Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Enquête vermaatschappelijking

De vermaatschappelijking staat onder druk door verharding van het sociaal klimaat, diffuus overheidsbeleid en dito financiering. Maar zorgaanbieders zien vermaatschappelijking vooral als werk in uitvoering. Dus er is hoop.

Het proces van vermaatschappelijking verloopt moeizaam, constateerde onlangs het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Geen verrassende conclusie, want eerdere onderzoeken wezen al in dezelfde richting. Wrang blijven de bevindingen wel. Zeker wanneer bedacht wordt dat het doel van vermaatschappelijking is de loop der jaren steeds bescheidener is geworden. Dat suggereren althans de uitkomsten van een steekproef die ZorgVisie onder ruim zeventig zorgbestuurders en managers uit de ggz en gehandicaptenzorg gehouden heeft. Op de prioriteitenlijst die de geënquêteerden konden invullen, scoort de doelstelling “hogere kwaliteit van leven” bijna twintig punten hoger dan “volwaardig burgerschap”, ooit toch de Heilige Graal van het vermaatschappelijkingsideaal. Tekenend is tevens dat ruim de helft van de respondenten vindt dat vermaatschappelijking een ideologisch te beladen term is geworden. Liever spreken de geënquêteerden over “individuele zorgarrangementen op maat”.

Ideologie

“Vermaatschappelijking is te zeer een ideologie geworden”, vindt Lou Ritzen, directeur van de stichting PSW Midden Limburg. “Het zou geen doel op zich, maar een middel moeten zijn, dat kan bijdragen aan het welzijn van de cliënt.” Overtollige ideologische ballast mag dan overboord zijn gegaan, de hindernissen zijn er niet minder op geworden. Tweeënzeventig procent van de geënquêteerden is het eens met de stelling dat de vermaatschappelijking lijdt onder verharding van het maatschappelijk klimaat. “Vermaatschappelijking heeft voor de burger niet de hoogste prioriteit”, stelt bestuurder Ad Hendriks van Severinus. “Andere zaken als veiligheid, inburgering en de eigen financiële onzekerheden dringen het onderwerp naar de achtergrond.”
“De lokale samenleving doet haar deel van de deal niet”, oordeelt een geënquêteerde. “Vermaatschappelijken best, maar: not in my backyard! ” Bij partijen van buiten de zorg, zoals gemeenten en woningbouwverenigingen, kan het onderwerp naar de indruk van de respondenten evenmin op grote belangstelling rekenen. Ruim de helft van de geënquêteerden vindt dat partners van buiten de zorg te weinig aandacht voor vermaatschappelijking hebben. “Het onderwerp staat niet bij iedereen op dezelfde plaats in de agenda”, luidt het berustende commentaar van een respondent. Als de ondervraagden zelf obstakels mogen aanwijzen, scoort onduidelijk overheidsbeleid het hoogst. “Het is al moeilijk genoeg om vermaatschappelijking zo te organiseren dat het financieel haalbaar is,” zegt een respondent van ‘s Heeren Loo. “Wispelturig en onduidelijk overheidsbeleid dragen zeker niet bij aan het welslagen”, heet het. “Door zwalkend beleid van de overheid is het voor cliënten niet te overzien wat de consequenties van hun keuzes zijn”, gelooft Crik Diemel, directeur van stichting Sint Anna.

Eigen boezem

Ondanks kritiek op de buitenwacht zijn de respondenten niet te beroerd om de hand in eigen boezem te steken. “Een obstakel is ook de cultuuromslag die nodig is bij medewerkers die cliënten ondersteunen,” zegt Rianne Tromp, wijkmanager van IJlanden. “Soms lijkt vermaatschappelijking een trendy jasje waar zorgaanbieders goede sier mee kunnen maken”, vindt directeur Sjef Vermeulen van Mensana RIBW Noord- en Midden-Limburg. Lidy Zaat, directeur RIBW Den Haag, waarschuwt voor eindeloos heen en weer gepraat: “Vermaatschappelijking dreigt een containerbegrip te worden waar iedereen iets anders mee bedoelt. Dit veroorzaakt verwarring en een passieve houding bij zorgaanbieders.”
Erg hoopvol zijn de verwachtingen voor de nabije toekomst niet. Bijna 60 procent van de geënquêteerden noemt de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) een bedreiging voor vermaatschappelijking. “Het herverdelen van middelen over diverse partners als gemeente, ggz en maatschappelijke ondersteuning vormt een bedreiging in de zin dat een ieder voor eigen lijfsbehoud gaat concurreren om een groter deel van de koek te veroveren”, stelt een respondent. “De uitvoering van de gehandicaptenzorg moet als gevolg van nieuwe regelgeving niet over departementen en partijen worden versnipperd”, vindt ook Hetty de With, directeur van De Zijlen. “De deskundigheid op het terrein van integrale zorg en ondersteuning dreigt bij opdeling te verdwijnen.”
Over de oprukkende markt zijn de respondenten uitgesproken sceptisch. Zesenzestig procent denkt dat marktwerking vermaatschappelijking ondermijnt. Het primaat van de pecunia past sowieso niet bij het streven naar vermaatschappelijking, vindt Pierre Quaedvlieg, bestuurder van Esdégé-Reigersdaal. “De belangrijkste bedreiging is dat vermaatschappelijking door beleidsmakers wordt gezien als een instrument voor kostenreductie. Alsof cliënten die in de samenleving kunnen wonen en werken, toe kunnen met geringe ondersteuning.”

