Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Blog: ‘Beleidsmensen, zorg dat verzorgenden je als mens kennen’

Het besef dat verzorgenden IG en ander ‘Personeel in zorg moet meedoen aan beleidstafel’ groeit. Bestuurders, managers en beleidsmakers (hierna: beleidsmensen) hebben een belangrijke rol in dit veranderingsproces. Wat kunnen zij doen om verzorgenden meer en volwaardig te betrekken bij organisatievraagstukken? Het laatste deel van twee blogs.
foto: MangTeng/Getty Images/iStock

Lees het eerste blog over dit thema: ‘Verzorgenden zijn groot(s), die moet je willen horen’ 

In verschillende ambassadeurstrajecten van V&VN leerden verzorgenden IG een eigen stem ontwikkelen en het belang en de unieke rol van hun beroepsgroep uit te dragen. Naast de mooie opbrengsten (.pdf) van de ambassadeurstrajecten, geeft ons bredere onderzoek naar de beroepsgroep van verzorgenden IG inzicht in de relationele en praktische uitdagingen die verzorgenden in hun organisaties ervaren om zich te laten zien en horen. Van deze uitdagingen zijn beleidsmensen zich vaak niet bewust.

Ivoren toren

Veel van de verzorgenden die deelnemen aan de ambassadeurstrajecten hebben het voor elkaar gekregen – soms moeten afdwingen – dat ze steeds vaker mogen meedoen in overleggen en commissies in hun organisaties (en soms daarbuiten). Mogen ‘meedoen’ maakt verzorgenden en beleidsmensen echter niet meteen gelijkwaardige gesprekspartners. De ‘beleids-praat-bijeenkomsten’ zijn het dagelijks werk van beleidsmensen. Zij vervallen – onbewust – regelmatig in beleidsjargon dat voor verzorgenden lastig te volgen is. Daarmee blijft het voor verzorgenden lastig om aan tafel bij mensen ‘van hogerhand’ hun stem te laten horen. De praat-bijeenkomsten zijn ver buiten de zorg die hún domein is. Soms letterlijk, als het overleg op een onbekende locatie, in ‘de ivoren toren’ of ‘P.C. Hooftstaat’ is waar de beleidsmensen zitten. En als verzorgenden er al aan meedoen, dan is het vaak in eigen tijd om onproductieve uren te voorkomen. Met andere woorden, meepraten is een onbetaalde taak erbij, terwijl het voor de beleidsmensen hun hoofdtaak is. Dat alleen al, maakt de relatie ongelijk.

Open deur?

Beleidsmensen vinden zichzelf vaak goed benaderbaar, want ‘mijn deur staat altijd open’. Ons onderzoek laat zien dat initiatieven van verzorgenden soms niet van de grond komen omdat voor hen de drempel om iemand buiten de eigen beroepsgroep te benaderen toch hoog is. Ook is voor hen lang niet altijd duidelijk bij wie ze met bepaalde vragen of ideeën moeten zijn. Waar beleidsmensen makkelijk een ‘belletje plegen’ naar anderen in de organisatie, vinden veel verzorgenden dat spannend. Daarnaast worden ze aan productieve uren gehouden. Als het niet over een bewoner gaat, is het dus geen kerntaak, maar ‘overhead’. Beleidsmensen realiseren zich deze barrières niet.

Een voorbeeld van een observatie:

