwe lijn moet worden geplaatst. Daarnaast kunnen infecties leiden tot een sepsis met IC-opname, beademing, verhoogde mortaliteit en significante kosten. Om deze redenen is het uitermate belangrijk de vaattoegang zorgvuldig te verzorgen.

De studies omtrent het juiste tijdstip voor voedingsinterventies en omtrent de beste samenstelling van medische voeding genoten bovengemiddelde belangstelling. Vergeleken met vroege enterale voeding lijkt vroege parenterale voeding veilig, maar ook onvoldoende om de voedingsdoelen te halen. Een viertal studies werd besproken waarin patiënten op enterale voeding parenteraal bijgevoed werden. Hoewel de resultaten nog controversieel zijn, heeft het er alle schijn van dat met name een teveel aan energie ongunstig is.

Eiwit en energie
Ziek zijn is topsport. Net als bij zware inspanning verbruikt het lichaam bij ziekte meer voedingsstoffen en energie. Daarom kreeg de samenstelling van medische voeding, met name de eiwit/energiebalans, veel aandacht tijdens het symposium. Hoe belangrijk is deze eiwit/energiebalans? In vogelvlucht werden verschillende studies besproken. Een observationele studie van het VUmc in Amsterdam laat bijvoorbeeld zien dat in bepaalde patiëntengroepen een hypocalorische maar eiwitrijke voeding een gunstig effect heeft op de mortaliteit. Tijdens de discussie van dit onderzoek werd door de spreker aanbevolen het energieverbruik daadwerkelijk te meten. Dat kan door indirecte calorimetrie of door het meten van de VCO2-uitstoot van de beademde patiënt. Vervolgens kan de individuele energiebehoefte van een patiënt nauwkeurig berekend worden. Ondervoeding door onvoldoende inname van vooral eiwit kan leiden tot sarcopenie. Sarcopenie wordt gekarakteriseerd door het verlies van spiermassa en spierkracht wat resulteert in een verminderd fysiek functioneren. De spieren genereren kracht maar zijn ook klinisch relevant als groot intern orgaan, dat is betrokken bij de glucosehuishouding, de productie van energie en als lichaamsreserve voor eiwitten. Een gebrek aan beweging, inflammatoire processen, eiwitafbraak door bijvoorbeeld het anorexie-cachexiesyndroom bij kanker, en endocriene stoornissen kunnen de oorzaak voor het verlies aan spiermassa zijn.

Meten is weten
Om de dosering en effectiviteit van voedingsinterventies te bepalen en om veranderingen in de lichaamssamenstelling te kunnen volgen, is het belangrijk om deze te kunnen meten. De Body Mass Index is geen betrouwbare maat om de hoeveelheid spiermassa vast te stellen, omdat het geen inzicht geeft in de hoeveelheid vet en bindweefsel rond de spieren. Het best kan de spiermassa worden gemeten middels DEXA, bio-impedantie of CT-scan(niveau L3). Met een handknijpkrachtmeter kan ook nog de spierkracht gemeten worden. 

De deelnemers van het 6de Baxtersymposium hebben hopelijk de volgende boodschap mee naar huis genomen: meten is weten. Meer aandacht voor voedingsinterventies zal een gunstige invloed hebben op klinische uitkomsten, de kwaliteit van leven van de patiënt en op de kosten in de gezondheidzorg.

Het volledige symposium is terug te zien
op een webcast via de volgende link:
http://www.educational-services.nl/downloadcentre.

Dr. Raymund Zinck PhD is 17 jaar werkzaam in de farmaceutische industrie en heeft vijf jaar in een universitaire kliniek gewerkt in Hannover.



 

Expert aan het woord;

Bloedmanagement op agenda ziekenhuismanagers

Een bloedende patiënt op de operatiekamer is niet alleen een probleem voor de chirurg, maar ook voor het ziekenhuismanagement. Bloedtransfusies brengen namelijk niet alleen medische risico’s met zich mee, maar ook significante kosten.1 Baxter heeft onderzocht wat de impact is van het inzetten van biomaterialen op het behandelingstraject van een chirurgische hartpatiënt en welke economische gevolgen dit kan hebben voor het ziekenhuis.  

 


Expert aan het woord;

Voeding bij behandeling van kankerpatiënten

Komt het vanzelf weer goed als een oncologische patiënt kilo’s afvalt tijdens zijn ziekte? Of is er iets aan de ondervoeding bij kankerpatiënten te doen? Ongeveer 30 tot 50 procent van de mensen met kanker krijgt te maken met cachexie. Cachexie ontstaat doordat het lichaam reageert op de aanwezigheid van een tumor. Dat kan uiteindelijk leiden tot een gebrek aan eetlust en afname van lichaamsvet. Later komt het tot verlies van spiermassa. De spierafbraak staat direct in verband met overlevingsduur en -kans. Verder kan de respons op de chemotherapie verminderd zijn en het risico op bijwerkingen toenemen. Daarom scheelt het nogal of mensen goed gevoed zijn voor en tijdens de behandeling. 
Lees verder..




Overname Gambro door Baxter leidt tot keuzevrijheid voor patiënt

1+1=3

Een jaar na de overname van Gambro door Baxter, is het samengaan van de twee bedrijven een feit. Klanten die voorheen zakendeden met een van beide farmaceuten, ervaren per 1 september 2014 het gemak van een ‘one-stop-shop’. Belangrijker misschien nog wel is het voordeel voor patiënten. “Door de overname krijgen zij een vrije keuze wat betreft een niervervangende therapie.”
Lees verder..