Er is behoefte aan nationaal leiderschap voor e-health’

Het Informatieberaad Zorg bespeurt een versnelling bij de zogeheten outcomedoelen, terwijl Kamerleden vragen om meer regie. Hylke Kingma van KPMG: 'Dit vraagt om duidelijkheid en richtlijnen vanuit de overheid.'

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Hylke Kingma
Adobestock

‘Doorbraakprojecten Informatieberaad: versnelling is zichtbaar’. Met die kop meldt het Informatieberaad Zorg, een samenwerkingsverband van overheid en zorgsector, de voortgang van de zogeheten outcomedoelen voor e-health en zorg-ict.

De outcomedoelen vervangen de doelstellingen die voormalig minister Schippers in 2014 formuleerde. Deze lijken voor een belangrijk deel niet te worden gehaald.

Plan van aanpak

De projecten die het Informatieberaad noemt, betreffen onder meer outcomedoel 2 (‘Patiënt Centraal’). In de regio’s Twente, Achterhoek en Zuidoost Friesland werken zorgaanbieders uit verpleeg- en verzorgingstehuizen en thuiszorg samen met medewerkers van ziekenhuizen en huisartsen, aldus het Informatieberaad. ‘Samen werken zij aan een plan van aanpak. Met aandacht voor de effecten en de potentiële voordelen van een regionaal pgo voor mensen met een zorgvraag en voor zorgverleners.’

In het kader van Outcomedoel 3 (‘Gestandaardiseerde informatie-uitwisseling’) is er verder het project Veilige Mail. De komende maanden staan het opstellen van een veldnorm en standaarden op de agenda. Ook is een strategie in de maak voor het realiseren van veilige mail in de zorg.

Kritisch rapport

De positieve berichten van het Informatieberaad komen na een eerder kritisch rapport van KPMG over de outcomedoelen. In dit rapport stelt het adviesbureau dat de landelijke uitwisseling van medische gegevens stagneert vanwege gebrek aan regie.

Nederland kent een lappendeken aan projecten om digitale communicatie en standaardisatie in de zorg te verbeteren, aldus het rapport. Maar een masterplan ontbreekt en de rollen van de betrokken partijen zijn niet duidelijk. Ook zijn de doelstellingen van het beleid te ruim geformuleerd en voor meerdere interpretaties vatbaar. Bovendien ontbreken duidelijke meetinstrumenten.

Hylke Kingma: behoefte aan kader

‘Er is de afgelopen jaren een groot aantal programma’s ontwikkeld om de outcomedoelen te bereiken.’ Dit zegt Hylke Kingma, auteur van het KPMG-rapport. ‘Programma’s als VIPP, MedMij en Registratie aan de bron zijn ieder voor zich goede en zinvolle programma’s. Maar er is nog altijd behoefte aan een kader waarbinnen deze programma’s optimaal tot ontwikkeling kunnen komen.’

De conclusies van het KPMG-rapport worden gedeeld door minister Bruins. In een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van kritische vragen over de regierol van VWS, erkende hij dat de voortgang niet snel genoeg gaat.

In zijn brief noemt Bruins de belangrijke punten uit het KPMG-rapport expliciet: het ontbreken van een landelijke infrastructuur, duidelijkheid over de regierol van VWS en het ontbreken van een masterplan.

Regierol VWS

‘Een prima zaak wat mij betreft,’ aldus Hylke Kingma van KPMG. ‘Ik begrijp de wens van de Tweede Kamer heel goed. Er wordt leiderschap gevraagd. En dat is inderdaad nodig bij een belangrijk thema als de veilige uitwisseling van zorggegevens.

‘Ik zie voor VWS en het Informatieberaad wat dat betreft een belangrijke rol. Binnen de muren van de zorginstellingen is het momenteel al wel goed geregeld, maar daarbuiten helaas nog niet. Dat vraagt om duidelijkheid en richtlijnen vanuit de overheid.’

Betrek alle partijen bij het overleg, ook de leveranciers, aldus Kingma. ‘Zij moeten de oplossingen immers inbouwen in hun systemen. Als je op die manier met elkaar in gesprek gaat, en als landelijke overheid de richting aangeeft, dan moet je er uiteindelijk uit kunnen komen.’

 

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.