Bescherming tegen arbeidsongeschiktheid

Een complete oplossing voor de sectoren zorg en welzijn

Het verzekeren van arbeidsongeschiktheid geldt als een ingewikkeld onderwerp. Werkgevers en werknemers zijn er doorgaans van op de hoogte dat de overheid en het pensioenfonds het een en ander hebben geregeld. De werking van deze tandem (overheid en pensioenfonds) is echter voor veel mensen niet inzichtelijk. Er blijven vragen leven als: ‘Ben ik wel goed verzekerd?’ en ‘Moet ik nog een aanvullende verzekering afsluiten of ben ik dan oververzekerd?’.

Door een gebrek aan overzicht blijven bewuste keuzen achterwege. De twijfel wordt versterkt door de wijzigingen in de sociale zekerheid. Zo is de WAO vervangen door de WIA, maar wat betekent dit eigenlijk precies? Daarnaast blijkt uit marktonderzoek dat veel mensen zich niet realiseren wat de gevolgen kunnen zijn van arbeidsongeschiktheid. Velen denken: ‘Dat overkomt mij niet.’ Of: ‘Als het gebeurt, dan zien we wel weer verder.’

Als het voorgaande voor u herkenbaar is, moet u zeker verder lezen. Dit artikel maakt duidelijk waarom het afsluiten van een aanvullende verzekering zeer zinvol is. Net als brand komt arbeidsongeschiktheid niet zo heel vaak voor, maar de financiële gevolgen zijn ingrijpend. Er is een verzekering beschikbaar die u beschermt tegen deze gevolgen. Zonder over- of onderverzekering, maar precies op maat voor de sectoren zorg en welzijn. Deze verzekering heet AOV Zorg en Welzijn.

Arbeidsongeschiktheid: om welk risico gaat het?
Arbeidsongeschiktheid is een gezondheidsrisico dat iedereen loopt. Wel is in sommige werksituaties de kans op arbeidsongeschiktheid groter dan gemiddeld. Werkers in de zorg worden dagelijks geconfronteerd met ziekte van patiënten en de impact van zorgverlening op hun eigen werkvermogen, zowel fysiek als mentaal. Maar ook op kantoor ben je niet gevrijwaard van het risico op arbeidsongeschiktheid. In Nederland werken ongeveer 7 miljoen mensen in loondienst. Hiervan worden elk jaar ongeveer 40.000 personen langer dan een jaar arbeidsongeschikt. Dat varieert van relatief lichte of gedeeltelijke ongeschiktheid tot zeer ernstige en volledige arbeidsongeschiktheid.

Arbeidsongeschiktheid gaat gepaard met tijdelijke of langdurige gezondheidsproblemen. Tegen deze gezondheidsproblemen zelf kun je je niet verzekeren, ze horen bij de risico’s van het leven. De hoop op herstel is dan gevestigd op artsen en zorgverleners. Soms kan de werkgever meehelpen door tijdelijk of structureel ander werk aan te bieden. Arbeidsongeschiktheid kan ook gepaard gaan met vermindering van lichamelijke of geestelijke vermogens. Dat vertaalt zich onder andere in inkomensverlies. Tegen deze financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid kun je je gelukkig wel verzekeren.

Onderverzekering: wat is geregeld en wat niet?
Elke werknemer in Nederland is via het UWV verplicht verzekerd bij de overheid. Deze regeling biedt een behoorlijke bescherming. In een drietal situaties is er echter sprake van onderverzekering:

Onderverzekering situatie 1 (bodemhiaat)
Claudia werkt twintig jaar als verpleegkundige en verdient € 3.000 bruto per maand. Zij krijgt diverse gezondheidsklachten. Na enige proefplaatsingen is de conclusie dat zij het best verder kan als poliassistente. Daarmee verdient zij € 2.100 bruto per maand. Mede op basis van deze nieuwe functie verklaart UWV haar minder dan 35% arbeidsongeschikt. Haar inkomensverlies is dus € 900 bruto. Hiervoor krijgt zij geen compensatie van de overheid, evenmin als van het pensioenfonds PFZW.

Onderverzekering situatie 2 (minimumloonhiaat)
Peter werkt twaalf jaar als verzorgende en verdient € 28.000 bruto per jaar. Door een ongeval moet hij uitzien naar een ander beroep. Het UWV acht hem 50% arbeidsongeschikt. Zijn werkgever laat hem omscholen en ondersteunt hem maximaal bij het vinden van een nieuwe baan. Door de slechte economische situatie lukt dit echter niet. Na ruim twee jaar ziekte wordt Peter ontslagen, terwijl hij nog geen andere baan heeft. Peter ontvangt van UWV gedurende een jaar 70% van € 28.000 bruto = € 19.600 bruto. Na dat jaar is zijn uitkering gebaseerd op het minimumloon, met een aanvulling van pensioenfonds PFZW. De totale uitkering bedraagt dan € 9.800 bruto per jaar en ligt daarmee onder het sociaal minimum. Als Peter kostwinner is voor een partner of voor een gezin, is hij aangewezen op bijstand van de gemeente. Als Peter geen kostwinner is, lijdt hij eveneens een ingrijpend inkomensverlies.

