Blog: Zo blijft fysiotherapie toegankelijk en betaalbaar

Fysiotherapeuten kunnen meer bijdragen aan doelmatige zorg, mits verzekeraars en beroepsgroep oog hebben voor hun gezamenlijke belangen.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
rol fysiotherapeuten in doelmatige zorg
Foto: Lovrencg/Fotolia

Zorgverzekeraars en fysiotherapeuten zitten in een lastig parket. Vanwege tegenstrijdige belangen staan ze vaak tegenover elkaar. Fysiotherapeuten ervaren dat hun inkomen achterblijft, de administratieve lasten hoog blijven en het aantal behandelingen per patiënt verder daalt. Zorgverzekeraars zien de kosten in de aanvullende verzekeringen stijgen, moeten daardoor het pakket beperken of de premie verhogen en hebben geen inzicht in de baten van de geleverde zorg.

Zowel fysiotherapeuten als de zorgverzekeraars staan onder druk. Als beide partijen vast blijven houden aan hun eigen belangen, leidt dat tot een reëel risico op het verlies van betaalbare en toegankelijke fysiotherapie van hoge kwaliteit. De tegengestelde belangen staan vernieuwingen in de fysiotherapie in de weg. Er is in potentie veel winst voor zowel de patiënt, de zorgverzekeraars als de fysiotherapeuten te behalen door op zoek te gaan naar gezamenlijke belangen. En die zijn er wel degelijk:

  1. Goede instrumenten ontwikkelen voor de meting van het resultaat van fysiotherapiebehandelingen. Hiermee kan de meerwaarde van fysiotherapie objectief worden aangetoond en de kwaliteit van zorg waar mogelijk verbeterd.
  2. Substitutie van zorg versterken, waardoor meer patiënten vanuit huis in plaats van in het ziekenhuis zorg krijgen. Door fysiotherapeuten in te zetten om de substitutie van zorg te versterken, stijgt het werkaanbod voor fysiotherapeuten en worden mogelijk hoge kosten van ziekenhuiszorg voorkomen.
  3. De terugloop in aantallen verzekerden met aanvullende verzekering keren. Dit kan bijvoorbeeld door nieuwe laagdrempelige verzekeringen waarbij het risico op zorggebruik wordt gedeeld tussen verzekerde, fysiotherapeut en zorgverzekeraar (bijvoorbeeld via een no-claimkorting)
  4. Afspraken maken over meer inkomenszekerheid voor de fysiotherapeut, met minder prikkels tot verhoging van de productie. Dit kan bijvoorbeeld door de vergoeding te splitsen in een abonnement en een prijs per afspraak.

Verzekeraars en fysiotherapeuten kunnen, rekening houdend met de tegenstrijdige belangen, komen tot een gezamenlijke aanpak om de toegevoegde waarde van de fysiotherapie verder te vergroten. Samen moeten ze de randvoorwaarden voor deze aanpak verkennen. Via deze weg kan de rol van fysiotherapeut in het zorgstelsel versterken en de doelmatigheid van zorg verder verbeteren. De nieuwe bestuurlijke afspraken vormen daarvoor een mooie eerste aanzet.

Johan Visser, gezondheidseconomisch adviesbureau Equalis

2 REACTIES

  1. Zorgverzekeraars en fysiotherapeuten hebben inderdaad gedeelde belangen. Als eerstelijns fysiotherapie tweedelijns zorg kan vereenvoudigen, uitstellen of zelfs voorkomen, en dat kan ze regelmatig, dan kunnen de besparingen aanzienlijk zijn.

    Maar ik zou een eenvoudigere strategie voorstellen, die m.i. veel beter/sneller haalbaar is:

    1. Eerstelijns fysiotherapie op voorschrift van een arts terug in de basisverzekering, ook als het aandoeningen betreft die niet op de Lijst van Borst (chronische aandoeningen) staat. Inclusief de eerste serie behandelingen. Daarbij gaan de kosten voor de baten uit, maar dat is bij een abonnementssysteem ook zo. En dat mag geen beletsel zijn om zinnige maatregelen te nemen.

    2. Uitkomstfinanciering (= betere beloning bij betere resultaten) met correctie voor confounders. Daarmee kunnen de meeste structuur- en procesindicatoren, inclusief het tijd-, energie- en geldrovende kwaliteitssysteem worden afgeschaft. (Ik realiseer me dat er net een nieuw systeem ontwikkeld is door het KNGF, maar dat neemt niet weg dat er betere systemen zijn om de kwaliteit inzichtelijk te maken en te garanderen.)

    Verder zijn er al goede en administratief laagbelastende instrumenten ontwikkeld om het resultaat van fysiotherapiebehandelingen te kunnen meten, al zeg ik het zelf: de Universele Ziektelastschaal en de Universele Consumenttevredenheidsschaal. Zie https://gezondezorg.org/assessmentwerkwijze. De daarin genoemde medische en psychologische indicatoren (MPI’s) dienen nog wel afgestemd te worden tussen de diverse partijen.

  2. Lees alle reacties
  3. Het blijft pijnlijk en weinig goeds belovend voor de toekomst van dit besproken spanningsveld om met almaar doorstijgende incidenties van al onze Zivilizationskrankheiten rond houding en bewegen ( rugpijn, artrose, blessures) dit stuk paramedische zorg alleen maar onder de bril van in geld en economische principes geïnteresseerden ( of doorgestudeerden) te gaan aansturen . De zorgkosten zullen blijven stijgen omdat de volledige kennis uit de Gezondheidsleer, die ten slotte de preventie op oneindig veel aandoeningen van zeker het steun- en bewegingsapparaat mogelijk maakte, verwaterd, verwaarloosd, wegbezuinigd en uit de leerboeken verdwenen is. In de opleidingen voor artsen en paramedici is de stevige basis rond de functionele of praktische anatomie , of te wel biomechanisch kijken naar gezondheid en krijgen van problemen in het steun- en bewegingsapparaat verdwenen en ging de “heilgymnastische” kracht in de eerste lijn ( en in het Onderwijs!) goeddeels verloren. Of werd door zorgverzekeraars niet meer op waarde geschat. Met name het verdwijnen van deze kennis ten behoeve van het groeiende kind, ooit zelfs in common sense en in wetgeving geborgd, maakt het spanningsveld tussen zorgverleners in de nulde en eerste lijn en geldverstrekkers en overheid niet prettig. De insufficiëntie van het Zorgsysteem komt genadeloos bloot te liggen. Preventiewetgeving kent geen tegenstrijdige belangen op het gebied van houding en bewegen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.