Blog: winstuitkering in de zorg: een nieuw hoofdstuk?

Met smart heeft de zorgsector gewacht op een politieke doorbraak in de winstuitkeringsimpasse. Ministers Bruins en De Jonge en staatssecretaris Blokhuis van VWS zonden hun kamerbrief over winstuitkering in de zorg aan de Tweede Kamer. Het bleek een doorbraak in de vorm van een drastische koerswijziging.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Wat opvalt, is dat de brief focust op het voorkomen van excessen in de zorg en de ondoelmatige besteding van zorggelden. Als gevolg hiervan worden extra voorwaarden gesteld aan winstuitkering in de extramurale (langdurige) zorg. Het huidige verbod voor winstuitkering in de intramurale zorg blijft. Het is echter maar de vraag in hoeverre excessen in de zorg het gevolg zijn van winstbejag van zorgaanbieders. De kans hierop bestaat denk ik altijd, ongeacht het winstuitkeringsbeleid.

Voordelen onderbelicht

De bewindslieden leggen in hun brief de nadruk op de nadelen van winstuitkering in de zorg die voorkomen moeten worden met handhaving en aanscherping van het huidige verbod. Die voordelen, zoals in juli 2018 nog beschreven door dezelfde bewindslieden in deze kamerbrief, komen slechts gedeeltelijk en selectief aan bod. Ze worden afgedaan met een onvolledige verwijzing naar de praktijk- en effectenanalyse die zij hebben laten uitvoeren.

Koelkast

Het belangrijkste voordeel van winstuitkering betreft de mogelijkheid voor zorgaanbieders gemakkelijker risicodragend kapitaal aan te trekken. Uit onderzoek zou echter gebleken zijn dat zorgaanbieders ‘gemiddeld genomen’ voldoende eigen middelen hebben. Deze beperkte behoefte aan risicodragend kapitaal in combinatie met de risico’s van het verruimen van winstuitkeringsmogelijkheden, maakt dat het wetsvoorstel uit 2012 dat onder strikte voorwaarden winstuitkering in de medisch specialistische zorg mogelijk moest maken, door de bewindslieden in de koelkast is gezet. De Eerste Kamer zal verzocht worden dit wetsvoorstel aan te houden.

Kanttekeningen

Ik lees in de hoofdlijnen van de praktijk- en effectenanalyse twee duidelijke kanttekeningen bij de conclusie dat er gemiddeld genomen geen vraag bestaat naar extra risicodragend kapitaal. De eerste is dat financieel slecht presterende zorgaanbieders wel degelijk een potentiële vraag naar risicodragend kapitaal kennen. De tweede dat versnelling in innovatie en transitie zorgt voor een toenemende vraag naar kapitaal omdat deze investeringen minder geschikt zijn voor bancaire financiering.

Kostenbesparing

Deze kanttekeningen sluiten aan bij een groot ander voordeel van winstuitkering: de doelmatigheid van zorgverlening kan verbeteren omdat het een stimulans geeft voor kostenbesparing. Dit voordeel dat in de kamerbrief van vorig jaar nog werd erkend, wordt nu zonder nadere toelichting terzijde geschoven.

Innovatieve en efficiënte (internationale) businessmodellen met kostenbesparende effecten waar verzekeraars en patiënten de vruchten van plukken, komen wij vaak tegen in de praktijk. Juist innovatieve investeerders ervaren belemmeringen opgeworpen door huidige wet- en regelgeving als zij zich willen richten op intramurale zorg.

Wegnemen belemmeringen

Deze belemmeringen wenste voormalig minister Schippers nu juist weg te nemen. Winstuitkering moest onder strikte voorwaarden ook in de medisch specialistische zorg mogelijk worden. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel liet Schippers nader onderzoek doen. Het projectteam kwam vervolgens tot een totaal andere conclusie dan de bewindslieden nu.

Geadviseerd werd (zie onderzoeksrapport) de huidige wettelijke regeling te actualiseren om de gekunstelde structuren met onderaannemings- en uitbestedingscontructies te versimpelen. Dergelijke constructies zijn niet ongebruikelijk en toegestaan. De constructies vereisen echter extra entiteiten, overeenkomsten en geldstromen, hetgeen in 2017 door de onderzoekers in hun advies aan de minister ‘onnodig bezwarend voor de zorgpraktijk’ werd gevonden. Het wetsvoorstel kon uitkomst bieden.

