‘Duurzaamheid krijgt te weinig aandacht bij investeringen’

‘Duurzaamheid brengt zorgbestuurder in verlegenheid’, kopte Zorgvisie onlangs. Volgens Adriaan van Engelen, directeur Milieu Platform Zorg, heeft het duurzaamheidsbeleid te weinig structuur en doen vooral ziekenhuizen er nog te weinig aan. De constatering van Van Engelen is in lijn met onze bevindingen naar aanleiding van de analyse van het investeringsproces bij een grote zorginstelling (omzet boven 300 miljoen euro).

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Wij onderzochten de wijze waarop de organisatie duurzaamheid verwerkt in haar besluitvormingsproces rond investeringsaanvragen die groter zijn dan 75 duizend euro. Voor dergelijke investeringsaanvragen verlangt het management een zogenaamde business case. In dit document worden de gevolgen van een nieuwe investering beschreven. De voorgeschreven business case heeft een vast stramien en bestaat uit twaalf onderdelen, zoals de aanleiding voor de aanvraag, de financiële onderbouwing en de randvoorwaarden.

Het begrip duurzaamheid

Voordat wij de conclusies uit ons onderzoek vermelden, wil ik eerst stilstaan bij het begrip duurzaamheid. Een duurzame organisatie streeft naar meervoudige waardecreatie. Dat betekent dat het beleid niet alleen gericht is op het bereiken van een gezond financieel resultaat (profit), maar dat ook goede sociale (people) en ecologische (planet) prestaties bereikt moeten worden.

Belangrijkste conclusies

Ons onderzoek heeft een aantal opvallende uitkomsten. Ten eerste zijn bedrijfseconomen het er over eens dat men beter kan uitgaan van veranderingen in geldstromen dan van veranderingen in kosten en opbrengsten, bij het bepalen van de financiële haalbaarheid van een investering. De vraag die wél gesteld moet worden, luidt dus: welke extra uitgaven kunnen we als gevolg van de voorgenomen investering verwachten en welke extra ontvangsten levert de investering op?
Oftewel: welke uitgaven zijn er in de toekomst niet meer nodig? Dat is beter dan het werken met allerlei afschrijvingskosten, toegerekende overheadbedragen en dergelijke, want dat leidt slechts tot een grotere complexiteit en discussies over arbitraire zaken zonder dat de besluitvorming hier baat bij heeft. Sterker nog, het kan tot verkeerde beslissingen leiden. Bij de onderzochte zorginstelling dienen indieners van investeringsaanvragen in hun business case verplichte financiële prognoses echter rond kosten en opbrengsten te vermelden.

Ten tweede blijkt dat de sociale gevolgen van de investering grotendeels buiten beschouwing blijven. Er wordt bij de toelichting op de business case weliswaar genoemd dat de aanvrager de gevolgen van de investering op de wachtlijsten kan vermelden. Maar zaken als patiënttevredenheid, kansen op complicaties en eventuele gevolgen voor het personeel zoals bijvoorbeeld taakverrijking, blijven volledig buiten beschouwing.

Ten derde: de ecologische gevolgen van een investering worden ook niet in het besluitvormingsproces meegenomen. Er wordt bijvoorbeeld niet gekeken naar zaken als uitstoot en schadelijke stoffen bij productie, gebruik en afvoer en de recyclebaarheid van nieuw aan te schaffen productiemiddelen.

Ten vierde blijkt dat binnen de business case is slechts oog voor de (financiële) gevolgen van een investeringsvoorstel voor de eigen organisatie. De effecten van de investering elders in de zorgketen worden niet meegenomen, terwijl bijvoorbeeld de aanschaf van betere diagnostische apparatuur bij een instelling ertoe kan leiden dat andere zorgaanbieders efficiënter en/of effectiever kunnen werken.

Aanbevelingen

1 – Voor wat de bedrijfseconomische analyses van investeringen betreft doen zorginstellingen er goed aan de wetenschappelijk beproefde methoden te gebruiken in plaats van naar eigen inzicht een aantal variabelen toe te passen.

2 – Hoewel sociale en ecologische gevolgen van een investering lastig te kwantificeren zijn, is het verstandig om toch over die consequenties na te denken en te proberen die in kaart te brengen. Dat zou in eerste instantie kunnen gebeuren door de aanvrager zelf, want het is al grote winst als het besef een duurzame bedrijfsvoering te moeten voeren breed in de organisatie wordt gedragen. Ook een afdeling of functionaris die zich in duurzaamheid heeft gespecialiseerd zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren.

3 – Bij het nemen van investeringsbeslissingen zou het management verder moeten kijken dan naar de consequenties voor de eigen organisatie alleen. Dat geldt niet alleen voor de sociale en ecologische aspecten, maar zeker ook voor de financiële gevolgen. De aanvragers van investeringsbudgetten zouden – bijvoorbeeld in samenspraak met transitiemedewerkers – kunnen bepalen wat de gevolgen zijn van investeringen binnen de eigen organisatie voor het hele zorgproces rondom patiënten, dat meestal door meerdere organisaties wordt uitgevoerd. Juist dat ‘ketendenken’ draagt bij tot verhoging van de kwaliteit van de zorg en het beheersbaar houden van de zorgkosten. Het huidige financieringsmodel van zorginstellingen stimuleert die gedachte niet, maar dat hoeft zorgbestuurders er niet van te weerhouden toch deze werkwijze te volgen.

Theo van Houten en Koos Wagensveld zijn respectievelijk hoofddocent/onderzoeker en lector bij het Instituut Financieel Management van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.