Aan tafel met een bestuurder en beleidsmedewerker. Ambassadeur Yvonne [Verzorgende IG, niet haar echte naam] vertelt dat ze graag eens bij een andere locatie wil meekijken: “Om ervaringen te delen en van elkaar te leren.” De bestuurder en beleidsmedewerker zijn enthousiast: “Goed idee! Ga het maar regelen.” Yvonne lacht twijfelachtig. Omdat ik (=onderzoeker) vermoed dat haar initiatief anders niet van de grond komt vraag ik: “Yvonne, weet je bij wie je moet zijn?” Ze weet niet wie de locatiemanager van de andere locatie is. “Oh dat is xxx, die kan je gewoon bellen”, zegt de beleidsmedewerker. Nog steeds twijfel bij Yvonne. Ik vraag of ze diegene durft te benaderen. De beleidsmedewerker en bestuurder zijn verbaasd als Yvonne dat spannend vindt, want: “Ik ken haar niet en zij weet niet wie ik ben”. Tot opluchting van Yvonne stelt de beleidsmedewerker voor dat zij de locatiemanager eerst even mailt. Later vertelde Yvonne dat ze met haar eigen locatiemanager nog in onderhandeling was over de onproductieve uren die ze aan het bezoek ‘kwijt’ zou zijn.

Elkaar kennen

Om mee te kunnen denken in organisatievraagstukken, moeten verzorgenden een beeld hebben van het werk en de context van collega’s buiten de eigen beroepsgroep. Om die blik naar buiten te verruimen hebben ze baat bij het kennis maken met de mensen en de taken en verantwoordelijkheden van andere beroepsgroepen in de organisatie. Daarbij helpt het als vooral beleidsmensen zichzelf als mens laten kennen. Nu ervaren veel verzorgenden een grote afstand tot ‘die types in hun ivoren toren’ of de inmiddels bekende ‘P.C. Hooftstraat’. Met name bestuurders zijn veelal onbekend, en ja, daarmee onbemind.

Beleidsmensen kunnen de drempel voor contact verlagen door via hun open kamerdeur nog wat vaker de werkvloer te betreden. En veel bestuurders en managers proberen dat ook. Maar het omgekeerde, verzorgenden een kijkje in hun ‘werk-wereld’ geven gebeurt haast niet. Ons onderzoek laat zien dat dit voor zowel bestuurders als verzorgenden heel waardevol kan zijn. Zo liepen de deelnemers uit de ambassadeurstrajecten een dag met hun bestuurder mee. Zij ontdekten dat die bestuurder ook ‘gewoon maar een mens’ is. Daarnaast leerden ze dat beleidsmensen vaak oprecht geïnteresseerd zijn in ervaringen van de werkvloer en ook nastreven dat verzorgenden zo goed mogelijke zorg kunnen verlenen. Voor bestuurders was het prettig om verzorgenden uit hun organisatie persoonlijk te leren kennen. Het was waardevol om hun ongezouten ervaringen en ideeën van de werkvloer te horen. De uitwisseling zorgde voor meer wederzijds respect en begrip. Sinds de kennismaking is er vaker en laagdrempelig contact. Ja, bekend maakt bemind.

Concluderend

Terwijl steeds meer verzorgenden zich willen laten zien en horen, zijn mensen ‘van hogerhand’ zich nog te vaak niet bewust van de relationele en praktische barrières die verzorgenden hiervan weerhouden. Beleidsmensen kunnen dat anders organiseren en meer faciliteren. Dat zorgt ervoor dat verzorgenden en zijzelf meer gekend en erkend worden. Alleen dan kunnen verzorgenden echt hun stem laten horen en vanuit het unieke perspectief van hun beroepsgroep meepraten over wat goed is voor de cliënt, de organisatie, en, waarschijnlijk als laatste, henzelf.

Verzorgenden hebben vaak maar een klein duwtje nodig. Als het balletje eenmaal rolt, zullen zij zich steeds zelfstandiger, zichtbaarder en doelgerichter door de organisatie bewegen. Als grootste beroepsgroep in de langdurige zorg, past verzorgenden geen ondergeschoven positie. Om, hopelijk voor het laatst, met Calimero te spreken: zij zijn groot(s)!

Door Marieke van Wieringen, Henk Nies en Karin Kee

 

Marieke van Wieringen is post-doc onderzoeker aan de VU Amsterdam
Henk Nies is o.a. professor aan de VU Amsterdam, directeur strategie en ontwikkeling bij Vilans en lid van de Kwaliteitsraad
Karin Kee, doet een PhD aan de VU Amsterdam

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.