Mocht een aanpassing van het wettelijke regime door middel van het wetsvoorstel niet mogelijk blijken, dan achtten zij een “modernisering, vereenvoudiging en verduidelijking van het winstuitkeringsregime in de WTZi noodzakelijk”. De onderzoeksbevindingen behorend bij de recente kamerbrief bieden in het verlengde van dit advies uit 2017 in mijn optiek genoeg aanknopingspunten om de winstuitkeringsmogelijkheden te verruimen. Maar het kabinet kiest een andere weg.

Terug bij af

We zijn nu weer terug bij af. In plaats van het toestaan van winstuitkering voor alle vormen van zorg onder strikte voorwaarden en de vele mogelijke positieve effecten de ruimte te geven en gehoor te geven aan wensen uit de markt, wordt nu ingezet op verdere vertraging van het aanhangige wetsvoorstel voor het vergroten van investeringsmogelijkheden in de medisch specialistische zorg.

De wenselijkheid van de aangekondigde maatregelen om kwaliteit, transparantie en de professionaliteit van de bedrijfsvoering van zorgaanbieders te verbeteren begrijp ik. In dat kader vindt een versterking van de positie van de IGJ en de NZa plaats. Maar zou dit dan niet juist gecombineerd moeten worden met de vrij strikte voorwaarden zoals reeds verwerkt in het winstuitkeringswetsvoorstel van Schippers? De focus op excessen rechtvaardigt in mijn optiek namelijk niet het handhaven van het verbod op winstuitkering in de intramurale zorg.

Met deze koerswijziging en in de kamerbrief aangekondigde maatregelen beperkt het kabinet de innovatiekracht van zorgaanbieders en de prikkel om de bedrijfsvoering zo efficiënt mogelijk in te richten.

Gemiste kans

Angst voor excessen in de zorg lijkt het beleid van VWS te regeren. Vorig jaar nog waren de bewindslieden van mening dat het verschil tussen intramurale en extramurale zorg sterk in relevantie was afgenomen door de afschaffing van het bouwregime en overige sectorontwikkelingen. Maar waarom kan het aanscherpen van winstuitkering in de extramurale zorg dan niet samengaan met het onder voorwaarden toestaan van winstuitkering voor de intramurale zorg? Deze vraag blijft helaas onbeantwoord.

Dieuwke Hooft Graafland, advocaat in het zorgteam van Loyens & Loeff N.V.     

 

1 REACTIE

  1. Geef ze eens ongelijk die ministers! Eindelijk een verstandig stel. Zorg uit het Rijnlands model in de Marktwerking proppen door liberale voorgangers was al een actie , die eigenlijk om een Parlementaire Enquete vraagt. en dan ook nog eens het Anglo-Amerikaans model met winstuitkering propageren, gaat de bijl leggen aan de houdbaarheid van het hele systeem.
    Gelooft mv. Hooft Graafland misschien nog in de onzin, die Willem Vermeend en Roger van Boxtel ooit opschreven in “Uitdagingen voor een gezonde Zorg” ?
    Het verlies van basiskennis over het hoe en waarom van al onze Zivilizatioskrankheiten en daarmee de vroegere preventiekracht uit de Gezondheidsleer, die eerst en vooral het groeiende kind betrof, zal ons net als in de USA tot een der meest ongezonde volken maken met onbetaalbare zorgsystemen.Daar hebben ze het Rijnlands zorgmodel, door artsen bij Bismarck door de strot geduwd nooit gekend, laat staan begrepen. Loslaten van preventie zal bij almaar vorderende technologie om aan het eind dingen op te lossen,de zorg definiteif onbeheersbaa en onbetaalbaar maken. Van zeer veel peperdure oplossingen komt nooit het bewijs, dat het iets deed en laten we het beschaamd maar weer in vergetelheid wegzakken, als er tenminste geen schandaal uit voortkomt. De Global Burden of Diseases (the Lancet) laat dit uit de hand lopen ook zien voor de meest voorkomende problemen: rug-en nekpijn en zeer vroegtijdige degeneratie van ons steun-en bewegingsapparaat en ons zenuwstelsel. Te verklaren door het niet meer bereiken van meer optimale vorm en functie ontwikkeling tijdens de groei. Daar gaat winstuitkering nooit iets aan afdoen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.