Onderverzekering situatie 3 (maximumdagloonhiaat)
Yvonne verdient € 70.000 bruto per jaar. Door een ernstige ziekte raakt zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Na twee jaar ziekte wordt zij in goed overleg met haar werkgever ontslagen. UWV verzekert op jaarbasis maximaal € 51.000 bruto, het zogenoemde maximumdagloon. Van Yvonne’s inkomen is € 19.000 bruto dus niet verzekerd. Van het UWV ontvangt Yvonne tot 65 jaar 75% van € 51.000 bruto = € 38.250 bruto per jaar. Het oorspronkelijke inkomen van Yvonne zou hierdoor bijna worden gehalveerd. In dit hiaat wordt gelukkig voorzien door pensioenfonds PFZW. Yvonne komt daardoor uit op een jaarinkomen van 75% van € 70.000 bruto = € 52.500 bruto. In deze situatie kan het zinvol zijn om met een aanvullende verzekering het inkomensverlies verder te verzachten, bijvoorbeeld met een vaste aanvulling van 10%. Dat is in dit geval € 7.000 bruto per jaar.

Welke oplossingen zijn er?
De hiervoor beschreven situaties 1 en 2 worden niet afgedekt door de overheid of het pensioenfonds. Een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering kan het risico wel afdekken. Hiervoor worden verschillende typen verzekeringen aangeboden. Sommige bieden een beperkte oplossing voor situatie 1. Aanvullende verzekeringen voor situatie 1 dragen veelal de naam WIA-bodemverzekering. Andere verzekeringen regelen alleen een aanvulling voor situatie 2. Deze verzekeringen zijn bekend als WGA-hiaatverzekeringen of WIA-aanvullingsverzekeringen. Deze verzekeringen verzekeren echter niet het inkomen boven het maximumdagloon van ongeveer € 51.000 bruto per jaar.

Niet te veel en niet te weinig
Er bestaat een verzekering die alle situaties van onderverzekering in één keer afdekt: AOV Zorg en Welzijn. Met deze AOV wordt het loonverlies van Claudia (situatie 1) voor 80% gecompenseerd. Zij komt daarmee uit op een inkomen van € 2.820 bruto in plaats van € 2.100 bruto per maand. Dat scheelt nogal.

De uitkering van Peter (situatie 2) wordt met de AOV verhoogd naar 70% van € 28.000 bruto = € 19.600 bruto . Dat is dus vanaf het tweede jaar van zijn uitkering een verdubbeling ten opzichte van de oorspronkelijke uitkering van € 9.800 bruto. Afhankelijk van hun persoonlijke situatie zorgen deze aanvullingen ervoor dat Claudia en Peter hun hypotheek kunnen blijven betalen en hun spaargeld niet of veel minder hoeven aanspreken.

In situatie 3 biedt de AOV Zorg en Welzijn een vaste aanvulling van 10%. Hiermee wordt het blijvende inkomensverlies van Yvonne verzacht van 25% naar 15%. Dat scheelt op jaarbasis € 7.000 bruto. Niet onbelangrijk, want Yvonne zal naar verwachting nooit meer kunnen werken. Deze vaste aanvulling krijgen alle inkomensgroepen, dus ook de lage inkomens.

Het bijzondere van de AOV Zorg en Welzijn is dat het de bestaande dekkingen van de overheid en het pensioenfonds PFZW precies aanvult: niet te veel en niet te weinig. Met de AOV heeft iedere arbeidsongeschikte werknemer tot 65 jaar de garantie dat zijn inkomen nooit verder daalt dan 70% van zijn oorspronkelijke loon. Deze garantie geldt ook als het loon (veel) meer dan € 51.000 bruto per jaar bedraagt.

Win-winsituatie voor werkgever en werknemer
Niet alleen de werknemer profiteert van de AOV, ook de werkgever heeft er baat bij. De wet legt aan de werkgever namelijk de verplichting op om arbeidsongeschikte werknemers aan het werk te houden. Een goede werkgever komt die verplichtingen naar eer en geweten na. Toch kan het zijn dat er geen vervangend werk voorhanden is, ook niet bij andere werkgevers. Een verdere voortzetting van het dienstverband kan de werkgever zich om financiële redenen vaak niet meer permitteren. Het is dan heel wat prettiger om afscheid te kunnen nemen van de werknemer in de wetenschap dat deze in ieder geval goed verzekerd is.

De werknemer kan zich met de hulp van UWV WERKbedrijf verder oriënteren op een nieuwe baan. Als hij of zij deze alsnog vindt, dan wordt de inkomenspositie een stuk gunstiger. Uitkeringen en nieuw loon samen bedragen dan al snel 90% of meer van het oude loon. De combinatie van verzekeringen (UWV, arbeidsongeschiktheidspensioen en AOV) creëert op deze manier een win-winsituatie voor werknemer en werkgever. En werken blijft altijd lonen. De verzekering is daardoor meer dan een vangnet; je zou deze als een trampoline kunnen omschrijven.

Een complete oplossing
De kans op baanverlies als gevolg van arbeidsongeschiktheid is niet heel groot. Maar het risico is altijd aanwezig, ongeacht leeftijd en de aard van het werk. En waarom zou je een risico nemen dat je goed kunt verzekeren? Ook van een brandverzekering hoop je nooit gebruik te hoeven maken, maar voor het geval er iets gebeurt sluit je deze wel af.

Ik hoop u duidelijk te hebben gemaakt dat er een verzekering bestaat die een complete en zeer nuttige oplossing biedt voor het risico van arbeidsongeschiktheid. Voor vragen of een gesprek kunt u contact opnemen met Loyalis, telefoonnummer 045 579 96 96 (als u werkgever bent) of 045 579 61 11 (als u werknemer bent).

Rien Seip
Senior productmanager en adviseur sociale zekerheid bij Loyalis .

Terug naar homepage