Meningen verdeeld

Ondanks de vele kritische commentaren zijn de meningen verdeeld over de vraag of de vermaatschappelijking wel of niet geslaagd is. Om zijn oordeel te vellen hoeft bestuurder Hans de Bont van GGZ Noord-Holland Noord maar terug te denken aan de tijd dat psychiatrische patiënten vrijwel levenslang werden opgeborgen. “Vele duizenden mensen die jarenlang in een psychiatrisch ziekenhuis verbleven, leven nu al weer jaren op een manier die kwalitatief aantoonbaar beter is.”
“Op dit moment maakt de grote meerderheid van mensen met een beperking gebruik van een maatschappelijk geïntegreerde voorziening”, zegt een andere respondent. “Wie de tijd neemt om met deze mensen te praten, ontdekt wat dit voor hen betekent.” Sceptici zijn er echter ook. “Er wordt te veel in doelgroepen gedacht, zodra een groep voet aan de grond heeft, moet er extra aandacht naar de volgende groep”, stelt Ino Cornel, beleidsmedewerker van De Zuidwester. “Terwijl deelname aan de maatschappij vanzelfsprekend zou moeten zijn. Daar ontbreekt het aan.”
Cornel krijgt met name bijval uit de hoek van de ideologisch bevlogenen, zo leert anoniem commentaar: “Mensen met een beperking maken nog altijd geen deel uit van de samenleving zoals mensen zonder beperking dat doen.” Een andere geënquêteerde verwoordt het genuanceerder: “Het proces van vermaatschappelijking is geslaagd voor die cliënten bij wie deelname aan de samenleving daadwerkelijk leidt tot verbetering van levenskwaliteit. Voor grote groepen cliënten is dit niet het geval.”

Continu proces

Het gros van de respondenten benadrukt echter dat vermaatschappelijking wat hen betreft een continu proces is, dat in feite nooit af is. Derhalve zijn conclusies of eindmetingen niet op zijn plaats. Of zoals Willem de Gooyer, bestuurder de Compaan, het verwoordt: “We zijn er nog niet, maar wel op weg. Houd moed, er is meer liefde in de samenleving dan soms in de media en op straat zichtbaar wordt.”
Of het proces nu is geslaagd of niet, uit de enquête blijkt zonneklaar dat er nog altijd een kloof gaapt tussen wens en werkelijkheid. Dit komt het duidelijkst tot uitdrukking waar het de positie van de cliënt betreft. Een dikke zeventig procent van de respondenten vindt dat de regie in het vermaatschappelijkingsproces bij die cliënt of diens directe vertegenwoordiger hoort te liggen. Toch zegt een vrijwel identiek percentage dat cliënten op dit moment onvoldoende worden betrokken bij de uitvoering van de vermaatschappelijking. Als vermaatschappelijking inderdaad een kwestie van werk in uitvoering is, dan is wel duidelijk waar de volgende schop de grond in moet.

Verantwoording

De enquête over vermaatschappelijking is het resultaat van samenwerking tussen ZorgVisie en de brancheorganisaties GGZ Nederland en VGN. Voor de inhoud van de enquête tekende de redactie van ZorgVisie. De vragenlijst is door de brancheorganisaties onder hun leden verspreid. Onder de 72 respondenten is de ge

Publicatiedatum: 19 oktober 2005
Auteur: Philip van de Poel - redactie ZorgVisie handicaptenzorg licht oververtegenwoordigd.

Administrator

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden