Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Zorgfraude Wmo vooral door aanbieders en bij pgb’s

Het risico op zorgfraude in het gemeentelijk domein ligt veel meer bij de aanbieders dan bij de mensen die zorg ontvangen. Bovendien is het risico van misbruik groter bij pgb-zorg dan bij zorg in natura. Dit blijkt uit een onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) naar rechtmatige zorg in het gemeentelijke domein.
fotolia

De Erasmus heeft in opdracht van de stuurgroepPilot Voorkomen fraude gemeentelijk sociaal domein onderzoek gedaan naar de grootste risico’s op fouten en fraude in de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet. De onderzoekers hebben in de gemeente Cromstrijen, de Drechtsteden, Gorinchem en Schiedam onderzocht hoe met fraude en onrechtmatig gebruik van de nieuwe zorgtaken wordt omgegaan.

De zorgaanbieder
Het gaat bij zorgaanbieders het vaakste fout, zo blijkt: ‘Het is de zorgaanbieder die het meeste belang heeft bij het plegen van fraude, fouten of ongepast gebruik, eventueel in combinatie met derde partijen als zorgkantoren of de klant. Zeker sinds de overgang van de betalingen van pgb’s van de klant naar de zorgaanbieder, is het belang dat klanten hebben bij fraude of fouten sterk verminderd. Het belang van de aanbieder is daarentegen niet verminderd. Dit geldt zowel voor de Jeugdwet als de Wmo.’

Beschermd wonen
Bij begeleiding en beschermd wonen zijn de risico’s het grootst. ‘Dit zijn nieuwe taken voor gemeenten waardoor de organisatorische processen nog niet volledig op orde zijn. Dit geldt voor beschermd wonen sterker dan voor begeleiding. Daar komt bij dat het voor relatieve buitstaanders vaak moeilijk te beoordelen is welk type zorg nodig is, waardoor er relatief veel macht bij de medische professionals en/of zorgaanbieders komt te liggen. Bovendien zijn de resultaten van de geleverde zorg niet direct meetbaar.’

Percentage
De onderzoekers konden door de genoemde complexiteit niet scherp krijgen om hoeveel geld het gaat bij fraude en oneigenlijk gebruik. ‘Er worden door verschillende partijen inschattingen gemaakt over de omvang van fraude in de zorg die uiteenlopen van 1 procent tot tien procent van de uitgaven. Vaak is daarbij onduidelijk hoe deze schattingen to stand komen of welke definitie van fraude erbij is gehanteerd.’

Kristische houding
De onderzoekscommissie komt met een drietal aanbevelingen om zorgfraude en oneigenlijk gebruik in de Wmo tegen te gaan. Ten eerste moet de kennisbundeling en –uitwisseling versterkt worden. ‘De kennis is er wel, maar dient alleen nog ontsloten te worden voor andere partijen in het netwerk’. Ten tweede kan het risico verkleind als de rollen van gemeenten, cliënt en aanbieder meer aan elkaar gelieerd worden. ‘Voor gemeenten betekent dit dat een kritische houding ten opzichte van de zorgaanbieder en de klant passend is. Ook de rol van klanten in de belangendriehoek kan worden versterkt. De klant is eigenlijk de enige die direct en continu een oordeel kan vellen over de rechtmatigheid en doelmatigheid van de verleende zorg.' Ten slotte zullen gemeenten volgens de onderzoekers de handhavingscapaciteit in het gemeentelijke zorgdomein moeten versteken. ‘Gemeenten hebben de laatste jaren veel geïnvesteerd in de verbetering van de gemeentelijke handhaving op het terrein van de bestijding van uitkeringsfraude. Het instrumentarium dat hiervoor is ontwikkeld, gaat veelal uit van individuele fraudeurs. In het zorgdomein heeft fraude een meer georganiseerd karakter, is de fraude minder eenduidig vast te stellen en betreft het vaak ondernemeningen in plaats van individuen. Dit vraagt om een ander type expertise dan de expertise die momenteel doorgaans aanwezig is binnen gemeentelijke afdelingen fraudebestrijding. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het vermogen om opvallende patronen in financiële data te onderscheiden en om medische kennis.’ Lees het hele onderzoek

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden