‘Professionals herkennen onvoldoende of cliënten een LVB hebben’

(Zorg)professionals herkennen onvoldoende of hun cliënten een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben. Ook schatten zij dit te vaak verkeerd in, en weten ze niet hoe er in het geval van een LVB effectief gecommuniceerd en gehandeld moet worden. Dat blijkt uit het interdepartementaal beleidsonderzoek ‘Mensen met een licht verstandelijke beperking’, onlangs gepubliceerd door het ministerie van Financiën.
Onvoldoende herkenning en verkeerde inschatting door professionals is een van de knelpunten uit het IBO-rapport.
RAPPORT

In het rapport zijn ervaringen

Premium

Wilt u dit artikel lezen?

U heeft helaas geen geldig abonnement op dit account. Neem een proefabonnement of sluit een abonnement af om dit artikel te kunnen lezen.


  • Onbeperkt alle premium artikelen en rapporten lezen
  • Online de artikelen uit het magazine lezen

Al abonnee? Log dan in

Rapport informatie

Rapport naam:
Interdepartementaal beleidsonderzoek. Mensen met een licht verstandelijke beperking.
Sector:
Gehandicaptenzorg
Soort:
Beleid
Afkomst:
Ministerie van Financiën
Auteur:
Ministerie van Financiën
Aantal pagina’s:
72
Verschijningsdatum:
23 september 2019
Samenvatting:

In dit interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) wordt, mede vanuit het perspectief van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) zelf, geanalyseerd hoe het publieke voorzieningenstelsel werkt voor mensen met een LVB. De hoofdvraag daarbij luidde: ‘Welke aanbevelingen kunnen er worden gedaan om het beleid gericht op mensen met een LVB doeltreffender en doelmatiger te maken en daarmee de kwaliteit, de toegankelijkheid en de budgettaire beheersbaarheid van de publieke voorzieningen (op de lange termijn) voor mensen met een LVB te verbeteren?’.

Als iemand een IQ heeft tussen de 50 en 70 of een IQ tussen de 70 en 85 en daarnaast problemen met sociale redzaamheid, dan heeft hij/zij een licht verstandelijke beperking. Het woord ‘licht’ lijkt te impliceren dat de beperking geen grote gevolgen heeft, terwijl dit in de praktijk anders kan uitpakken.

1,1 miljoen Nederlanders

Naar schatting hebben 1,1 miljoen Nederlanders een LVB en ervaren moeilijkheden in het dagelijks leven. Zij zijn vaak onvoldoende sociaal redzaam. Dit betekent bijvoorbeeld: zelfstandig een huishouden runnen, meekomen op school, de financiën regelen, aan het arbeidsproces deelnemen, invulling aan de vrijetijdsbesteding geven. Ook zij hebben meer moeite de juiste keuzes te maken en kunnen zich hierbij makkelijker laten beïnvloeden.

Complexe samenleving

Uit eerder onderzoek en de gesprekken met experts en betrokkenen blijkt dat mensen met een LVB het steeds lastiger vinden om mee te doen in de steeds complexere samenleving. De maatschappij is diverse, sneller en ingewikkelder geworden. Daarbij komt dat in de afgelopen jaren verschillende regelingen (door bijvoorbeeld de decentralisaties in het sociaal domein) waar mensen met een LVB relatief vaak gebruik van maken ingrijpend zijn veranderd.

Tegen deze achtergrond analyseert de IBO-werkgroep hoe de ondersteuning voor mensen met een LVB doeltreffender en doelmatiger kan, om daarmee de kwaliteit, de toegankelijkheid en de budgettaire beheersbaarheid van de publieke voorzieningen (op de lange termijn) voor mensen met een LVB te verbeteren.

Uitgangspunten

Het SCP schat dat het aantal mensen met een LVB in 2018 op 1,1 miljoen (6,4% van de totale bevolking). De onzekerheid rond de raming is echter groot: het aantal ligt tussen de 0,8 en 1,4 miljoen mensen. De IBO-werkgroep heeft geconstateerd dat mensen met een LVB niet scherp zijn af te bakenen als groep. Onder meer vanwege de diversiteit van de mensen, omdat sociale redzaamheid geen zwart-wit kwestie is en er onvoldoende betrouwbare gegevens beschikbaar zijn. Dit heeft geleid tot drie uitgangspunten die bij de uitvoering van het IBO zijn gehanteerd:

A. Focus op sociale redzaamheidsproblemen vanwege cognitieve en adaptieve beperkingen
B. Het geheel staat centraal, niet individuele regelingen of specifieke problemen.
C. Kwalitatieve benadering mede vanuit het perspectief van mensen met een LVB.

Knelpunten

1. De samenleving heeft een blinde vlek voor LVB
2. Ingewikkelde en ineffectieve communicatie
3. Oplossing nog te vaak in het zorgdomein gezocht, te weinig aandacht voor basisbehoeften en potentieel
4. Onvoldoende herkenning en verkeerde inschatting door professionals
5. Gebrek aan passende (bewezen effectieve) ondersteuning
6. Multiproblematiek botst met een organisatie per domein

Aanbevelingen

In het rapport worden n.a.v. de zes voorgaande knelpunten, vijf beleidsrichtingen gepresenteerd:

1. Simpel overheidsbeleid en publieke voorzieningen
2. Preventie
3. Integrale ondersteuning
4. Betere toerusting van professionals
5. Passende communicatie
6. Kennisontwikkeling

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.