Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

De tegenslagen en successen van Jan Kimpen

‘Ik wist dat er tegenslagen zouden zijn. Maar als ik de balans opmaak tussen hoogtepunten en pijnlijke momenten, dan is het een prachtige tijd geweest.’
De tegenslagen en successen van Jan Kimpen

Na acht jaar bestuursvoorzitter te zijn geweest van het UMC Utrecht en daar in totaal achttien jaar te hebben gewerkt, verlaat Jan Kimpen (57) de ziekenhuiswereld. Hij stapt over naar Philips en wordt daar per 1 januari chief medical officer (CMO). Het is een internationale functie en Kimpen gaat dan ook vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam wereldwijd aan de slag. De waarden van Philips passen bij hem, zegt Kimpen. 'Integriteit, ambitie, innovatie en samenwerken. En erg graag willen winnen.'

Waarom vertrekt u?

'Ik denk dat we maar een keer leven en ik heb de ambitie om in dat leven zo veel mogelijk te doen. Dat betekent dat ik af en toe iets anders doe. Iedere keer is dat een breuk met het verleden: toen ik stopte als kinderarts geraakte ik de instant satisfactie kwijt van het beter maken van kinderen. Als bestuurder kwam ik in een andere wereld terecht met langetermijnbeslissingen, waarin ik kon bijdragen aan betere zorg voor al onze patiënten.'

Wat beweegt u om naar een multinational te gaan?

'Ik heb in deze functie geleerd dat je als zorginstelling niet alleen de zorg vooruit kan brengen. Daar heb je partners voor nodig uit de industrie. En bij Philips wilden ze iemand in het team die als specialist met zijn voeten in de klei heeft gestaan.'

Waar gaat u zich mee bezig houden?

'Ik ga de verbinding maken tussen de company en datgene waar patiënten en zorgverleners behoefte aan hebben. Het toevoegen van waarde in verschillende gezondheidszorgsystemen. De zorg wordt zo langzamerhand onbetaalbaar, dus moet je innoveren. Dat is alleen mogelijk als de industrie en de zorgorganisaties met elkaar samenwerken.'

Filosofie UMCU

Het vertrek van Kimpen past helemaal binnen de filosofie van het UMC Utrecht, zegt hij. Die gaat ervan uit dat iedere medewerker individueel bijdraagt aan de ontwikkeling van het umc en tegelijkertijd zichzelf ontwikkelt. Kimpen: 'Ik heb mij voor de volle honderd procent ingezet maar na acht jaar was de glans er af. Mijn werk kostte mij meer energie en ik had het gevoel dat mijn bijdrage minder werd. Ik merkte dat ik minder scherp was op zaken waarvoor ik in het begin als een bok op de haverkist zat. Toen heb ik zelf besloten dat het op was.'

Cultuuromslag

Het meest trots is Kimpen op de cultuuromslag die het UMC Utrecht heeft weten te bereiken onder de professionals. Onder zijn leiding ging het umc over van een pure kennisinstelling naar een kennisinstelling waarin iedereen bezig is met betere zorg voor de patiënt. Tastbaar resultaat hiervan is de JCI-accreditatie die het UMC Utrecht in 2013 in een keer haalde. Kimpen wenst het iedere bestuurder toe: 'Een prachtig moment. Dat je dat in een collegezaal kunt meedelen aan mensen die daar twee jaar keihard aan hebben gewerkt. Het gejuich, de tranen die bij sommigen over de wangen lopen. Ik krijg daar nog koude rillingen van.'

Tegenslagen

Er waren ook tegenslagen. De groots aangekondigde joint venture met het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam staat voorlopig in de ijskast. Kimpen: 'Dat was een grote teleurstelling. Niet alleen voor ons als initiatiefnemers maar ook voor de organisatie. Wij hebben dat echt moeten managen. We hebben alles op alles moeten zetten om te voorkomen dat medewerkers niet direct alles uit hun handen lieten vallen. En dat de samenwerkingen die goed liepen verder werden uitgebouwd.'

Ontvlechting

Eerst zou het UMC Utrecht alle oncologische zorg ontvlechten uit alle divisies en deze in een aparte organisatie zetten. Daarna hadden het AvL en deze organisatie een joint venture moeten vormen waardoor een groot gespecialiseerd centrum zou ontstaan. De eerste stap is genomen: er is een apart kankercentrum gevormd. Daar blijft het voorlopig bij. Kimpen: 'Het allerbelangrijkste is dat we niet zijn teruggevallen. Toch maar niet ontvlechten, terug naar het oude. Dat had gekund. Maar gelukkig is dat niet gebeurd, blijkbaar was ons verhaal goed genoeg.'

Waarom is de joint venture niet opgericht?

'We hadden samen een stichting willen vormen maar dat ging niet. Het was onmogelijk om dat vanuit beide verschillende bedrijfsmodellen te doen. Achteraf gezien hadden we ons plan misschien in een eerder stadium moeten voorleggen aan een trusted third party. Dan hadden we geweten dat het op deze manier niet kon lukken.'

Wat was het meest teleurstellend?

'Dat we de eerste stap met heel veel brille en succes hebben kunnen afronden. En dat het daarna is blijven steken. Wij hadden echte concentratie kunnen bewerkstelligen om een fatsoenlijke massa te kunnen bereiken voor de behandeling van hoogcomplexe tumoren.'

Wat nu?

'Er is nu een apart kankercentrum ontstaan dat voortgaat als 'UMC Utrecht Cancer Center'. Iets wat er nooit was gekomen als we het avontuur met het AvL niet waren aangegaan. De inhoudelijke samenwerking met het AvL is uitstekend. Maar ja, wel minder dan verwacht.'

Is de joint venture nog wel nodig?

'Ik weet het niet.'

Gek genoeg heeft het spaaklopen van de joint venture met het AvL de regionale verhoudingen verbeterd. Kimpen: 'De samenwerking met de ziekenhuizen om ons heen heeft vleugels gekregen. Dat was anders niet gebeurd, dan waren we vermoedelijk meer in een concurrentieverhaal terechtgekomen.'

Waar heeft u het meest last van bij uw vertrek?

'Het allermoeilijkst te accepteren zijn de calamiteiten. Het waren er zo'n twintig per jaar en ik ken ze nog bijna allemaal. Dat is zorg die we niet hebben geleverd zoals die van ons was verwacht. Doordat we van procedures zijn afgeweken, niet gefocust genoeg waren, de overdracht niet goed hadden geregeld. Tot op de dag vandaag is dat hetgene wat mij het meest belast. De procedures zijn glashelder. Er lopen hier allemaal slimme mensen rond. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat het zo misgaat?'

Heeft u daar een antwoord op?

'Het heeft te maken met de focus op de patiënt. Stel, een arts beoordeelt een thoraxfoto van iemand met een verdenking op longontsteking en de patiënt heeft geen longontsteking maar wel een tumor in een van de ribben. Ik kan me bijna niet voorstellen dat je dan niet a la minute de telefoon pakt en je ervan verzekert dat de aanvragende arts dat weet. Dat zijn helaas dingen die soms niet gebeuren. De dokter denkt: ik zet het wel in het patiëntendossier, de aanvrager zal het wel zien, iedereen kan erbij, ik heb nog ander werk te doen. En zo valt zo'n uitslag weg. De patiënt komt vier maanden later met pijn in zijn ribben. Wij hadden hem vier maanden geleden nog kunnen genezen, maar nu niet meer. Dat is niet te verteren.'

Waarom gaat u nu weg?

'Ik heb van tevoren gezegd dat ik dit zeven tot negen jaar zou doen. Ik denk dat het voor elke organisatie goed is om het leadership na zo'n negen jaar te vernieuwen. Mensen die langer blijven, zeggen achteraf bijna allemaal: 'Ik had toch eerder weg moeten gaan.'

Gerelateerde tags

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden